Britten verlaten strijdtoneel Irak

Nieuwsanalyse

Britse militairen hebben de vlag gestreken in Basra. Ondanks een voortvarend begin zijn ze nooit in hun missie geslaagd.

Floris van Straaten

Met het nodige ceremonieel, waarin ze vanouds uitblinken, hebben Britse militairen gisteren na zes jaar hun missie in Zuid-Irak afgesloten. Nog eenmaal klonk op hun hoofdkwartier in de gloeiend hete woestijn ten westen van de stad Basra The Last Post voor de 179 kameraden, die in die periode om het leven zijn gekomen. Daarna werd de Britse vlag gestreken en namen de Amerikanen formeel hun taken over.

In Londen verklaarde premier Gordon Brown, die daar de Iraakse premier Nouri al-Maliki op bezoek had, dat de Britten trots konden zijn op hun nalatenschap in Basra. Minister van Defensie John Hutton, aanwezig op de basis, ging een stapje verder. „Ik denk dat wanneer de geschiedenis wordt geschreven van deze campagne men van de Britse militairen zal zeggen: we hebben het er voortreffelijk vanaf gebracht.”

Zowel in Groot-Brittannië zelf als in Irak zijn er echter maar weinigen die zo positief over het Britse optreden in Zuid-Irak denken. Populair is de oorlog in Irak, waarin het land vooral door toedoen van oud-premier Tony Blair belandde, nooit geweest, al is door de jaren heen de bitterheid van de tegenstanders van toen wat afgesleten. Niettemin riep de Conservatieve oppositie gisteren op tot een onafhankelijk onderzoek naar de manier waarop de operatie in Irak was afgewikkeld.

Ook in Basra zelf is er veel kritiek op de Britten te horen. Weliswaar is de toestand in Basra, de tweede stad van Irak, juist het afgelopen jaar ingrijpend verbeterd, maar dat is vooral te danken aan een grote militaire operatie van maart vorig jaar van het Iraakse leger met Amerikaanse assistentie.

Door die manoeuvre werd de macht van de islamitische milities, die de stad min of meer in handen hadden weten te krijgen, althans voorlopig gebroken. De Britten, in theorie nog verantwoordelijk voor dit gebied, vervulden in de slotfase slechts een bescheiden bijrol in dit succesvolle offensief.

Mensen kunnen zich inmiddels weer betrekkelijk vrij op straat vertonen en er zijn ’s avonds weer restaurants open. Maar zes jaar na de komst van de Britten valt de elektriciteit nog altijd drie tot vier keer per dag uit en is er geen schoon water. In dat opzicht is er geen verschil met de donkere dagen van de afgezette dictator Saddam Hussein.

Het is veel Basrawi’s een raadsel waarom de Britten, die de wederopbouw van Basra hoog in het vaandel hadden, er in al die jaren niet in zijn geslaagd althans in die elementaire voorzieningen verbetering te brengen. Dit ondanks het feit dat er honderden miljoenen ponden voor waren uitgetrokken. De totale kosten van de interventie worden geraamd op zeven miljard pond (7,8 miljard euro).

Evenzo hebben de Britten ook veel hebben uit te leggen over het feit dat ze zich de controle over de stad steeds meer uit handen lieten nemen door de islamitische milities, die deels vanuit het buurland Iran werden gesteund.

Geïntimideerd door een reeks dodelijke aanslagen op hun manschappen trokken de Britten zich hoe langer hoe meer terug op hun relatief veilige basis in de woestijn, naast het vliegveld van Basra. Dat beperkte hun actieradius.

Die terugtrekking op hun hoofdkwartier buiten de stad wordt inmiddels ook door sommige Britse militairen als een grote fout gezien. „Je kunt niet heen en weer pendelen”, aldus een anonieme militair in het weekblad The Economist. „De Amerikanen leerden die les dat je tussen de mensen moet zitten.”

De burgerbevolking was intussen vooral in 2006 en 2007 overgeleverd aan een ware terreur van de milities. Volgens sommige schattingen lag het aantal moorden in Basra toen veertig keer zo hoog als in Groot-Brittannië. In totaal vielen er meer dan 3.000 doden – een fractie van de tol in Bagdad maar toch een hoge prijs.

Vooral vrouwen, die zich in de onverzoenlijke ogen van de milities niet fatsoenlijk kleedden, moesten het ontgelden. Veel jonge vrouwen werden vermoord op straat aangetroffen. In sommige opzichten deed het bewind van de milities denken aan dat van de Talibaan. Zo mocht er niet meer worden gezongen.

Het Britse optreden was zo veelbelovend begonnen bij de inval in maart 2003. De Britten, toen nog 48.000 man sterk, wisten de stad eenvoudig in te nemen. De overwegend shi’itische bevolking, die zwaar onder Saddams bewind had te lijden gehad, stond niet onwelwillend tegenover de Britten.

Maar doordat hun troepen werkloos toezagen bij massale plunderingen en er niet in slaagden de samenleving weer op gang te brengen, was hun krediet snel op. De milities vulden het vacuüm. De Britten zijn er sindsdien nooit in geslaagd Basra en omgeving echt onder controle te krijgen.