Dolen en drinken - tot zijn dood

Een nieuwe biografie van Joseph Roth bevat verrassende feiten over zijn jeugd. Maar heeft de biograaf hem wel begrepen?

Ongedateerd portret van Joseph Roth AKG-Images Joseph Roth / Photo Roth, Joseph; Austrian author; Schwabendorf nr. Brody, Galicia, 2/9/1894 - Paris 27/5/1939. Photo, undated. picture-alliance / akg-images

Wilhelm von Sternburg: Joseph Roth. Eine Biographie, Kiepenheuer & Witsch, 560 blz. € 25,-

Wat maakt Joseph Roth als romanschrijver zo bijzonder dat zijn boeken zeventig jaar na zijn dood nog steeds worden gelezen? Het antwoord op die vraag is niet te vinden in de biografie die de journalist Wilhelm von Sternburg over Roth heeft geschreven. Daarmee is niet gezegd dat Joseph Roth. Eine Biographie een slecht boek is. Het is zelfs een must voor elke Roth-liefhebber omdat deze biograaf originele feiten brengt, vooral over de jeugd van Roth. Niet alles is even nieuw: de ‘onthulling’ dat Roth in tegenstelling tot zijn eigen bewering in WO I nooit actief was in de loopgraven, staat al in het enige levensverhaal dat tot nu toe beschikbaar was, de biografie die David Bronsen in 1974 schreef.

Von Sternburg doet het als biograaf beter dan deze Amerikaanse auteur, die verdronk in zijn eigen materiaal. De nieuwe biograaf heeft de regie strak in handen. Toch stelt dit nieuwe levensverhaal teleur, omdat Von Sternburg de fantasie en de empathie mist om het werk van Roth recht te doen. Hij is een biograaf die de vijftien romans ongeacht hun afzonderlijke kwaliteiten één voor één braaf navertelt. Maar grote thema komt niet uit de verf: dat van de dolende mens die heimwee heeft naar een andere tijd en een andere plaats omdat hij niet is opgewassen tegen zijn bestaan en zich laat meeslepen door emoties die zijn leven in een drama veranderen.

Galicië

Dat is voor een biograaf een gemiste kans omdat juist dit thema bij deze schrijver de verbinding vormt tussen leven en werk. Roth was een groot deel van zijn leven op drift, zo niet op de vlucht. Hij werd in 1894 geboren in Brodi, een stadje in Galicië, het toenmalige noordoostelijke kroonland van Oostenrijk-Hongarije. Na de opheffing van de Dubbelmonarchie aan het einde van WOI werd dit gebied een strijdobject tussen Polen en de Sovjet-Unie. Een groot deel van de Joodse bevolking sloeg op de vlucht. Roth was hen voorgegaan door in 1913 voor zijn studie naar Wenen te trekken. Al snel zocht hij werk als journalist en in de jaren twintig begon hij boeken te schrijven.

Berlijn werd toen zijn belangrijkste standplaats. Hij leefde als vagebond en bohémien, had nooit een vast verblijfsoord, logeerde in hotels en bracht zijn dagen in cafés door, schrijvend en pratend. Zijn bestaan werd belast door geldzorgen, privéproblemen (zijn grote liefde Friedl leed aan schizofrenie en kwam in een kliniek terecht) en moeilijkheden met krantenredacties en uitgevers. Drie maanden nadat Hitler begin 1933 in Duitsland aan de macht was gekomen, kwamen zijn boeken in Berlijn op de brandstapel terecht.

Roth ontkwam naar Parijs en bracht ook veel tijd in Amsterdam door. Het besef dat Europa in een politiek gekkenhuis veranderde, leidde in combinatie met zijn persoonlijke sores tot een wanhoop die weggedronken werd. Zoals Roth zelf zei: mijn zelfbehoud bestaat uit zelfdestructie. Dat laatste moet letterlijk worden genomen want in 1939 overleed hij, nog geen 45 jaar oud, als gevolg van langdurig en overvloedig alcoholgebruik. Het zelfbehoud bestond tot dan uit een explosie van creativiteit. In de laatste zes jaar van zijn leven schreef hij elf romans, flink wat verhalen en veel bijdragen voor kranten.

