Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Onderwijs

Hangjongeren wennen aan de pijn

Waar winden stedelingen zich over op? In Rotterdam hangen vijftig mosquito’s om hangjongeren te verdrijven.

In een winkelstraat in Rotterdam-Zuid hangen apparaten die een hoge pieptoon produceren die alleen jonge oren kwelt. Wie er langsloopt, krijgt hoofdpijn. Foto Walter Herfst Rotterdam, april 2009 Aan de Wolphaertsbocht, ter hoogte van nr. 43, op de hoek met de Clemensstraat, hangen een aantal zogenoemde mosquito's. Dat zijn piepkastjes die met een irritante pieptonen hangjongeren moeten verjagen. foto; Walter Herfst
In een winkelstraat in Rotterdam-Zuid hangen apparaten die een hoge pieptoon produceren die alleen jonge oren kwelt. Wie er langsloopt, krijgt hoofdpijn. Foto Walter Herfst Rotterdam, april 2009 Aan de Wolphaertsbocht, ter hoogte van nr. 43, op de hoek met de Clemensstraat, hangen een aantal zogenoemde mosquito's. Dat zijn piepkastjes die met een irritante pieptonen hangjongeren moeten verjagen. foto; Walter Herfst Herfst, Walter

„Irritant man!” zegt Mohammed (10) over de mosquito, een apparaatje dat een pieptoon produceert die alleen door jongeren kan worden gehoord. „Het doet pijn in mijn kop.” Zijn vrienden Ercan, Anass en Nordin zeggen het hem na. „Het is als wanneer je heel lang harde muziek hebt gehoord en dan ineens niet meer. Je hoort het suizen.”

De jonge bewoners van de Rotterdamse wijk Oud-Charlois wandelen op de Wolphaertsbocht naar een binnenplein aan de Clemensstraat. Op kort afstand van elkaar hangen hier sinds een klein jaar zes mosquito’s aan de gevels. Boven snackbar Marlena. Boven kledingzaak Hans. Boven de bakker. Boven de supermarkt. En langs het binnenplein.

De mosquito’s zijn bedoeld om grote groepen hangjongeren te verjagen, en daarmee een einde te maken aan de overlast. Over het effect lopen de meningen uiteen. Vier grote jongens willen er wel iets over kwijt. „Het doet pijn aan mijn oren maar ik ben eraan gewend. We blijven gewoon staan”, zegt een van hen. Een ander: „Je voelt een druk zoals wanneer je diep onder water zwemt. Maar we zijn eraan gewend.”

Ook assistent-filiaalhouder Ingrid Rotermundt van kledingzaak Hans zegt er weinig van te merken. „Er is niets veranderd. Van mij had de mosquito ook niet gehoeven. Zo erg is het ook weer niet. Er is laatst weer een ruit ingegooid. Maar ik weet niet wie dat heeft gedaan.”

Ook een medewerker van snackbar Marlena is niet bijster enthousiast. Afgelopen winter zijn er opvallend veel jongeren komen hangen in de patatzaak. Of deze jongens het gepiep buiten waren ontvlucht? Dat weet ze niet. „Maar soms zijn ze heel vervelend. Ze halen kroketten uit de vitrine en gooien ermee.”

De deelgemeente Charlois is erg tevreden. Voorzitter Dick Lockhorst: „Er is sprake geweest van intimiderend gedrag en vernielingen. Die overlast is met wel 70 tot 80 procent afgenomen. Het scheelt ook de politie veel werk. Er komen minder verzoeken om hulp binnen.”

Volgens de importeur van de mosquito hangen er inmiddels zo’n 500 in ruim 120 gemeenten. En bijna overal, zegt general manager Donald van der Laan van Rhine Consulting Group, is de overlast teruggedrongen. Hij kent de Rotterdamse Wolphaertsbocht. „Ik begaf me daar ’s avonds bij voorkeur niet. Het was een ellendegebied. Dat is een stuk beter geworden.”

Het gebruik van de mosquito is omstreden. Veel gehoord bezwaar is dat het apparaat iedereen treft die zich binnen een straal van circa twintig meter bevindt. Ook personen die geen overlast geven. Zoals de zussen Saloua en Keltoum en hun vriendin Marwa. „Als wij hier langs lopen, krijgen we hoofdpijn”, zeggen ze.

Directeur Henny de Koning van de openbare internationale basisschool Charlois vraagt op ons verzoek tachtig kinderen in de bovenbouw of zij last hebben van de mosquito vlakbij de school. Twintig kinderen hebben het apparaat weleens gehoord. „Maar ze hebben er niet veel last van.” Behalve een meisje dat boven de bakker woont. „Die hoort het soms zelfs in huis.”

De jongerenwerkers in Charlois zijn ronduit negatief. Manager Jan Schellekens: „De jongeren worden er baldadig en ibbelig van. Ze krijgen de neiging het apparaat eraf te slopen.” De jongerenwerker vindt in het algemeen de mosquito een verkeerd middel tegen vandalisme. „Jongeren worden verplaatst. Dat betekent dat criminele jongeren vluchten naar het duister. Ze maskeren hun activiteiten zodat je er nóg minder zicht op hebt. Bovendien ís er al zo weinig voor jongeren tegenwoordig. Ze hebben vaak geen eigen honk. Ze zijn veroordeeld tot de straat. En juist van die straat worden ze geweerd.”

De jongeren zelf denken er ook zo over. „Waar moeten we anders hangen?” zeggen ze. „Er wordt altijd gezegd dat we bedreigend overkomen. Maar man, wij doen helemaal niks! Wij mogen hier toch staan?”

Minister Ter Horst (Binnenlandse Zaken, PvdA) is geen voorstander van het apparaat. Juristen op haar departement kwamen tot de conclusie dat de mosquito misschien in strijd is met de Grondwet, maar dat nog geen enkele rechter zich daarover heeft uitgesproken en dat de minister gemeenten niet kan verbieden het apparaat op te hangen. Op aandringen van de Tweede Kamer is zij wel in overleg getreden met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten over regels voor het gebruik van een mosquito.

De SP is mordicus tegen. De Tweede Kamer heeft een motie van de partij aangenomen die particulieren verbiedt een mosquito op te hangen. De SP-jongerenorganisatie wil een landelijk verbod. Bestuurslid Leon Botter: „Het is te gek voor woorden dat de straat tot no-go-area wordt verklaard.”

Intussen heeft Rotterdam de landsadvocaat om een onderzoek gevraagd. In de stad hangen circa vijftig mosquito’s. De landsadvocaat ziet geen juridische belemmeringen, heeft hij burgemeester Aboutaleb al geschreven. Dat betekent echter niet, aldus zijn woordvoerder, dat de mosquito klakkeloos kan worden opgehangen. „We willen het zien als een laatste middel.” Rotterdam werkt nu aan een plan van aanpak. Tot die tijd geldt een moratorium op het plaatsen van mosquito’s.