Brief naar de vrijheid

Mensen die een passie hebben waar ze niet van kunnen leven, werken graag bij de posterijen. De hoogte van het salaris, onlangs flink gekort, staat niet bovenaan hun prioriteitenlijst – het vaste inkomen en de vrijheid wel. Want ze willen een baan die ruimte laat. Ruimte om het hoofd vrij te houden voor een schaatscollectie, de brandweer, kunst, spiritualiteit of vogeltrek. En bij de post is het werk concreet en vergaderd wordt er nooit. Vijf TNT’ers vertellen.

Vogelringer en postsorteerder Marijke Vaneker, 47 jaar, Zwolle Marijke, werkzaam voor TNT Post en in haar vrije tijd vogelringer in Zwolle. Foto: Peter de Krom Krom, Peter de

‘Net zo vrij als in mijn creatieve werk’

Muzikant, muurschilder en postbesteller Bruno Lord, 58 jaar, Venray

Zijn hang naar vrijheid is van kindsbeen af ingehamerd, zij het onbedoeld. Lord is de zoon van een Britse militair. „Mijn vader zette het legerbestaan thuis gewoon voort.” Na diverse standplaatsen over de hele wereld werd de kleine Lord naar een militair internaat in Duitsland gestuurd. Het regime op die school vond hij verschrikkelijk. Op zijn achttiende zag hij zijn kans schoon. Hij vertrok, alleen, met niks, naar Londen, leidde daar een hippieleven en is in de muziek terechtgekomen. Jarenlang is hij on the road geweest met een psychedelische rockband. Naast muziek maakt hij muurschilderingen. Hij heeft net een grote opdracht uitgevoerd in Florida. Opleiding is er nooit aan te pas gekomen. „Mijn vader is trouwens sinds hij met pensioen is, een schatje. Hij maakt nu zelfs muziek met mij.”

Lord, die een Nederlandse moeder heeft, is nu zes jaar postbezorger. Hij heeft altijd van alles gedaan om geld te verdienen, maar dit is de eerste baan waarin hij regulier werk heeft en toch vrij man kan zijn. Dit blijft hij doen tot zijn pensioen, tenzij hij alsnog doorbreekt. Weer en wind, het maakt hem niet uit, „hoewel het in korte broek in de zomer toch iets plezanter is. Ik word er niet door belemmerd in mijn creativiteit, heb geen vergaderingen, niemand kijkt op mijn vingers. En toch heb ik een basisinkomen en ben ik verzekerd. Ideaal.” Hij loopt zijn rondje, lekker buiten. Hij kent iedereen en de mensen kennen hem. Het maakt hem blij als hij ergens een handgeschreven brief of ansichtkaart kan bezorgen. „Ik ben er trots op dat ik in dat TNT-pak kan lopen.” Alsnog een uniform? „Nee, zo voel ik het zeker niet. Tijdens het post bestellen denk ik net zoals tijdens mijn creatieve werk. Vrij.”

‘Je kunt ze niet in een albumpje stoppen’

Museumconservator en postbezorger Jan van Eijk, 60 jaar, Tienhoven

Jan van Eijk is nu 32 jaar postbode. Tot vijf jaar terug bezorgde hij brieven in de polders, maar wegens knieoperaties kon hij geen loopwijken meer doen. Nu rijdt hij zakken post naar steunpunten of naar grote klanten. Het gevoel van vrijheid is gebleven.

Schaatsen is zijn passie, hij is lang een verdienstelijk wedstrijdschaatser geweest. Dertig jaar geleden is hij daarnaast schaatsen gaan verzamelen. „Ik had er graag van geleefd, maar dat gaat nu eenmaal niet. Zo gaat het mooi samen.” Zijn baan biedt nog een pluspunt: in de kwart eeuw dat hij in de buitenwijken rond Maarssen brieven bezorgde, raakte hij nogal eens met mensen aan de praat. Zo heeft hij heel wat mooie schaatsen voor zijn verzameling kunnen ophalen. „Maar het zijn geen postzegels hè, dus je kunt ze niet in een albumpje stoppen. Ze stonden op het laatst zelfs bij onze jongens op de kamer, overal in huis.” Van de gemeente heeft hij toen speciale toestemming gekregen een stuk aan zijn huis te bouwen, daarin is nu het Schaatsmuseum Tienhoven gevestigd. Daar zijn ruim 400 paar te zien, sommige uit 1800. Duizenden kilometers heeft hij ervoor gereden, beurzen, markten en veilingen af. Bezoek van groepen vindt hij het leukst. Dan verhoogt hij de sfeer met een glühwijntje, vertoont hij filmpjes en vertelt.

Hij is trots op zijn baan, maar de komst van Sandd en Selekt Mail heeft wel een deuk geslagen in de romantiek van het vak. „Vroeger begonnen we allemaal om vijf of zes uur ’s ochtends en dan was je ’s middags om één uur klaar. Met zo veel vrije tijd deed iedereen er iets naast. Dat wordt minder. Maar mijn tijd zal het wel duren.”

‘Zo veel mensenkennis opgedaan’

Magnetiseur en postsorteerder Frieda Bremmer, 57 jaar, Nieuwegein

Toen Frieda Bremmers kinderen nog klein waren, is ze begonnen met een baan in de avonduren, want dan was haar man thuis en hoefden ze nooit oppas te regelen. Achttien jaar geleden begon ze als postsorteerder in Nieuwegein. „De eerste avond dat ik vertrok, zat mijn jongste huilend achter het raam. Ik vond het heel erg.”

