Amerika als oorlogszone

De Amerikaanse fotograaf Anthony Suau keerde terug naar zijn vaderland, om het menselijke drama achter de haperende economie van de VS te registeren. Hij won er de World Press Photo mee.

Anthony Suau Foto Anthony Suau Paris, France May 2, 2006 Portrait winnaar world press photo 2008 Suau, Anthony

’Het leek net op een oorlogssituatie. De deuren en ramen waren dichtgetimmerd, het was donker en je wist niet wat je zou aantreffen in de volgende kamer. Soms vonden we een dood huisdier, af en toe waren er krakers of vandalen ingetrokken. Je wist niet of ze binnen zouden zijn en of ze misschien zouden gaan schieten. Het is per slot van rekening toch Amerika.”

Fotograaf Anthony Suau, winnaar van de World Press Photo of the Year 2008, vertelt via de telefoon vanuit zijn huis in Brooklyn over zijn ervaringen vorig jaar maart, toen hij voor Time Magazine op reportage ging naar Ohio om daar een fotoserie te maken over de kredietcrisis in Amerika. Het winnende beeld uit die serie, vanaf 4 mei te zien op de World Press Photo tentoonstelling in de Oude Kerk in Amsterdam, maakte Suau in Cleveland, waar hij een gewapende agent van de Cuyahoga County Sheriff’s Department fotografeerde die door een huis wandelt dat is verlaten door mensen die hun hypotheek niet konden betalen. „Ik heb wel heftige reacties gehad op de foto. Mensen waren geshockeerd dat de overheid het nodig vindt dat een gewapende agent de huizen onderzoekt. Maar ik was eerlijk gezegd blij dat er iemand met een pistool bij was.”

Anthony Suau (Illinois, 1956) maakt al twintig jaar reportages voor Time. Zijn stijl is betrokken, simpel en direct. Hij fotografeert, in de traditie van de ouderwetse fotojournalistiek, zoveel mogelijk in zwart-wit. In de afgelopen jaren heeft Suau al heel wat extreme situaties voor zijn lens gehad. Voordat hij eind 2007 terugkeerde naar New York, was hij langdurig op reis. Voor zijn boek Beyond the Fall (2000), waar hij tien jaar aan werkte, legde hij de veranderde samenlevingen in het voormalige Oostblok vast. Hij reisde door Afrika, waar hij de genocide in Rwanda fotografeerde en ontving in 1984 een Pulitzer Prize voor zijn reportage over de hongersnood in Ethiopië. Ruim tien jaar later kreeg hij de Robert Capa Gold Medal Award voor een reportage over Tsjetsjenië. Sinds vorig jaar heeft Suau zijn lens gericht op de situatie in zijn eigen land.

De economische crisis werd hem letterlijk in de schoot geworpen bij zijn terugkomst in de Verenigde Staten. Suau kocht een huis in Brooklyn op het moment dat de hypotheekcrisis losbarstte. „Toen ik in de zomer van 2007 op zoek ging naar een koophuis in Park Slope, merkte ik ineens hoe moeilijk het was om een lening af te sluiten.” In maart 2008 begonnen de eerste banken in de problemen raakten. Suau ging voor Time naar Wall Street waar hij gefrustreerde handelaren fotografeerde op de New York Stock Exchange. De dag nadat de Amerikaanse Centrale bank de zakenbank Bear Stearns met miljardensteun overeind moest houden, fotografeerde hij Ben Bernanke, voorzitter van de Centrale Bank, in zijn kantoor. „Dat was puur geluk, ik was precies op de juiste plek op het juiste moment.”

In diezelfde maand vertrok Suau

richting Cleveland. Wat hij daar aantrof, was volgens de fotograaf ronduit schokkend. „Het was alsof ik terug was in New Orleans, vlak na de ramp met orkaan Katrina. Ik zag duizenden verlaten huizen, dichtgetimmerd met houten platen voor de ramen en deuren, overal op de straten lag troep. Soms was het alsof een hele straat in een keer was leeggeveegd.”

Cleveland was niet de enige plek waar zulke dramatische omstandigheden heersten. Suau trok verder en bezocht verschillende steden die deel uitmaken van de ‘Rust Belt’ – de staten rond de Grote Meren, zoals Ohio, Michigan en North Indiana. Dit gebied, dat tot in de jaren vijftig van de vorige eeuw het zwaartepunt vormde van de zware industrie, dankt zijn naam aan de verroeste machines en verlaten fabrieken die verspreid langs de wegen staan. „Ik ben net terug uit Detroit, het voormalige centrum van de auto-industrie. Wat ik daar aantrof is nog veel erger dan in Cleveland. Op dit moment staan er in de stad 80.000 gebouwen leeg, echt ongelooflijk.”

