Harnoncourt geeft Mendelssohn Weense sfeer

Klassiek Koninklijk Concertgebouworkest, Ned. Kamerkoor en solisten o.l.v. Nikolaus Harnoncourt. Gehoord: 22/4 Concertgebouw Amsterdam. Herh.: 23, 24, 26/4. Radio 4: 26/4 14.15 uur.**

Buiten was het een frisse lentedag, binnen verkeerde het Koninklijk Concertgebouworkest gisteravond in lome zomerstemming. De musici zaten op het podium in kleurige vrijetijdskledij. De honorair gastdirigent Nikolaus Harnoncourt oogde al even informeel: een te korte broek, een beschilderd hemd eroverheen, petje op.

De tweehonderdste geboortedag van Felix Mendelssohn wordt vier keer gevierd met de semi-scènische uitvoering van diens muziek bij Shakespeares A Midsummernights dream. De acteur Gerd Böckmann en de zangeressen Julia Kleiter en Elisabeth von Magnus vertolkten delen uit de toneeltekst, geregisseerd door Philipp Harnoncourt, de zoon van de dirigent.

De Grote Zaal hing vol luidsprekers, want de wereldberoemde akoestiek is niet geschikt voor onversterkte spreekstemmen. De grootschalige belichting wist maar weinig sfeer te scheppen in het toverbos waar Theseus en Hippolyta hun bruiloft gaan vieren, ondanks de ruzies tussen de elfen Oberon en Titania en het gekibbel van de toneelspelende handwerkslieden.

Harnoncourt deed soms mee aan het toneelspel, verder wist hij slechts af en toe via het orkest wat magie te scheppen. Je moet er van houden, van dat volkse en dat typisch wienerische, van die platte overacting zoals bij Papageno in Mozarts Die Zauberflöte of bij de aangeschoten cipier in Strauss’ Die Fledermaus. Persoonlijk vind ik het verschrikkelijk.

Het concert was begonnen met Mendelssohns Psalm 42 – ‘Wie der Hirsch schreit nach frischem Wasser’, ‘Het hijgend hert, der jacht ontkomen’. Het stuk voor sopraan solo (Julia Kleiter), vier mannenstemmen, gemengd koor en orkest klonk vaak erg luid en niet in een goede balans. Alleen in enkele klein bezette passages was er de echte Mendelssohn.