'Arbeidsmarkt ouderen zit op slot'

Nederland zit in een negatieve spiraal als het om oudere werknemers gaat, zegt CPB-econoom Ruud de Mooij. Oudere werknemers komen na ontslag zelden nog opnieuw aan een baan.

Ruud de Mooij
Ruud de Mooij

De arbeidsmarkt voor ouderen functioneert niet goed. Oudere werknemers zitten in een ‘gouden kooi’. Het merendeel is minder mobiel, minder geneigd zich te scholen en ze raken minder gemotiveerd naarmate de pensionering in zicht komt, stelt het Centraal Planbureau (CPB) in de vandaag gepresenteerde studie Rethinking retirement.

„Het vereist een cultuuromslag om hierin verandering te brengen, maar die is hard nodig”, zegt Ruud de Mooij, een van de CPB-economen, die het onderzoek heeft uitgevoerd. „De arbeidsmarkt voor ouderen is in Nederland uitzonderlijk rigide vergeleken met die in andere Europese landen”.

Het aantal werkenden tussen 55 en 65 jaar is slechts 48 procent, blijkt uit het onderzoek. Hoe komt dat?

„Het goede nieuws is dat de participatie van deze groep werkende ouderen fors is gegroeid. In de jaren negentig was de deelname van ouderen aan het arbeidsproces met 25 procent uitzonderlijk laag. Dat was vooral toe te schrijven aan de regeling voor vervroegd uittreden, de vut, en de genereuze regelingen voor arbeidsongeschiktheid (WAO). Aanpassing van de WAO en afschaffing van de vut hebben geleid tot verhoging van het aantal werkende ouderen. Sociale hervormingen hebben langer doorwerken aangemoedigd. Vroegtijdig uittreden is financieel onhoudbaar in het licht van de vergrijzing omdat op den duur te weinig mensen werken om de kosten van het sociale stelsel te kunnen betalen.”

Waarom werken in Nederland zo weinig ouderen vergeleken met veel Europese landen?

„De arbeidsmarkt voor ouderen zit op slot. Werknemers boven de 55 jaar wisselen nauwelijks van baan. Wil iemand van werk veranderen, dan moet hij opnieuw over zijn salaris onderhandelen dat meestal lager zal uitpakken. De meesten voelen er niets voor een stap terug te doen. De lonen voor oudere werknemers stijgen in Nederland sterker vergeleken met die in andere landen, zoals de Scandinavische. Daar stijgen de lonen sterk tot 40 jaar. Daarna blijven de salarissen vrij constant. Dat is ook logisch omdat de productiviteit van werknemers na 45 jaar niet meer stijgt of zelfs afneemt.”

Een 50-plusser die werk zoekt, stuit ook op onwillige werkgevers.

„Dat klopt. Ouderen die hun baan verliezen hebben nauwelijks kans om terug te keren op de arbeidsmarkt. Ze zijn in Nederland gemiddeld drie jaar werkloos. Dat is exceptioneel lang. In andere landen van de Oeso, de organisatie van westerse industrielanden, is de gemiddelde werkloosheidsduur van 55- tot 65-jarigen de helft. Dat wordt ook gestimuleerd door de voor ouderen relatief genereuze WW-regeling, die afhankelijk is van het arbeidsverleden en maximaal drie jaar kan duren. Een andere belemmering voor werkgevers om ouderen aan te nemen is de kostbare ontslagbescherming. Zodra een oudere werknemer moet afvloeien moeten er hoge ontslagvergoedingen worden betaald.”

Die zijn toch net verlaagd? Bij jaarinkomens boven de 75.000 euro mag de vergoeding niet meer bedragen dan één jaarsalaris.

„Een oudere werknemer bouwt nog steeds twee tot vier zo snel ontslagvergoeding op dan een jongere. Daarmee wordt de mobiliteit van ouderen beperkt. We blijven in Nederland werknemers boven de 50 jaar beschermen met als argument dat ze nauwelijks werk zullen krijgen na ontslag. Tegelijkertijd blijft de oudere werknemer daarmee gevangen in zijn huidige positie omdat werkgevers hem te duur vinden om aan te nemen. Het is een negatieve spiraal waar Nederland uit moet zien te komen.”

Hoe kan die spiraal worden doorbroken?

„De noodzaak om dit te veranderen is er niet alleen door de vergrijzing waardoor de verhouding tussen werkenden en niet-werkenden uit balans raakt. Ook de financiële crisis verhoogt de urgentie te hervormen. Door uitholling van de pensioenvermogens zullen veel ouderen besluiten langer door te werken om zo de financiële klap op te vangen. Verhoging van de AOW-leeftijd, wat het kabinet wil, zal de participatie ook bevorderen. Maar er is veel meer nodig om de arbeidsmarkt voor ouderen werkelijk mobiel te maken. Minder ontslagbescherming, een andere salarisstructuur. Daarnaast zal in oudere werknemers geïnvesteerd moeten worden zodat ze langer inzetbaar blijven en kansen krijgen op de arbeidsmarkt. Het vergt een mentaliteitsverandering, maar die is hard nodig.”