Een fantasy van feministische snit

Kristin Cashore: De gave van Katsa. Vertaald door Erica Feberwee. Moon, 431 blz. €16,95, 14+.

Veel fantasyboeken en sciencefictionromans zijn niet om aan te zien: zo lelijk dat ze veel lezers afschrikken en ongelezen blijven. Dat is jammer. Achter die afzichtelijke boekomslagen liggen soms onverwachte, wondere werelden verscholen.

Zo is het bijvoorbeeld raadzaam je niet te laten misleiden door het onooglijke uiterlijk van De gave van Katsa (Graceling) – het debuut van de Amerikaanse Kristin Cashore –, het boek gewoon te gaan lezen en kennis te maken met Cashores aangenaam verrassende, verweesde protagonist Katsa. Katsa behoort tot de exclusieve groep van ‘Begaafden’ (‘Gracelings’): op mensen lijkende wezens die worden geboren met een uitzonderlijke gave – te herkennen aan hun verschillend gekleurde ogen – en die derhalve een bijzondere positie innemen in de zeven koninkrijken van Cashores behoorlijk geloofwaardige fantasiewereld. Haar oorspronkelijkheid schuilt in haar ‘vechttalent’. Ze is begiftigd met een ‘killersinstinct’ pur sang en toont zich aanvankelijk onverschrokken en meedogenloos indien haar koning dat verlangt.

Cashore negeert aldus het stereotype beeld van ‘de zwakke vrouw’ en verruilt – prettig tegendraads in het traditionele fantasygenre – de machoman voor de machovrouw. Een ruil die wordt beklonken door Katsa’s ontmoeting met prins Po van het eilandrijk Lienid, een aantrekkelijke jongeman met een groot empathisch (‘feminien’) vermogen, en zelf een ‘Begaafde’.

Cashore blijkt echter behalve een eigenzinnig feministe vooral een goed verhalenverteller. In een no-nonsense stijl ontvouwt ze met vaart haar plot en laat, gelukkig, maar weinig aan te grote toevalligheden over. De spannende zoektocht naar het waarom van de ontvoering van Po’s grootvader – motor voor de handeling – brengt Katsa en Po niet alleen bij de manipulatieve koning Leck van Monsea, maar ook bij zichzelf en elkaar. Tijdens hun avontuurlijke, romantische tocht door het ruige berglandschap van Monsea – met mooi vormgegeven donkere wouden, wilde stroomversnellingen, steile rotshellingen en besneeuwde passen – worden Katsa en Po geconfronteerd met complexe, morele vraagstukken.

Waarin bijvoorbeeld verschilt gebruik en misbruik van je talenten? Kan Po voorkomen dat anderen ‘zijn geest’ ten behoeve van hun eigen welzijn gebruiken? Zijn niet alle heersers en leiders machtsdronken?

Ook kracht geeft macht, ontdekt Katsa. Maar wat is die macht waard in een wereld waarin patriarchale dwang de norm is? Wat betekent haar door macht ingegeven (keuze)vrijheid? Hoe vrij is Katsa als voortvluchtige rebel? En hoe onafhankelijk blijft ze als ze haar hart aan Po schenkt, die zo makkelijk ‘toegang’ tot haar gedachtenwereld heeft?

Mooi is hoe Katsa gaandeweg aanvaardt dat sommige dingen zich aan haar macht onttrekken en ontdekt dat (over)leven haar eigenlijke ‘Gave’ is. Mooi is ook hoe zij Lecks dochter Bitterblauw helpt op haar weg naar onafhankelijkheid. En treffend zijn de oefengevechten tussen Po en Katsa die gelijk een paringsdans hun seksueel ontwaken verbeelden en van een feministische fantasy ook een boeiende coming-of-age-story maken.

    • Mirjam Noorduijn