In dezelfde periode is ze zich gaan verdiepen in spiritualiteit, Tarot en schilderkunst. Overdag volgde ze allerlei cursussen en deed ze de Tarotschool. Het avondwerk bleek goed bij haar ritme te passen, want als ze om twaalf uur ’s nachts thuiskomt, gaat ze schilderen of mediteren. Naast de cursus intuïtieve ontwikkeling was het werk bij TNT ook een leerschool. „Ik heb er zo veel mensenkennis opgedaan. En geleerd om voor mezelf op te komen.”

Inmiddels weten heel wat collega’s dat ze kan magnetiseren en Tarot kan leggen. Soms vragen ze of ze in de pauze kaarten wil leggen. Maar dat doet ze niet, „want daar is Tarot me te serieus voor”. Anders is het als een collega bij de lopende band vol poststukken doodmoe is of pijn heeft, dan magnetiseert Bremmer wel. „Laatst stokte de band en heb ik een collega behandeld. Ik legde mijn handen op haar schouders en voelde de energie stromen. Toen de post er weer aankwam, was zij helemaal opgeknapt. Dus het is ook nog eens in het belang van TNT, en gelukkig staat mijn teamleider ervoor open.”

Het sorteren en het spirituele gaan goed samen. Bremmer: „Voor beide gebruik je heel verschillende energie. Bij TNT sta je met beide benen op de grond en bij het spirituele gaat het om gevoel en je hart.”

‘Mooist is wanneer je de vogel vrijlaat’

Vogelringer en postsorteerder Marijke Vaneker, 47 jaar, Zwolle

Marijke Vaneker werkt al ruim tien jaar ’s avonds in het Sorteercentrum Brieven, om overdag de handen vrij te hebben. Het ene uur staat ze post in en uit te voeren, het andere uur tikt ze handmatig postcodes in. Op een avond zag ze op de pc van een chef een foto van een vogel. „Hé, een baardmannetje”, zei ze. „Toen vroeg hij of ik verstand van vogels heb, en als ik het leuk vond om een keer te kijken bij het ringen, was ik welkom.”

Zo is ze in de vogelringerij terechtgekomen én kwam er een nieuwe liefde in haar leven.

Op een vaste ringplek vangt ze ’s ochtends vroeg de vogels in netten. Ze meet ze, noteert hun gewicht, wat soms maar 9 gram is, en ringt ze.

Het mooie vindt ze dat ze aan de hand van een ringnummer de geschiedenis leert kennen van de zwaluw, de blauwborst of de kleine karekiet. De gegevens worden doorgegeven aan het vogeltrekstation, en als zo’n vogel wordt teruggevangen, kun je zijn omzwervingen volgen. „Als ik op een koude ochtend zo’n klein warm lijfje in mijn hand heb en het kloppende hartje voel, heb ik groot respect voor de natuur, het maakt dat de aardse beslommeringen even op een zijspoor staan. Maar het allermooiste moment komt toch wanneer je de vogel weer de vrijheid geeft.”

Ze is al twee keer samen met haar partner in Afrika gaan helpen bij een ringproject voor boerenzwaluwen. „Het is ongelofelijk om in Zambia in het donker, met een lampje op je voorhoofd, een boerenzwaluw terug te vangen in exact hetzelfde rietperceel waar je hem het jaar ervoor ving en ringde.”

Omstreeks deze tijd komen de trekvogels terug en hebben velen er een retourtje Afrika opzitten. Vaneker vindt het vergelijkbaar met het versturen van een brief naar een adres in de rimboe, met dit verschil dat er vele handen en machines aan te pas komen om de brief op het juiste adres te krijgen, terwijl zo’n vogeltje die duizenden kilometers op eigen kracht aflegt. De combinatie met haar werk is ideaal.

‘Je moet mens en dier helpen’

Vrijwillig brandweerman en pakketchauffeur Arie van Hengel, 55 jaar, Zwijndrecht

Arie van Hengel is graag dienstbaar. Als hij pakketten rondbrengt, maakt hij een praatje met de mensen. Daarom vindt hij dit werk leuker dan toen hij nog postbode was en hij „de post door de brievenbus douwde, zonder ooit iemand te zien”. Werken voor TNT was niet zijn droombaan, dat was de brandweer. „Op mijn veertiende begon ik bij de jeugdbrandweer. Het was mijn jongensdroom om vier jaar later als beroeps bij het grote korps te mogen beginnen.” Dat lukte niet, zo werd het de vrijwillige brandweer.

Al rijdt hij vijf dagen per week pakketjes rond, voor de brandweer staat hij 24 uur per dag klaar. „Vaak genoeg word ik tijdens het werk opgeroepen, dan rijd ik snel naar de kazerne, trek mijn brandweerpak aan en ruk uit met mijn ploeg.” Als hij klaar is met blussen zet hij de TNT-pet weer op, en gaat Van Hengel verder met het bezorgen van de pakketten. Dienstbaar is hij bij uitstek als brandweerman. „Je moet het gevaar doorsnijden en mens en dier helpen.” Soms maakt hij nare dingen mee, zoals die keer dat er twee mensen geëlektrocuteerd waren door hoogspanningsmasten. Dat beeld bleef nog lang hangen. Gelukkig is er goede nazorg na grote calamiteiten bij de brandweer. „Mijn baas bij TNT ziet het aan me als er iets ergs is gebeurd, en dan zegt-ie: ‘Arie, kom effe op kantoor een praatje maken.”

Van Hengel is 42 jaar bij de brandweer en 38 jaar bij de posterijen. „Ik heb al heel wat onderscheidingen gekregen voor zoveel jaren trouwe dienst.” De combinatie bevalt goed. „Het ene werk lijdt niet onder het andere.”