De aanslag

Dit was zo’n tragedie waarvan je jaren later nog precies weet waar je was toen het gebeurde. De Kennedy-herinnering. Het was ook voor het eerst dat ik zoiets als tv-kijker live meemaakte.

Het liep tegen twaalven, ik wierp af en toe een afwezige blik op de tv, waar de als altijd doodsaaie reportage van de koninginnedagviering zich naar haar einde sleepte. Ik had me alleen even vrolijk gemaakt toen Astrid Kersseboom keurig uitlegde dat „de Apeldoornse Pijpers zich vanwege de dubbelzinnigheid tegenwoordig liever DAP noemen”. Moesten we nu ook de toch zo brave uitdrukking „naar iemands pijpen dansen” maar afschaffen? Kon je in dit tijdperk van de dubbelzinnigheid eigenlijk nog wel met goed fatsoen een pijp roken?

Ik wachtte op het defilé, daarna mocht ik van mezelf de stad in.

Ondertussen las ik een ‘Boontje’, een van de mooie oude cursiefjes van Louis Paul Boon. In dit stukje bleven mijn ogen haken aan een formulering die hij gebruikt tegen ene Willemien (geen familie van de koningin, schrijft hij erbij), een jonge Hollandse vrouw die hem een sombere brief heeft geschreven. „Alleen het kleine kostbare ogenblik telt. Nu en nu en nu, Willemientje. Schaf u een zwartfluwelen strik voor uw paardestaart aan, zoek een jongen die interessant genoeg is om u interessant te vinden…”

Ik keek op van mijn boek en zag een zwarte auto zich in volle vaart in een paal boren. Mijn allereerste reactie: een uit de hand gelopen grap die met de ‘historische optocht’, die tegelijkertijd gehouden werd, te maken zal hebben. Chauffeur vergist zich in route en raakt macht over stuur kwijt. Zoiets. Ik besefte niet dat er toen al vele slachtoffers gevallen waren. En pas in de herhaling ontdekte ik dat de auto al zwaar gehavend was toen hij op het monument afstormde.

Daarna was het nog maar een kleine gedachtesprong naar het woord ‘aanslag’. De schrik zat erin en ging er voorlopig niet meer uit.

Buiten was er nog niets van te merken. Vanuit mijn raam kon ik zien hoe de feestvierders zich opgewekt verder de Jordaan in spoedden.

Meer dan ooit tevoren viel me op hoezeer vrijwel iedereen zich met een of ander oranje kledingstuk of attribuut getooid had. Koninginnedag is het carnaval van het noorden geworden, de boerenkiel is getransformeerd in een oranje shirt.

Enkele uren later liep ik er zelf tussen, in mijn burgerkloffie, dat nog wel. Ik verbeeldde me even dat de stemming wat ingetogener was dan anders – er klonk rond de Prinsengracht in ieder geval minder keiharde muziek. Maar naarmate ik verder in de stad doordrong en het Leidseplein en het Museumplein naderde, bleek steeds duidelijker dat het publiek zich zijn feestje niet liet afnemen. Amsterdam was weer de stad van lol en drank die het op Koninginnedag altijd is. Rouwen kon later nog.

Zou de dader van Apeldoorn ook wel eens zo door Amsterdam hebben gehost?

Hij wordt geen terrorist, maar een eenling genoemd. Maar misschien is de nieuwe terrorist wel de eenling.

Deze desperado is bijna altijd een man, een stille, teruggetrokken levende man, die in de afzondering zijn rancune voedt tot het een gewelddadig monster is geworden dat wraakt neemt op de wereld die hem vergeten is. Dan is zíjn kleine kostbare ogenblik aangebroken.

    • Frits Abrahams