Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.

Milieu en natuur

Zo mooi is de paardebloem

Raar dat na zo’n koude winter we ineens zo’n verrukkelijk warm, overvloedig voorjaar hebben. Niets hoeft afgewacht in schrale wind, alles is er gewoon, en als je even niet oplet is het alweer voorbij ook. Je vraagt je af wat we in mei nog moeten nu alles wat kan bloeien al uit zijn knop geknald is. Het lijkt net of de tuin al veel verder is dan ikzelf - in de verte zie ik hem op weg naar de zomer terwijl ik nog wat voorjaarsachtig verrukt naar een paardebloem sta te staren.

Ik weet wel dat ik die van echte tuinmensen met wortel en al moet uitsteken. Want dat ze woekeren, zowel ondergronds, met die lange wortels, als bovengronds, met hun lichte pluizenbolletjes. Maar ik vind ze zo mooi.

Vroeger, als kind, leek me de glanzende boterbloem of het bevallige madeliefje waar je bovendien kransen van kon vlechten, verre te prefereren boven de mijns inziens grove paardebloem met zijn dikke steel, die bovendien smerig bitter sap afscheidde dat je altijd bij het plukken aan je vingers kreeg.

Oh bah, wat was dat een stomme bloem zeg.

Maar dat is totaal veranderd. Nu vraagt het einde van april om speciale excursies door de weilanden waar je dan, kleine kreetjes slakend, de gouden weelde van de paardebloem in volle glorie kunt zien.
’t Is trouwens niet één bloem, maar vele bloemen bij elkaar. Elk van die gele blaadjes is een bloemetje. Ook al zoiets wonderbaarlijks.

En dan komt daar nog bij, dit is tenslotte een kookrubriek, dat de paardebloem genuttigd kan worden. Nu ja, niet gewoon de bloemen met handenvol naar binnen proppen, maar je kunt er limonade van maken. Of gelei, ook heel lekker, paardebloemengelei op een beschuitje.

In de zomer wil je nog wel eens iets drinken dat geen thee is, en dan zijn die lichte bloesemlimonades, vlierbloesem bijvoorbeeld ook, heel aantrekkelijk. Niet te veel in het glas doen, dan wordt het zo zoet, maar een beetje geur bij de Marie-Henriette Spa maakt zo’n glas water toch veel meer tot een traktatie.

Paardebloem smaakt bovendien heel verrukkelijk zomers en bloemig. Eigenlijk zou zo’n bloem ook een andere naam moeten hebben, iets lieflijkers.

Hoe dan ook: maak die limonade. Dat geeft twee keer plezier: eerst mag je naar buiten om paardebloemen te plukken en daarna heb je flessen met eigen limonade. Verzamel eerst wat geschikte flessen. En maak ze goed schoon, steriliseer ze bij voorkeur even in een pan kokend water. Een trechtertje of een kan met een goed tuitje is ook handig.

Limonade van paardebloemen

  • 6 handenvol paardebloemen
  • 1/2 citroen
  • 1 liter water
  • 1 kilo suiker
  • lege, afsluitbare flessen

Pluk de paardebloemen - alleen de bloemen, niet de stelen. Spoel ze af wegens eventuele beestjes (niet dat die zo erg zijn, je filtert de limonade toch).

Doe de paardebloemen met de in plakken gesneden citroen in het water.
Breng aan de kook, doe de suiker erbij en roer tot die is opgelost. Laat een dag en een nacht staan en giet de siroop dan door een fijne zeef.

Voor gelei kook je de siroop nu verder in, een paar uur, tot-ie aan de lepel blijft kleven. Doe hem in gesteriliseerde potjes en laat afkoelen.

De limonade kan gewoon vast feestelijk gedronken, in een wolk van zomerse gevoelens.