Baha'i's zijn in Egypte hun leven niet zeker

Wie niet gelooft in een van de drie geopenbaarde religies heeft het moeilijk in Egypte. Dat ervaren de Baha’i’s. Verslag van een taai gevecht om het bestaan.

Basma Moussa spreekt met bevende stem. Uit angst en woede tegelijk. Een islamitische sjeik heeft aangifte tegen haar gedaan omdat ze godslasterlijke rituelen zou hebben volvoerd en destructieve ideeën uitgesproken. Daarmee zou ze de veiligheid en stabiliteit van het land in gevaar hebben gebracht en het karakter van de Egyptische samenleving hebben bedreigd. „Dat is nogal wat voor een docent tandheelkunde aan de Universiteit van Kairo, vindt u niet?” zegt ze cynisch.

Haar vergrijp? Moussa is baha’i, een religie die in Egypte als geloofsafval van de islam wordt beschouwd. Eind vorige maand had Moussa met een handvol geloofsgenoten in een park een feestje georganiseerd om de nieuwjaarsdag van haar geloof te vieren. Daarbij had ze ook de pers uitgenodigd om te laten zien dat haar overtuiging niet zo kwaadaardig is als in de lokale media vaak wordt voorgesteld.

De volgende dag werd zij samen met een andere baha’i uitgenodigd als gast in het populaire praatprogramma Al-Haqiqa – De Waarheid. Het televisiegesprek met andere genodigden liep al snel uit de hand. Een bestuurslid van de journalistenvakbond kon zich niet beheersen en schoot fel tegen de baha’i’s uit. Ze zouden zionistische agenten zijn. Hij bedreigde Moussa met de dood.

Kort daarop schreef een andere bekende journalist in een commentaar in de staatskrant Al-Gomhuria dat de baha’i uit een klein dorpje in het zuiden van Egypte verjaagd moesten worden. Op de televisie was namelijk gezegd dat er veel baha’i’s in Al-Shorania nabij Suhag wonen. Daar moest maar eens een eind aan komen. De volgende dag werden hun huizen door de lokale bevolking in brand gestoken. De baha’i’s wisten te ontkomen. Hun gezinnen leven nu ondergedoken. Volgens de politie hadden de lokale moslims uit woede het televisieprogramma gehandeld. Hun reputatie was immers beschadigd.

Moussa deed aangifte. „Iemand met de dood bedreigen is strafbaar, ook in Egypte”, zegt ze. Of de openbaar aanklager de zaak ter hand neemt is nog niet duidelijk. Maar Moussa is inmiddels alweer opnieuw in de verdediging gedwongen. Yusuf al-Badri, een islamitische schriftgeleerde en rabiate vervolger van afvalligen en anderen die zich in zijn ogen niet aan de bepalingen van de shari’a, het islamitisch recht, houden, geeft haar de schuld van de geweldsexplosie. Ze zou er zelf om hebben gevraagd door haar ketterse geloof publiekelijk uit te dragen.

Baha’i’s zien hun geloof als een voortvloeisel van de joodse, christelijke en islamitische religies. Ze erkennen de respectieve profeten, maar menen dat Mohammed niet de laatste boodschapper van God is geweest. Bahá’u’lláh, anderhalve eeuw geleden in Iran de stichter van de godsdienst, zou de negende profeet zijn geweest. Duizend jaar na zijn dood zal er een tiende en laatste profeet komen, zo geloven de baha’i’s. In Egypte leven hooguit enkele duizenden baha’i’s. Wereldwijd zijn er naar schatting ruim vijf miljoen volgelingen, merendeels in Iran, India en de Verenigde Staten. Het internationale hoofdkwartier is in de Israëlische stad Haifa gevestigd.

Niet alleen islamitische schriftgeleerden beschouwen baha’i’s als afvalligen van de islam, ook de Egyptische staat heeft geen plaats voor hen. Formeel worden alleen de islam, het christendom en het jodendom als goddelijke religies erkend. Alle andere geloofsovertuigingen zijn voor staatsburgers verboden terrein. De geloofsgroep is in Egypte altijd vervolgd en gediscrimineerd, maar sinds enkele jaren is hun positie nog benarder geworden. Nadat het ministerie van Binnenlandse Zaken een computergestuurd registratiesysteem in gebruik had genomen om alle staatsburgers van nieuwe plastic identiteitskaarten te voorzien, werden de baha’i’s geweigerd. Burgers zijn verplicht hun geloofsovertuiging te vermelden, maar het softwareprogramma accepteert alleen moslim, christen of jood.

Dat bracht de baha’i’s er vijf jaar geleden toe een rechtszaak aan te spannen, want zonder identiteitskaarten kunnen ze geen aanspraak maken op onderwijs of gezondheidszorg. „Bovendien is het strafbaar als je geen papieren kan laten zien wanneer de politie daarom vraagt”, aldus Bahgat. Tot ergernis van Yusuf al-Badri en andere sjeiks bepaalde het Hooggerechtshof vorige maand dat baha’i’s toch recht hebben op een identiteitskaart zonder dat ze hoeven te liegen over hun geloofsovertuiging. Kort gezegd, ze mogen hun religie onvermeld laten. Het is vooral deze overwinning van Moussa en haar medestanders die veel fundamentalisten en commentatoren in woede heeft ontstoken.

„De uitspraak van de rechter is baanbrekend”, zegt Hossam Bahgat, de mensenrechtenadvocaat die de baha’i’s juridisch heeft bijgestaan. „Het is een overwinning voor alle Egyptenaren die geloven in de gelijkheid van alle burgers los van hun geloof.”

Maar ruim een maand na de rechterlijke uitspraak, hebben de baha’i’s nog altijd geen nieuwe persoonsbewijzen ontvangen. Individuele functionarissen bij de afdeling Burgerlijke Stand van het ministerie van Binnenlandse Zaken werken tegen, vertelt Moussa. Vroeger waren ambtenaren nog wel bereid om het vakje ‘religie’ open te laten of met ‘anders’ in te vullen zolang ze zelf maar niet in de problemen kwamen, aldus de tandheelkundige. Tegenwoordig zijn de ambtenaren strikter geworden. „Bij gebrek aan duidelijk regeringsbeleid volgen ze de sjeiks die in de moskee of op de satelliettelevisie tegen ons tekeergaan.”

    • Alexander Weissink