'Eigenwijs, met gewaagde figuratieve kunst'

De Pietje Bell van de Nederlandse kunstwereld, dat wil de nieuwe Kunsthal Kade in Amersfoort zijn. Directeur Robbert Roos: „Het hoeft niet zo nodig intellectueel.”

De façade van Kunsthal Kade in Amersfoort Er zijn meer van die krankzinnige wezens die de drie verdiepingen tellende expositieruimte van Kade bevolken. Op een bankje bij de ingang ligt een rimpelig gedrocht, half mens en half zeehond, vredig te soezen in de schoot van een jongetje.

Sandra Smallenburg

De scène die zich afspeelt op de vloer van de nieuwe Amersfoortse kunsthal Kade is zo bizar dat hij alleen bedacht kan zijn in een koortsdroom. Op een met bierblikjes bezaaid stuk strand ligt een walrus op zijn rug, zijn ogen wijd open gesperd. Een stelletje fantasiedieren, gemaakt van uiteengereten knuffels en opgevulde kniekousen, staat om het gestrande beest heen. Een paardenhoofd op houten pootjes kijkt vanaf de zijlijn toe. „Het is de bedoeling dat ze straks lijntjes coke vanaf de buik van de walrus snuiven”, vertelt Robbert Roos, de hoofdcurator van Kade. „Ik moet zo nog even wat wit poeder neerleggen, dan is het beeld klaar.”

Er zijn meer van die krankzinnige wezens die de drie verdiepingen tellende expositieruimte van Kade bevolken. Op een bankje bij de ingang ligt een rimpelig gedrocht, half mens en half zeehond, vredig te soezen in de schoot van een jongetje. Een paar meter verderop doen drie geraamtes een rondedansje. En in een hoekje staat een zwarte struisvogel te trappelen voor een eenpersoonskoetsje. Zijn kop, in de vorm van een zwarte handschoen, maakt pikkende bewegingen naar voorbijgangers.

Wonderland, de tentoonstelling waarmee Kade vandaag opent, is een ode aan de verbeeldingskracht van kunstenaars. Ruim twintig internationaal bekende kunstenaars doen mee aan de expositie en het is moeilijk te zeggen wie van hen de grootste fantasie heeft. Roos: „Het viel me de laatste jaren op internationale tentoonstellingen op dat er een grote groep kunstenaars is die heel anekdotisch, sprookjesachtig werk maakt. Maar in Nederland is dat soort verhalende kunst nauwelijks te zien. Tweederde van de kunstenaars op Wonderland hebben hier nog nooit geëxposeerd. Mijn insteek bij Kade is om dingen te tonen die andere Nederlandse musea laten liggen.”

Roos, voorheen kunstcriticus bij Trouw en hoofdredacteur van het maandblad Kunstbeeld, werd twee jaar geleden gevraagd om een visie te schrijven voor een nieuwe Amersfoortse expositieruimte die het in financiële nood verkerende kunstcentrum De Zonnehof zou kunnen opvolgen. Hij voerde gesprekken met een groot aantal Nederlandse museumdirecteuren en kwam vervolgens tot een aantal duidelijke aanbevelingen. Ga niet verzamelen, zo luidde de belangrijkste conclusie, want dat doet iedereen al. En ga voor topkunst. Kijk verder dan Amersfoort, naar de internationale kunstwereld. Die plannen vielen zo goed dat Roos, oorspronkelijk alleen ingehuurd als kwartiermaker, ze ook zelf mocht gaan uitvoeren.

Kunsthal Kade is nu onderdeel van een groot nieuwbouwcomplex dat langs het spoor in Amersfoort is verrezen en dat ook de Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten (RACM) herbergt. In dit opvallende gebouw met zijn golvende glazen gevel, een ontwerp van de Spaanse architect Juan Navarro Baldeweg, heeft Kade beschikking over 1500 vierkante meter. Het interieur is op vernuftige wijze ontworpen door Studio Makkink & Bey. Zo bestaat de winkel uit een stel praktische, eenvoudig afsluitbare vitrinekasten en wordt de garderobe gevormd door rechtopstaande houten kisten. In het café trekken vooral de ‘individuele eetplekken’ de aandacht: een serie Eames-kuipstoeltjes met uitklapbare tafeltjes als armleuning.