Het journalistieke werk van Roth is minder bekend en het is goed dat Von Sternburg er ruime aandacht aan schenkt. Maar ook op dit onderdeel van het oeuvre mist hij het gevoel voor de bijzondere kwaliteiten. Tot driemaal toe berispt hij Roth om diens politieke wereldvreemdheid, die vooral tot uitdrukking zou komen in een monarchistisch georiënteerd verlangen naar herstel van de Habsburgse Dubbelmonarchie. Het ontgaat Von Sternburg dat deze nostalgie niets anders was dan het emotionele resultaat van Roths persoonlijke misère. Bovendien bewees deze schrijver in zijn journalistieke werk dat hij als weinig anderen de politieke tekenen des tijds verstond. Al kort na de WOI schreef hij: ‘De mensen roepen dat ze van de natie houden, maar ze bedoelen de mitrailleur.’

Als nuchtere waarnemer die zijn blik niet liet verhullen door ideologische rookgordijnen, doorzag hij al snel de overeenkomsten tussen rechts- en links-extremisme, tussen nazisme en communisme. Een reis door de Sovjet-Unie, in 1926, bracht hem al tot de conclusie dat de communistische heilstaat in feite werd geregeerd door een nieuwe elite die steunde op een almachtige partijbureaucratie. Het land, aldus Roth, was gegrepen door het fanatisme van de statistiek, de aanbidding van de productiecijfers. In de jaren dertig schreef hij dat wie Rusland goedkeurde (wat massa’s intellectuelen in die tijd met geestdrift deden), ook het Derde Rijk goedkeurde. De overeenkomsten tussen de dictaturen van Hitler en Stalin waren voor hem te groot om niet op te merken.

In zijn journalistieke werk grossiert Roth in trefzekere observaties, maar hij blijft vooral een belangrijke auteur om zijn romans. Hiob (1930) en vooral Radetzkymars (1932) zijn de uitblinkers. Hij is daarin een ambachtelijke verteller in de traditie van Balzac, Trollope en Fontane. Maar in zijn toon voegt hij iets unieks aan zijn epische kwaliteiten toe: de melancholie van een getroffen balling, grootgebracht met de geheimen van de chassidische mystiek. De wereld van wonderen en godsoordelen klinkt altijd zachtjes door in zijn proza. Tegelijk is hij een zakelijke waarnemer met een bijzondere blik voor details. Roth zoemt in op een nuance en roept indringend de atmosfeer op die achter de kleine dingen schuilgaat.

Dubbelmonarchie

Vergankelijkheid is de overheersende emotie die altijd tussen zijn regels doorklinkt, ook in zijn belangrijkste werk, Radetzkymars. Het boek gaat over een tijdperk waarin, aldus Roth, de mens nog belangrijker was dat zijn nationaliteit. Het is inderdaad een nostalgisch werk over de Dubbelmonarchie, maar ook een realistische Zeitroman die haarfijn uitlegt hoe de vooroorlogse wereld ten onder is gegaan.

De roman beschrijft de ondergang van Karl Joseph von Trotta, kleinzoon van de held die bij de slag van Solferino (1859) het leven van keizer Franz Joseph redde. Ongezegd gaat dit boek ook over Europa’s zelfmoord, doordat Roth laat zien hoe deze kleinzoon via onbeduidende misstappen het noodlot over zichzelf afroept.

Hoe behandelt biograaf Von Sternburg dit meesterwerk? Hij vertelt het in een paar bladzijden na, bespreekt de ontvangst in de pers en laat het daarbij, zonder op de portee in te gaan. Jammer dat hij niet wat meer heeft kunnen laten zien waarom alleen een man met de literaire kwaliteiten én de persoonlijke lotgevallen van Joseph Roth dit boek kon schrijven.

    • Ronald Havenaar