Driehonderd keer naar de zon

Kan een journalist bijdragen aan de oplossing van een probleem? Joris Luyendijk zoekt en onderzoekt.

Schoenen op straat. beeld Lars van den Brink
Schoenen op straat. beeld Lars van den Brink Brink, Lars van den

Deze week in het onderzoek of Nederland moet overstappen op elektrische auto’s: feiten en cijfers. Wij hebben in de aanbieding: goed nieuws, beter nieuws, nog beter nieuws, en slecht nieuws.

Zevenennegentig miljard kilometer. Hoe maak je zo’n getal van twaalf lettergrepen tastbaar? Ik dacht dat de zon ver weg was, maar wie bereid is zevenennegentig miljard kilometer te rijden, kan dik driehonderd keer op en neer. Of twee miljoen maal de aarde rond, of meer dan honderdduizend keer naar de maan. En terug.

Je kunt ook in eigen land rondjes gaan rijden en dat doen wij Nederlanders. Want zevenennegentig miljard kilometer is wat wij vorig jaar met zijn allen binnen de eigen grenzen per auto aflegden. Het werd net al beloofd: goed nieuws. Want dat kunnen wij dus! Trots op Nederland! Beter nieuws: wij leggen ook nog miljarden kilometers af per trein, per fiets en te voet. Het Centraal Bureau voor de Statistiek waarvan deze cijfers komen, spreekt dan ook van de jaarlijks door Nederland geleverde ‘vervoersprestatie’.

De vraag is dan: zouden we die 97.000.000.000 autokilometers voortaan op elektriciteit kunnen presteren in plaats van benzine? En dus niet langer miljarden oliedollars per jaar overhandigen aan dictators, die daarvan weer kernbommen maken, Koranscholen bouwen en gevangenissen voor mensenrechtenactivisten?

Opnieuw goed nieuws. De actieradius van elektrische auto’s ligt op dit moment tussen de 150 en de 300 kilometer. Van alle ritten in Nederland valt 99,3 procent binnen die 150 kilometer. Het aantal ritten boven de 300 kilometer is vrijwel nihil. Anders gezegd: slechts één op de 140 keer dat een Nederlander in de auto stapt, rijdt hij of zij verder dan wat een elektrische wagen nu aankan.

Alvast drie maar’en: sommige mensen maken meer ritten op één dag en de oplaadtijd van een accu is vooralsnog een paar uur. Tweede maar: autovakanties. Oplossing: je zou apart auto’s kunnen verhuren, voordelig toegesneden op de soort vakantie. Voordeel: forensen kunnen toe met een kleiner model. Nu rijden sommige mensen een jaar lang naar hun werk in een lege zevenzitter, zodat ze twee of drie keer per jaar met de hele familie naar Italië en Oostenrijk kunnen.

Derde maar: je moet de elektriciteit voor die auto’s nog steeds opwekken en een deel van de veertig tot vijftig miljard euro die wij jaarlijks aan het buitenland geven in ruil voor ruwe aardolie (veertig tot vijftig miljard!) gaat naar elektriciteitscentrales. Je bent dus niet verlost van je olieafhankelijkheid wanneer je afstapt van de benzinemotor. Wie wil, kan hierin slecht nieuws zien. Dat doen we niet, want het slechte nieuws komt zo. Liever onthullen we dat zelfs met energie uit kolen de elektrische auto schoner rijdt dan de benzinemotor. Precies hoeveel hangt af van welke instantie je dit vraagt en mij ontbreekt voorlopig nog de expertise te beoordelen wie gelijk heeft.

Het slechte nieuws is dat ik hier heel graag de aanschaf had aangekondigd van zo’n elektrische auto – maar helaas. Het had me zó journalistiek 2.0 geleken om over het gebruik ervan te berichten. Helaas is er nog geen model op de markt waarin mijn hele gezin past. Het alternatief is m’n bestaande auto te laten ombouwen en voor die tienduizenden euro’s ben ik nu aan het sparen. Net als voor een garage, want als Amsterdammer heb ik geen eigen parkeerplaats waar ik kan opladen.

Damn! Het is één van de impasses voor de elektrische auto: bij gebrek aan vraag blijft het aanbod zwaar achter. En omdat het aanbod zo achter blijft, is er weinig vraag.

Dus zou je zeggen: forceren die boel. Maar ook dat ligt genuanceerd. Ingewijden spreken van twee gevaren. Als eerste: de impasse duurt voort, waardoor elders in de wereld die innovatieve industrie voor elektrisch vervoer ontstaat, en niet bij ons. Het andere gevaar betreft een explosie van goedbedoelde, maar ongecoördineerde experimenten en initiatieven. Dan staat straks Nederland vol met oplaadpaaltjes die allemaal een andere standaard hebben, zoals met opladers voor mobiele telefoons. De onvermijdelijke kinderziektes eisen hun tol en aan het eind van het liedje staat op ieder Nederlands bedrijventerrein een oplaadpaaltje weg te roesten. Daarna beschadigt slechte publiciteit het imago van elektrische auto’s zodanig dat je slechter af bent dan in de huidige impasse.

Je zou er moedeloos van worden, als er niet zoveel te winnen viel, vooral economisch. Een voorbeeldje: stel dat Nederland als eerste land ter wereld elektrisch gaat, dan gaat de wegenwacht enorm veel nieuwe kennis opdoen over onderhoud, reparatie enzovoort. Als de rest van Europa even later ook de overstap maakt, ontstaat een fenomenale markt voor opleidings- en bijspijker-instituten rond elektrische auto’s. Laat de ANWB dan net een kolossale campus hebben gebouwd voor wegenwachten uit heel Europa! De ANWB als nieuwe multinational... Een belachelijk idee? Ik ga het ze eens vragen.

NRC betaalt voor dit verhaal 500 euro, waarvan de helft gaat naar een speciaal fonds waarover volgende week meer.