De expositieruimtes zelf worden gedomineerd door een overdaad aan glas, waardoor je steeds doorkijkjes hebt naar de naastliggende bibliotheek van het RACM. „Het gebouw heeft wel een paar uitdagingen”, zegt Roos eufemistisch. „Het is doordrenkt van daglicht en door al die doorkijkjes ook wel erg esthetisch. Van mij had het best wat rauwer gemogen.” Roos is daarom blij met de tijdelijke wanden die Jurgen Bey heeft ontworpen – in de vorm van wit geverfde rolluiken. „Die geven de ruimte toch nog een beetje een industriële uitstraling.”

Zo’n tien exposities per jaar wil Robbert Roos hier jaarlijks gaan organiseren, waaronder een stuk of vijf solo’s en één grote internationale groepstentoonstelling. Zijn blik is breed, zegt hij. „Alles kan, van de veertiende eeuw tot nu. Er is geen dwingende lijn. Dat is het voordeel als je niet verzamelt. Bij musea dicteert het verzamelbeleid de tentoonstellingsagenda. Maar ik heb zo’n agenda niet. Ik ben volkomen vrij.”

Roos zou graag zien dat Kade de Pietje Bell van de Nederlandse kunstwereld wordt. Een eigenwijze tentoonstellingsplek met gewaagde exposities die je in andere instellingen niet snel zult aantreffen. Als voorbeeld noemt hij de tentoonstelling Van Lieshout Van Lieshout die dit najaar op het programma staat en die vijf kunstenaars met dezelfde achternaam bij elkaar brengt: Joep, Dirk, Erik, Lotte en Lotje. „Op het eerste gezicht een nogal arbitrair gegeven”, geeft Roos toe. „Toch blijkt hun werk wel degelijk raakvlakken te hebben. Zo’n tentoonstelling durft niemand te maken – veel te flauw voor De Appel of Witte de With. Maar de kunstenaars vonden het een erg leuk idee en wilden graag meewerken.”

De Nederlandse kunstwereld is bang om populair te zijn, vindt Roos. „Het modernisme wordt hier nog altijd als ijkpunt genomen. Dat brengt een soort nuffigheid met zich mee. Het idee staat voorop. En figuratie is nog altijd verdacht – een scheldwoord bijna. Maar internationaal gezien gebeuren er hele interessante dingen op figuratief gebied. Alle kunstenaars die ik op Wonderland laat zien, zitten bij topgaleries.

„Het lijkt wel of er twee stromingen zijn in de hedendaagse kunst. Aan de ene kant heb je de wereld van de Documenta, Manifesta en biënnales als die in Berlijn en Istanbul, waar het modernisme nog altijd wordt gepredikt en waar een intellectueel soort kunst te zien is. Aan de andere kant heb je de wereld van de kunstbeurzen, waarop door de eerste groep enorm wordt neergekeken omdat die veel te commercieel zou zijn. Maar ik ben niet bang om uit die commerciële vijver te vissen. Ik hoef niet zo nodig intellectueel over te komen.”

Vol trots laat Roos de tekeningen zien van Henri Darger, een Amerikaanse outsider artist wiens omvangrijke oeuvre pas na zijn dood in 1973 werd ontdekt. De vergeelde panorama’s tonen een verbijsterende wereld, waarin tweeslachtige kindertjes het moeten opnemen tegen kwaadwillende soldaten. Darger tekende complete veldslagen, maar dan wel in zoete pastelkleuren en in een kinderboekenstijl – precies het soort anekdotische kunst dat in de museale wereld lange tijd taboe was. „Deze werken zijn nog nooit in Nederland te zien geweest”, zegt Roos. „En dat mag je gerust een groot gemis noemen.”

Wonderland: Through the Looking Glass. 2 mei t/m 30 aug in Kunsthal Kade, Smallepad 3, Amersfoort. Di t/m vr 11-17u, za en zo 12 -17u. Inl: 033-4225030, www.kunsthalkade.nl