Antillen vooral gebaat bij goed natuurbeheer

Bij de nieuwe bestuurlijke verhouding tot de Antillen wordt overal aan gedacht, behalve aan bescherming van de natuur. En juist dat zal de eilanden helpen, meent Willem Ferwerda.

De onderhandelingen rond de staatkundige vernieuwing van het Nederlands Koninkrijk zijn in volle gang. De overzeese eilanden Bonaire, St. Eustatius en Saba, de ‘BES’, komen bij Nederland als openbare lichamen, een soort gemeenten. Curaçao en St. Maarten volgen het voorbeeld van Aruba en worden autonome landen binnen het Koninkrijk. Bij de onderhandelingen draait alles om verbeteringen van bestuur, justitie, openbare financiën en bestuurlijke bevoegdheden. Ondertussen komt de belangrijkste economische pijler van de eilanden, de natuur, steeds meer in het gedrang.

Het Caribisch gebied is niet zomaar een stukje wereld. Het wordt internationaal beschouwd als global biodiversity hotspot met circa 14.500 endemische plant- en diersoorten, soorten die elders nergens voorkomen. Dit geldt ook voor de Dutch Caribbean, waar op land en in zee meer dan 60 endemische soorten bekend zijn.

De natuur is de kurk waarop de eilandeneconomieën drijven – om die reden komen de toeristen naar de eilanden. Maar zonder een zorgvuldig natuurbeheer wordt de kip met de gouden eieren geslacht.

Onze ervaring is dat, zodra ieder eiland voor zich handelt, de natuur wordt geofferd. Enkele voorbeelden uit de praktijk. Op Aruba zijn bouwvergunningen afgegeven in het nationaal park Arikok. Op St. Maarten wordt gebouwd in kwetsbare baaien op hellingen, waarbij afvoergeulen worden gegraven. In 2007 werd op Bonaire door de Raad van State een bouwvergunning tegengehouden die al was afgeven in de bufferzone van het mangrovegebied Lac.

Is het geen goed idee om van de gelegenheid die de staatkundige vernieuwing biedt, gebruik te maken en natuurbeheer voor alle zes eilanden eens goed te regelen? Maak een ‘Samenwerkingsovereenkomst Natuur en Milieu’ waarin bindende afspraken staan over beheer van natuur, ruimtelijke ordening en financiering.

Werk binnen deze overeenkomst aan natuur- en milieukennis op de Antillen. Het gebrek hieraan leidt tot chaos in de ruimtelijke ordening.

De huidige bestuurlijke inspanningen betreffen alleen de BES. Met het opheffen van de Natuur- en Milieuafdeling van de Antilliaanse overheid te Curaçao – de enige instantie die kennis heeft van de natuurverdragen die van toepassing zijn op de eilanden – is de zorg dat ook de handhaving op St. Maarten en Curaçao zal verdwijnen. De situatie op Aruba, na de afscheiding, bewijst dat dat risico groot is. Oprichting van een kenniscentrum voor de zes eilanden gezamenlijk ligt voor de hand.

De BES-eilanden zullen waarschijnlijk wel toegang tot middelen en kennis krijgen, maar de andere eilanden veel minder. Dat is een ongewenste situatie, omdat de drie autonome eilanden geen gelden uit ontwikkelingshulp of internationale fondsen kunnen ontvangen. Ze zijn immers Nederlands.

Kortom, bestuurders aan beide kanten van de oceaan, richt de aandacht van de staatkundige vernieuwing ook eens op natuurbescherming. Als u deze nu niet goed regelt, gaat er veel verloren – ook voor de bewoners van de eilanden..

Willem Ferwerda is directeur van het Nederlandse kantoor van de IUCN (Internatonial Union for Conservation of Nature).

    • Willem Ferwerda