De neergang van Detroit begon volgens Suau al veel eerder, maar de kredietcrisis heeft de stad de genadeklap bezorgd. „In de jaren vijftig woonden er zo’n 2 miljoen mensen. Dat aantal is nu gehalveerd. Iedereen loopt weg, overal sluiten de staalfabrieken. Als je door het centrum loopt en naar de skyline kijkt, is eenderde van de gebouwen leeg. De aanblik is apocalyptisch, het deed me denken aan gebombardeerde steden als Stalingrad en Grozny.”

Ook in Elkhart, een stad van blanke Amerikaanse middenstanders in Indiana, werd Suau geconfronteerd met dramatische taferelen. „Op het eerste gezicht lijkt daar helemaal niks aan de hand te zijn. Maar in de afgelopen maanden zijn er tien autofabrieken gesloten. Je ziet nu dat er overal bedrijven en winkels dicht gaan. De werkloosheid is er gestegen tot 22 procent. Mensen hebben geen geld meer om eten te kopen.”

De situatie in Elkhart werd begin maart zelfs zo nijpend dat de hulporganisatie Feed The Children dertien vrachtwagens naar de stad stuurde om 5.200 gezinnen van voedsel te voorzien. „Dat is een situatie die doet denken aan de Grote Depressie van 1929.”

Omdat er steeds meer parallellen opdoemen met het Amerika uit de jaren dertig van de vorige eeuw heeft Suau besloten om, samen met een groep bekende Amerikaanse fotojournalisten onder wie David Burnett, Brenda Ann Kenneally en Stanley Greene, een gezamenlijk project op te zetten getiteld Facing Change: Documenting America. Directeur van deze nieuwe organisatie is MaryAnne Golon, voormalig chef fotografie bij Time. Het project moet een eigentijdse variant worden van de Farm Security Administration (FSA), het fotografisch project dat in 1935, als onderdeel van de New Deal, door de regering Roosevelt werd opgezet. Destijds was het doel van de FSA om ‘Amerika aan de Amerikanen’ te introduceren.

Fotografen als Dorothea Lange, Walker Evans en Edwin Locke trokken, onder leiding van econoom en fotograaf Roy Stryker, door delen van het land die het hardst werden getroffen door de crisis. Hun foto’s, die inmiddels zijn opgeslagen in het Nationale Archief in Washington D.C., maken nu deel uit van de Amerikaanse collectieve geschiedenis. „Fotografie is nog altijd een geweldig middel om menselijk drama te tonen. We willen met deze groep opnieuw door het land trekken en de effecten die de economie op het leven van gewone mensen heeft in kaart brengen.”

Omdat het project op ideële gronden is opgezet, hoopt Suau dat een deel van de financiering vanuit de overheid zal komen. „De reacties tot nu toe zijn zeer positief”, zegt Suau. „We werken samen met Alison Nordström, curator van fotomuseum George Eastman House. Tipper Gore, zelf ook fotografe, heeft toegezegd adviseur te worden. We hebben inmiddels goede contacten in Washington die ons gaan helpen met fondsenwerving.”

Het uiteindelijke doel is dat het nieuwe werk van het project rechtenvrij aan non-profitorganisaties beschikbaar wordt gesteld. „Kranten en andere media zullen een kleine bijdrage moeten betalen. De bedoeling is dat deze foto’s ook in het Nationale Archief worden opgenomen zodat ze voor iedere burger toegankelijk zijn en gebruikt kunnen worden voor tentoonstellingen op scholen of in musea.”

Wat hij de afgelopen maanden heeft gezien, heeft Suau gesterkt in zijn overtuiging dat de economische crisis zijn hoogtepunt in de Verenigde Staten nog niet heeft bereikt. Het noodlijdende autoconcern General Motors, dat op dit moment in leven wordt gehouden met overheidskredieten, zal volgens hem onherroepelijk failliet gaan. „Dat zal een enorme impact hebben op de rest van het land. Veel fabrieken leveren onderdelen aan General Motors. Als zij hun deuren eveneens moeten sluiten, wordt het verlies aan banen enorm. De grote klap in deze crisis moet nog komen en ik denk dat we ons nog geen goede voorstelling kunnen maken van de gevolgen.”

Suau heeft het gevoel dat de Amerikaanse media de recessie nog te weinig serieus nemen. „Een krant als The New York Times doet aan serieuze berichtgeving, maar toch proef ik bij andere media nog een soort wensdenken dat alles wel goed gaat komen. Dat is ook heel menselijk. Ik merk het ook bij mij in de buurt. Ik zie steeds meer mensen om mij heen hun baan verliezen. Maar wie nog wel aan het werk is, wil nog steeds niet zien wat er daadwerkelijk aan de hand is.”

