Belasting op erfenis omlaag

Successiebelasting is de meest gehate belasting. Staatssecretaris De Jager werkt al meer dan een jaar aan wijziging van de wet, die minder ingrijpend uitpakt dan aangekondigd.

Deze week presenteerde staatssecretaris Jan Kees de Jager (Financiën, CDA) een opgelapte successiewet. Aanvankelijk wilde hij de heffing grondig moderniseren. Dat is hard nodig voor een wet waarvan de kern uit 1859 stamt.

Die ambitie heeft hij echter opgegeven. Het blijft bij een wijziging van de naam in ‘erf- en schenkbelasting’. Met vier interessante wijzigingen: het tarief gaat scherp omlaag, de eigen zaak mag bijna belastingvrij naar de kinderen, voor fiscaal erkende goede doelen gelden strengere eisen, en constructies via belastingparadijzen worden een stuk moeilijker.

De Successiewet is heel onpopulair. Niemand kan goed uitleggen waarom inkomen waarover al eens belasting is betaald, opnieuw wordt belast als je het weggeeft. De beste reden is nog dat dit voor de ontvanger zo maar een meevallertje is. Rechtvaardig of niet, de heffing levert jaarlijks bijna 2 miljard euro op en dat bedrag kan minister Wouter Bos (Financiën, PvdA) niet missen.

Hoewel iedereen een mening heeft over de Successiewet, treft ze maar weinig mensen. Vanwege het overlijden van hun partner krijgen per jaar slechts zo’n 600 mensen een aanslag in de bus. De meeste verontwaardiging oogst het hoge tarief voor erfenissen aan niet-verwanten. Dat kan oplopen tot 68 procent. Maar ook dat raakt niet meer dan 10.000 mensen per jaar. Relatief weinig in vergelijking met de zes miljoen personen die met de inkomstenbelasting te maken hebben. Overigens zet De Jager het mes in het 68-procentstarief; dat gaat terug naar 40 procent, en in veel gevallen 30 procent. Ook kinderen kunnen goedkoper van hun ouders erven. Hun maximale heffing wordt 20 procent. Voor de meeste van de 33.000 kinderen die met de erfenisbelasting te maken krijgen blijft het tarief steken op 10 procent.

Een cadeautje van in totaal 35 miljoen euro gaat naar kinderen die het bedrijf van hun ouders voortzetten. Voor hen wordt 90 procent van de erfenis vrijgesteld van belasting. Als het restant tegen 10 procent wordt belast, is de effectieve erfenisbelasting voor deze groep slechts 1 procent. De jonge ondernemer mag de betaling ook nog eens renteloos over tien jaar spreiden.

De Raad van State noemt dat alles in zijn advies aan het kabinet een willekeurige bevoordeling van een kleine groep. Wie een pakket gewone aandelen erft, is meer dan tien keer zo veel kwijt. De ondernemersvrijstelling was de laatste jaren al in rap tempo opgetrokken van 25 naar 75 procent. Genoeg om fiscale belemmeringen bij de bedrijfsopvolging in een familiebedrijf weg te nemen. Een nog hogere vrijstelling betekent volgens de Raad van State alleen maar een ongerechtvaardigd belastingprivilege voor een kleine groep ondernemers. Willekeur leidt pas echt tot een onrechtvaardige belasting, zo redeneert de Raad.

Jan Kees de Jager wil de pijn terecht laten komen bij degenen die slimme fiscale constructies (bijvoorbeeld met een trust: een type rechtspersoon dat in sommige landen gangbaar is, maar in Nederland niet ) in belastingparadijzen toepassen. Maar dat deel van het wetsvoorstel kan volgens de Groningse hoogleraar Ruben Freudenthal in het NRC-weblog Geld, „de toets der kritiek absoluut niet doorstaan”. De staatssecretaris raakt volgens hem verstrikt in een botsing tussen twee rechtssystemen. Het Angelsaksische, waar de trust net zo gewoon is als onze stichting, en aan de andere kant het Nederlandse dat niet overweg kan met zulke onpersoonlijke vormen van zwevend vermogen. Niettemin is De Jager optimistisch. Hij verwacht zo’n 10 miljard euro aan vluchtkapitaal onder de Nederlandse belastingheffing (terug) te brengen. Met de begrote 200 miljoen euro die hij daarmee wil incasseren, financiert hij de tariefverlagingen. Die gaan trouwens ook door als de constructiebestrijding minder oplevert. In dat geval brengen de andere belastingbetalers de lastenverlichting voor ondernemers en erfgenamen op

De nieuwe wet is geen cadeautje voor de filantropische sector. Voor alle 21.000 speciaal geregistreerde goede doelen (ANBI’s) vervalt op 1 januari 2010 hun fiscale erkenning. Die hebben ze nog maar net via een omslachtige procedure verkregen. Aan de rompslomp van de nieuwe procedure zullen ze in 2009 en 2010 ruim 6,5 miljoen euro kwijt zijn. De nieuwe wet stelt niet alleen strengere eisen aan hun administratie en uitkeringsbeleid. De inspecteur beoordeelt of het doel echt ‘goed’ is en niet ‘slecht’, bijvoorbeeld door haat en verdeeldheid te zaaien. De Jager verwacht dat enkele duizenden nu geregistreerde charitatieve instellingen de toets niet zullen doorstaan.

Als troostprijs komt er een B-categorie van goede doelen. Die zijn maatschappelijk ook wel nuttig maar ze dienen daarnaast een duidelijk particulier belang. De nieuwe wet noemt ze Sociaal belang behartigende instellingen (SBBI’s). Het gaat om sportverenigingen, dorpshuizen, harmonieorkesten en dergelijke. Sommige daarvan worden door de strengere regels gedegradeerd van ANBI naar SBBI. Die vallen niet onder de giftenaftrek van de inkomstenbelasting en dat levert de schatkist 30 miljoen euro per jaar op. De SBBI’s kunnen overigens wel belastingvrij schenkingen en erfenissen incasseren. De opschudding die De Jager met zijn nieuwe wet in de charitatieve sector veroorzaakt, wordt de belangrijkste hindernis op weg naar het Staatsblad.