Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Politie, recht en criminaliteit

De rechter neemt huiverend een stapje in de moderne tijd

Rotterdam heeft sinds kort de eerste digitale rechtszaal van Nederland. Begin van het einde voor het papieren dossier? De rechter wil weten of een digitaal aangeleverd stuk echt is.

De digitale rechtszaal waarmee de rechtbank in Rotterdam momenteel experimenteert. Foto Tom Pilzecker
De digitale rechtszaal waarmee de rechtbank in Rotterdam momenteel experimenteert. Foto Tom Pilzecker Pilzecker, Tom

Rechters die niet meer zeulen met papieren dossiers, geen ordners voor de officier van justitie en advocaten die hun pleidooi van een computerscherm lezen. Het strafrecht maakt zich op voor een digitale revolutie.

In Rotterdam werd afgelopen woensdag officieel de eerste ‘digitale zittingszaal’ van Nederland geopend. Hier beproeft vooral de bestuursrechter de digitale voortgang van de rechtsgang [zie kader].

Volgende maand moeten alle rechtbanken zijn overgestapt op een nieuw digitaal registratiesysteem: het Geïntegreerd Processysteem Strafrecht. Dit GPS maakt koppeling mogelijk met een digitaal dossier. Dat dossier kan onder meer processen-verbaal, getuigenverklaringen en bewijsmateriaal als geluidsfragmenten en videofilms bevatten. Tijdens zittingen kunnen de rechter en de officier van justitie met dit digitale dossier werken. Het doel is meer efficiency, snellere verspreiding van processtukken, minder fouten en een uniforme aanpak bij elk parket.

Openbaar Ministerie (OM) en Raad voor de Rechtspraak werken al sinds 2000 aan GPS. De invoering ervan – kosten: 100 miljoen euro – gaat moeizaam, onder meer door „het harmoniseren van de gebruikerswensen”, zegt een woordvoerster van het OM. Zeventien van de negentien rechtbanken werken nu met het systeem. Vooralsnog gaat het alleen om zaken bij de kanton- en politierechter. De meervoudige kamer is volgend jaar aan de beurt.

Het grootste probleem van het digitale dossier is dat veel processtukken nog op papier worden aangeleverd, mét handtekening. Politie en OM zijn nog niet zover dat ze kunnen werken met elektronische handtekeningen. Ook de juridische status van de digitale handtekening is nog onvoldoende. Wetgeving is in voorbereiding om met elektronisch ondertekende processen-verbaal te werken.

De vorming van het digitale dossier vindt nu nog plaats bij het OM. Daar worden processtukken gescand en als pdf-bestanden opgeslagen. Dat is bewerkelijk en tijdrovend. De volgende stap moet daarom zijn dat de politie alleen nog digitale dossierstukken aanlevert, legt Michiel de Ridder uit, werkzaam bij de rechtbank Zwolle-Lelystad en projectleider GPS voor de rechterlijke organisatie.

De Ridder ziet de elektronische handtekening als grootste struikelblok. Neem de getuigeverklaring na een overval, die met een digitale handtekening ondertekend zou kunnen worden. „De kans is groot dat iemand zijn persoonlijke code dan vergeten is.”

Bart Jacobs, hoogleraar computerbeveiliging aan de Radboud Universiteit Nijmegen, deed onderzoek naar het digitale strafdossier. Volgens hem moeten justitie en politie een „cultuuromslag” maken. „Rechters zijn gewend om van papier te werken, maar met deze ontwikkelingen ontkomen ze niet aan digitale dossiers. In de medische wereld zie je precies hetzelfde.”

De rechter speelt een belangrijke rol bij de processtukken: het is aan hem de authenticiteit ervan te vast te stellen. En daar ligt een probleem, zegt de Dordtse rechter Ad Hameete. Hij deed vorige maand, bij wijze van proef, zo’n tien zaken met behulp van het GPS-systeem. Hameete: „Hoe weet ik of een digitaal aangeleverd stuk echt is? Bij papieren dossiers heb ik daar ervaring mee en zie ik dat snel genoeg.”

De twijfel van Hameete komt Bert-Jaap Koops, hoogleraar recht en technologie aan de Universiteit van Tilburg en een van de onderzoekers naar het digitale strafdossier, bekend voor. „Rechters zijn huiverig voor digitaal aangeleverde stukken.”

Die vrees is niet terecht, zegt Koops. Een proces-verbaal dat is gescand en wordt opgeslagen in een digitaal dossier heeft evenveel bewijskracht als de papieren versie.

Het systeem moet vooral gebruiksvriendelijk zijn, vindt Hans Franken, CDA-senator en hoogleraar informatierecht aan de Universiteit Leiden. „Want anders gaat men fouten maken.”

Franken, in het verleden zelf rechter, kan zich goed voorstellen dat rechters weerstand hebben tegen het digitale dossier. „Het downloaden van bestanden kan soms lang duren en door lange stukken scrollen werkt ook niet handig.”

Ook de beveiliging is een kwestie. „Je kunt er donder op zeggen dat criminelen proberen in te breken om gegevens aan te passen”, zegt Erik Proper, hoogleraar informatiekunde aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Volgens projectleider De Ridder zijn strenge veiligheidsmaatregelen genomen. Er is een uitgebreid stelsel bedacht dat toegang en bevoegdheden regelt van medewerkers op uiteenlopende niveaus.

Advocaten hebben nog geen toegang tot het systeem. Volgens De Ridder is de beveiliging van extern gebruik nog niet adequaat geregeld. Om die reden hebben ook verdachten nog geen toegang tot hun eigen digitale dossier. Het is volgens De Ridder wel de bedoeling dat partijen buiten justitie en politie het digitale dossier op termijn kunnen gebruiken.