Bankierbonus: reguleren of niet

De verontwaardiging over de bonussen van bankiers die de wereld in een diepe crisis hebben gestort, is alles behalve geluwd. Maar is bankieren zonder bonussen wel mogelijk? De meningen zijn verdeeld.

Bankierbonus: reguleren of niet Kredietcrisis Hoe straks de beloningen weer omhoog zullen schieten Illustratie Rhonald Blommestijn
Bankierbonus: reguleren of niet Kredietcrisis Hoe straks de beloningen weer omhoog zullen schieten Illustratie Rhonald Blommestijn Blommestijn, Rhonald

Duizenden zakenbankiers stonden half september vorig jaar van de ene op de andere dag op straat na het faillissement van Lehman Brothers. Maar sommigen niet voor lang. Een Nederlandse bankier vertelde vorig jaar dat hij in de week na de ondergang van zijn bank verschillende aanbiedingen van headhunters kreeg. Met zijn hele team stapte hij over naar Citigroup, een bank die toen al een jaar in grote moeilijkheden verkeerde door de kredietcrisis. Hun specialisme, renteproducten, was nog steeds in trek. Over hun beloning hoefden ze nauwelijks te onderhandelen, zij gingen meer verdienen.

Deze bankier wil niet met zijn naam in de krant. Bankiers en beloningen, dat ligt gevoelig, weet hij.

De publieke storm over de bonussen moest in september 2008 nog opsteken. Maar als eenmaal het besef over de duizenden miljarden aan schade die bankiers hebben aangericht tot het publiek doordringt, laait de verontwaardiging over hun beloningen op. Van het Amerikaanse Congres tot aan de website van De Telegraaf. Helemaal als duidelijk wordt dat bankiers nog bonussen opstrijken, terwijl hun bank dan al aan het overheidsinfuus ligt.

Politici nemen maatregelen. Commissies doen voorstellen. En in Nederland komt De Nederlandsche Bank binnenkort met aanbevelingen.

Maar is bankieren zonder bonussen wel mogelijk? De financiële sector heeft zich tenslotte ontwikkeld tot een innovatieve sector die met bonussen de slimste, meest agressieve whizzkids aantrok. In het Westen werd de financiële sector een groeimotor die een steeds groter deel van het bruto binnenlands product voortbracht, in Nederland tot 15 procent.

Voor de zakenbankiers zal het moeilijk worden om de cultuur los te laten waarin ze groot zijn geworden. Gaat al dat talent werken voor andere bedrijven die meer te bieden hebben? Of zullen ze genieten van de miljoenen die ze opgestreken hebben? En straft een land zichzelf niet als het verder gaat dan andere landen in de beteugeling van bonussen?

Pauline van der Meer Mohr kwam in 2006 in die bonuscultuur terecht. Na vele jaren verantwoordelijk te zijn geweest voor personeelszaken bij Shell en TNT, werd zij in dat jaar directeur-generaal bij ABN Amro. Dat betekende ook dat ze naar Londen moest om daar aan de zakenbankiers hun bonus uit te delen. Een cultuurschok: „Dan kreeg je van die opgeschoten Britse jongens tegenover je, nog nat achter hun oren en met van die halve bakkebaardjes, die een hoop stennis stonden te maken omdat ze hun bonus van een miljoen pond nog te laag vonden.” Bij Shell was dat anders. Van der Meer Mohr: „Daar staat in de cao gewoon welke prestaties je moet leveren om een bonus te krijgen die zelden hoger is dan 20 tot 30 procent van je jaarsalaris. In uitzonderlijke gevallen liep dat in de hoogste regionen van het bedrijf op tot 50 procent. Volgens een vaste formule werd die bonus berekend. Als je bij Shell over je bonus begon te klagen, dan lag je er direct uit.”

Die cultuur van zakenbankiers zal niet snel veranderen, zegt Van der Meer Mohr, die tegenwoordig een bureau heeft dat bedrijven adviseert over ‘strategische mens- en organisatievraagstukken’. „Zij zijn er om veel geld te verdienen voor hun bank, veel geld te verdienen voor hun cliënten en veel geld te verdienen voor zichzelf.”

Het vak van handelaren op de financiële markten en van adviseurs bij fusies en overnames draait om het doen van forse transacties, en zij vinden dat ze recht hebben op een deel van de opbrengst. Hun bonus is meestal veel hoger dan die van hun bazen in de raad van bestuur. Het gaat hen niet om hun vaste beloning en over hun pensioenregeling maken ze zich niet druk. „Op hun 35ste willen ze financieel onafhankelijk zijn en ze zijn bereid om daar heel hard voor te werken”, zegt ze. „Als hun bonus ze niet zint, gaan ze weg en verliest de bank alle kennis en relaties van die handelaren. Ze gaan naar de concurrent of gaan genieten van hun miljoenen.” Dat geldt net zo goed voor vermogensbeheerders.

Hebben zakenbankiers nog wat te eisen, na de reusachtige schade die ze hebben aangericht? „Wacht maar tot de zeven magere jaren weer voorbij zijn”, voorspelt Van der Meer Mohr, „dan vliegen die bonussen weer omhoog, eerst bij de grote internationale banken, zoals in Europa bij Deutsche Bank, Credit Suisse of UBS.”

