De middenklasse lijdt

In de Japanse Oscar-winnaar ‘Departures’ verdampen de zekerheden van een bemiddeld echtpaar na ontslag van de man. Het verlies aan status schrijnt. Maar er is ook hoop.

Scène uit ‘Departures’ van regisseur Yojiro Takita Departures (c) 2008 Departures Film Partner

Al mijn ambities waren plotseling een herinnering, begint Daigo, een cellospeler van begin veertig. Na weer zo’n concert voor een halfvolle zaal wordt zijn orkest opgedoekt. Het appartement en dure cello zijn dan onbetaalbaar, er zit niks anders op dan naar zijn oude dorp terug te keren. Die avond blijkt de inktvis die zijn vrouw voor het eten kocht nog te leven: hij kronkelt pathetisch over het parket. Maar als het echtpaar hem in de rivier loslaat, dobbert hij bewegingloos richting zee.

Departures (Okuribito) is een film over acceptatie. Daigo, die beseft dat zijn muzikale ambitie door zijn beperkte talent eigenlijk als een molensteen om zijn nek hing, belandt op zoek naar een nieuw bestaan bij een uitvaartbedrijf. Daar leert de oude Shouei hem het ritueel van de nokanfu, de lijkenwasser: een vernederend, met taboe omgeven, maar lucratieve baan. Na komische momenten – Daigo die lijk moet spelen op een instructievideo – ontdekt hij de serene schoonheid van het doodsritueel. De familie van de dode, die toekijkt bij het met Japanse precisie uitgevoerde wassen en opmaken van het lijk, vindt daarin troost. Het is een ambacht dat talent vereist.

Departures, die dit jaar een Oscar kreeg voor beste buitenlandse film, gaat over de dood, maar ook over persoonlijke herontdekking. Pas als je wereld instort, vind je misschien je ware roeping. Het leven waar je zo aan hechtte, wilde je misschien helemaal niet. Een optimistische boodschap in tijden van crisis. Verklaart dat mede het enorme succes in Japan en de Oscar in Amerika? Regisseur Yojiro Takita, een filmveteraan die ooit begon in de porno-industrie, hoort dat vaker, zo laat hij per e-mail weten. Het was niet zijn doel werklozen te troosten. „Toen ik begon met deze film was er nog geen crisis. Ik denk dat Departures universeel aanspreekt door zijn thema’s: acceptatie van jezelf en van het lot, en afrekenen met je verleden zodat je de toekomst in kan.”

Acceptatie, jezelf opnieuw uitvinden

: ga daar maar aan staan als man van middelbare leeftijd die plotseling op straat staat. Cellist, hoofd boekhouding, directeur: de middenklasse staat onder druk in drie recente films over werkloosheid. Behalve Departures zijn dat het recentelijk uitgebrachte Tokyo Sonata, komende week nog in Amsterdam te zien, en het Italiaanse Giorni e Nuvole (Dagen en Wolken), net uit op dvd.

Arbeidersleed, sociaal drama: na het neorealisme zag je dat bijna uitsluitend nog in historische films. Arbeiders bieden sinds de jaren tachtig meer stof tot komedie, vastgeroest als ze zijn in oude privileges en denkpatronen. Zoals in The Full Monty, Brassed Off en Billy Elliot, waarin mijnwerkers tegenstribbelend hun oude rollen opgeven. In de nieuwe economie scholen ze zich om tot mannelijk strippers, accepteren ze dat vrouwen toetreden tot hun brassband en hun zoons op ballet gaan.

Tragiek vinden filmmakers bij de onderklasse van illegalen óf bij de middenklasse. Want die heeft veel meer te verliezen. In Giorni e Nuvole zet het ontslag van directeur Michele zijn comfortabele huwelijk met Elsa onder druk. Michele biecht pas na twee maanden op dat hij werkloos is. ‘Je keek daarbij precies hetzelfde als toen je overspel opbiechtte’, kijkt Elsa daar later op terug. En eigenlijk had ze zoiets liever gehoord, want ontslag is veel bedreigender. Het echtpaar glijdt in slowmotion af. De exotische vakantie naar Cambodja gaat niet door, de werkster vertrekt, de zeilboot moet in de verkoop, het fraaie pand in het centrum maakt plaats voor een gehorig flatje, een autoreparatie blijkt onbetaalbaar, echtgenote Elsa is niet langer vrijgesteld van betaalde arbeid.