Toch maakt Suau zich nog niet

al te veel zorgen over zijn eigen toekomst, ondanks tegengestelde berichten hierover in de media. Kort nadat bekend was gemaakt dat hij de World Press Photo 2008 had gewonnen, verscheen er op de internetsite Photo District News (PDN) een interview met Suau, onder de titel ‘World Press Photo Winner Struggling to Find Work’. Hierin stond dat de fotograaf, vanwege een gebrek aan opdrachten, in de financiële problemen was geraakt en misschien wel zijn huis in Park Slope zou moeten verkopen. „Dat was gelogen. Ik had tegen de interviewer gezegd dat ik in de afgelopen twee maanden weinig opdrachten had gekregen. Maar op de vraag of ik echt in financiële problemen zat, heb ik ontkennend geantwoord.”

Toch begint het voor fotografen ook een stuk moeilijker te worden om aan het werk te blijven. Suau ziet het om zich heen gebeuren. „Ik ken beroemde fotografen die het op dit moment flink moeilijk hebben. Neem Annie Leibovitz. Zij moest onlangs het copyright, de negatieven en de rechten van al haar werk belenen omdat ze in geldnood zit. Nu komt dat doordat ze door persoonlijke omstandigheden veel schulden had, maar toch, het is duidelijk dat de markt voor fotografie aan het opdrogen is.”

Ook voor Suau vonden er veranderingen plaats. Zijn vaste contract bij Time werd begin dit jaar omgezet in een nieuwe overeenkomst waarbij nog altijd werk van hem wordt afgenomen, maar hem geen vast inkomen meer wordt gegarandeerd. „Het heeft te maken met de algemene veranderingen binnen de krantenwereld. Overal wordt bezuinigd, kranten dreigen te verdwijnen, voor fotografen is die situatie niet gunstig.” Op dit moment verdient Suau nog het meest met de verkoop van beelden uit zijn archief. „Zo’n zesduizend foto’s staan online, 90 procent wordt verkocht aan afnemers in het buitenland. Maar in Amerika wordt maar heel weinig van mijn werk gepubliceerd.”

Het beeld dat hij van zijn land schetst, is allesbehalve rooskleurig. Heeft Suau eigenlijk nog enige hoop voor de toekomst? „Wel sinds Obama president is geworden. Hij is onze enige hoop.” Dat Suau niet eerder terugkeerde naar zijn vaderland heeft te maken met de richting die het land was opgegaan onder leiding van president Bush. „In 2004, het moment dat de oorlog in Irak begon, maakte ik net de overweging om vanuit Parijs weer naar New York te verhuizen. Maar ik heb er uiteindelijk van afgezien.” In plaats van naar Irak te vertrekken toen daar de oorlog uitbrak, besloot Suau voor Time juist de camera te richten op Amerika. „De wijze waarop de oorlog via de media werd verkocht aan het Amerikaanse volk vond ik angstaanjagend. Met name de dingen die op de radio werden gezegd door rechtse presentatoren zoals Rush Limbaugh en andere types die hem probeerden te imiteren, vond ik stuitend: iedereen die ook maar iets tegen de oorlog inbracht, werd letterlijk uitgejouwd. Ik vond het een vorm van totalitarisme.”

De verschillende reportages die Suau gedurende die tijd maakte, bundelde hij in Fear This: A Nation at War een boek waarin hij alle protestbewegingen, van rechts tot links, in beeld bracht. „Het was goed om al die verschillende kanten vast te leggen, maar ik wist wel: in dit land wil ik mijn dochter niet opvoeden.” Nu president Obama aan de macht is, voelt Suau zich meer thuis in eigen land. „Op een ochtend, toen ik in 2004 in Boston was voor de nationale bijeenkomst van de Democraten, werd voor mijn hotel een klein podium gebouwd. Iemand ging daar een toespraak houden. Dat was Barack Obama. Ik had nog nooit van de man gehoord. Ik ben die dag door collega’s aan hem voorgesteld en diezelfde avond hield hij op dat podium de rede die het land in vuur en vlam zette. Het viel me toen al op hoe helder en correct hij zijn gedachten verwoordt. Ik dacht: this guy is unbelievable.”

Of Obama het land uit het slop zal kunnen halen, betwijfelt Suau. „Hij heeft zeker acht jaar nodig. Hij zal een konijn uit de hoge hoed moeten toveren om deze crisis te kunnen bestrijden.”

Tentoonstelling: World Press Photo, met de winnende foto’s, van 4 mei t/m 28 juni, Oude Kerk, Oudekerksplein 28, Amsterdam.Zie ook: wordpressphoto.org