Nederland kan kiezen daar niet meer aan mee te doen. Maar het betekent volgens haar wel dat je niet meer meespeelt onder de zakenbanken. „Nederland kan dan zijn ambities met Amsterdam als Holland Financial Centre wel vergeten.”

Voor gewone banken ligt het anders. Daar vallen bonussen onder de cao. „Dat gaat over hele andere bedragen. De variabele beloningen zijn voor de gewone bank veel meer een mogelijkheid om de vaste kosten te beheersen”, zegt zij.

Nederland kan internationaal wel een voortrekkersrol vervullen, zegt Kees Cools, hoogleraar corporate finance in Groningen en expert in goed ondernemingsbestuur. „De hoge bonussen van handelaren infecteren het hele beloningssysteem binnen een bank. Zij hebben ook echt het gevoel dat het hun eigen verdienste is. Maar de stafmensen om die handelaren en dealmakers heen, zoals researchanalisten, personeelsfunctionarissen of ICT-mensen, vinden dat alleen door hún werk die handelaren in staat zijn hun transacties te doen. Dus zij willen ook meedelen. En als zij forse bonussen krijgen, dan willen vergelijkbare staffunctionarissen binnen de bank ook een dergelijke bonus, en zo verspreidt het zich almaar verder door de organisatie.”

Cools vindt het prima als Nederland voorop zou lopen, mocht de rest van Europa niet ook serieuze maatregelen treffen zoals bijvoorbeeld voorgesteld door commissie-Maas. „Nederlandse banken zitten na verschillende mislukte pogingen met hun zakenbankactiviteiten toch al in de tweede divisie. Je moet je serieus afvragen of je nog mensen met bonussen wilt lokken. In andere sectoren zie je dat als één bedrijf zijn beloningen begint te beperken, andere volgen.”

Volgens onderzoek van Thomas Philippon en Ariel Resheff van de Stern Business School van de University of New York lag de beloning in de financiële wereld sinds 1900 slechts in twee perioden ver boven het gemiddelde: vóór de Grote Depressie van de jaren dertig en van 1980 tot nu. Zij berekenden dat in 2006 bankiers 40 procent meer verdienden dan collega’s elders in het bedrijfsleven. In beide perioden was er een grote instroom van zeer slimme mensen bij banken. Oorzaak: deregulering, die meer innovatie toeliet en de bollebozen meer ruimte gaf. Een tweede overeenkomst is dat beide perioden werden gekenmerkt door een groot aantal beursgangen en het oplopen van de kredietrisico’s.

Toen in de Grote Depressie de overheid met strakke regels kwam, werd de instroom van bollebozen lager en zakte de beloning naar een gemiddeld niveau. Dat zou nu ook kunnen gebeuren als overheid en toezichthouders de regels aanscherpen.

Cools vindt dat bonussen grotendeels moeten worden afgeschaft. „Het is natuurlijk leuk om een bonus te krijgen als zo’n rente- of aandelentransactie goed is gegaan, maar dan ook inleveren bij verlieslatende transacties.” Hij vindt dat prestatiebeloning te veel ‘perverse effecten’ heeft en te weinig heeft opgeleverd. Het leidt tot manipulatie en soms tot fraude. Kwantificeerbare (financiële) en korte termijn prestaties hebben volgens hem te sterk de overhand gekregen. „De hardheid van financiële targets is vaak een illusie. Meten is weten, maar weet je wat je meet? Criteria als gedrag, waarden, integriteit, kwaliteit, lange termijn en leiderschap zijn door een baas die zijn mensen kent prima te bepalen, het is veel moeilijker om mensen daarop aan te spreken en te belonen.”

Moeten er wettelijke regels komen? Banken willen het probleem zelf oplossen. In Nederland legt de commissie-Maas de verantwoordelijkheid bij de raad van commissarissen. Maar anderen twijfelen of de commissarissen dat wél aankunnen. „Commissarissen moeten kritisch en onafhankelijk van geest zijn, en niet bang om tegenwicht te geven aan de druk van bestuurders om beloningen steeds opwaarts bij te stellen”, zegt Van der Meer Mohr. „Bovendien hebben nog niet alle huidige commissarissen voldoende inzicht in hoe het beloningsspel wordt gespeeld. De pijn zit meestal onder de top, en dat onttrekt zich aan de waarneming van de commissarissen.”

Ook bij commissarissen leeft het besef dat de samenleving het niet meer zal toestaan dat zij nog hoge bonussen zullen goedkeuren. Bij een bank als ING zou oud-vakbondsman Lodewijk de Waal namens de staat daar streng op toezien. „Commissarissen zouden meer initiatief moeten nemen dan ze gewend zijn”, zegt een adviseur die veel met commissarissen werkt en daarom anoniem wil blijven. „De president-commissaris zal echt de baas moeten worden, je zult dan grote verschuivingen zien in zijn verhouding tot de bestuursvoorzitter.” Maar, voegt hij eraan toe, „dat betekent ook dat de beloningen van commissarissen omhoog zullen moeten.”

Dit is het vierde deel in een serie over de toekomst van het financiële stelsel. Zie voor de vorige afleveringen: nrc.nl/bankroet. De serie zal op 13 mei worden afgerond met een debat in De Balie in Amsterdam naar aanleiding van het boek Bankroet van Egbert Kalse en Daan van Lent.