Het is haast sadistisch zoals regisseur Silvio Soldini hun zekerheden laagje voor laagje afpelt. Terwijl kunsthistorica Elsa in een callcenter aan de slag gaat, doorloopt Michele de stadia van rouwverwerking: ontkenning, woede, wanhoop. Bij een diner met vrienden trekt hij eerst nog royaal zijn portefeuille: bella figura voor alles. Als hij die schijn niet langer kan ophouden, trekt hij zich in zijn bed terug. Blijft Elsa van hem houden als hij zich vol zelfbeklag in foetushouding rolt?

Giorni e Nuvole draait om mannelijke status. Hoe hoger op de maatschappelijke ladder, hoe meer de identiteit van de man in zijn werk is verankerd. Voor directeur Michele is ontslag pijnlijker dan voor zijn oude werknemers. Met twee sluit hij vriendschap: zij vissen bedaard in de haven, klussen wat, doen een opleiding en vinden een nieuwe baan. Bij hen leidt ontslag nauwelijks tot zelfverwijt.

Giorni e Nuvole deelt veel scènes met zijn veel extremere Japanse tegenvoeter Tokyo Sonata. Wijst ex-directeur Michele in Genua eerst een baantje als hoofd productie van een verwarmingsbedrijf af, zo voelt zijn Japanse evenknie Ryuhei Sasaki in Tokio zich te goed voor manager van een Happy Mart. Michele ziet zijn overbodigheid onder ogen tijdens een gesprek met een jonge headhunter die vol medeleven liegt dat er grote vraag is naar ervaren werkkrachten. Het gewezen hoofd boekhouding Ryuhei beseft dat tijdens een sollicitatie bij een jonge blaag die onderuit gezakt vraagt wat hij zoal te bieden heeft. Als Ryuhei zwijgt, drukt hij hem een pen in handen. „Nou, dit is je microfoon, zing dan maar karaoke.” Ook de sleutelscènes zijn in beide films identiek. Michele staat als brommerkoerier in fel hesje plots naast zijn dochter voor een stoplicht, Ryuhei valt door de mand als hij in vuurrood schoonmakeroverall in een winkelcentrum oog in oog komt te staan met zijn echtgenote.

Daarmee houdt de vergelijking op

, want de situatie in Tokio blijkt nijpender dan in Genua. In Giorni e Nuvole is werkloosheid een individuele beproeving, in Tokyo Sonata blijkt het Japanse gezin de microkosmos van een doodzieke samenleving. Regisseur Kiyoshi Kurosawa zegt in een interview dat zijn familiedrama dezelfde thema’s heeft als zijn horrorfilms: wanhoop, eenzaamheid, vervreemding.

In Japan staan alle zekerheden van de salarisman op de tocht. Voor zijn baas een dienstbare muis en in ruil thuis een absolute despoot: Tokyo Sonata heeft een prachtige scène waar het gezin doodstil wacht op toestemming om te eten terwijl pa klokkend zijn biertje leegdrinkt.

In Japan bestaat hij echt: de salarisman die zonder werk zo’n lege huls is dat hij zijn ontslag voor iedereen verbergt, elke ochtend in pak en aktetas het huis verlaat om de dag in het park door te brengen. In Europa is dat een exces: Jean-Claude Romand die in 1993 zijn gezin en ouders vermoordde toen zij ontdekten dat zijn baan bij de WHO niet bestond, bood in zijn eentje stof voor drie speelfilms. In Tokyo Sonata is zijn gedrag de norm.

De val van de middenklasse is extreem pijnlijk, zeggen deze films. En toch zijn ze hoopvol. Cellospeler Daigo vindt leven in de dood, ex-directeur Michele zet de laatste stap in zijn rouwverwerking, de familie Sasaki maakt een nieuw begin. Ontslag is een beproeving, een loutering: als de beschermende lagen van comfort, status en gewoonte wegvallen, wat resteert er dan? Net als kunsthistorica Elsa uit Giorni e Nuvole peuteren deze films met watjes en borsteltjes laagje voor laagje het pleisterwerk van de middenklasse af. Delicaat werk, maar wie weet welk prachtig fresco zich eronder bevindt.

‘Departures’, vanaf eind mei in de bioscoop. ‘Tokyo Sonata’, nog in de bioscoop. ‘Giorni e Nuvole’, uit op dvd.

    • Coen van Zwol