Even je eigen pensioengat dichten

Dalende beurskoersen troffen ook het pensioenfonds van Europarlementariërs.

Dat pensioenfonds was sowieso al omstreden.

Kort voor de Europese verkiezingen in juni lijkt het Europees Parlement in opspraak te raken door een kwestie die het geldverkwistende imago bevestigt. Naar nu blijkt heeft het presidium van het parlement op 1 april besloten om toekomstige tekorten bij het aanvullende pensioenfonds voor Europarlementariërs, veroorzaakt door dalende beurskoersen, aan te vullen met belastinggeld. Een woordvoerder bevestigt dat het parlement de pensioenen garandeert en tekorten zal voldoen uit het budget van het Europees Parlement. Donderdag stemt het voltallige parlement over de kwestie, maar formeel heeft de plenaire vergadering geen invloed op de reeds door het presidium genomen beslissing.

Het omstreden pensioenfonds heeft een tekort van 120 miljoen euro, de dekkingsgraad is iets meer dan 60 procent. Aan het fonds neemt één huidige Nederlandse Europarlementariër deel: de VVD-er Toine Manders. De overige Nederlanders besloten aan het begin van hun termijn niet deel te nemen vanwege het omstreden karakter van het fonds.

Minstens tien voormalige Nederlandse Europarlementsleden hebben rechten op het aanvullende pensioen opgebouwd, of ontvangen al pensioen uit het fonds. Onder hen zijn huidig minister van Buitenlandse Zaken Maxime Verhagen (CDA) en oud-minister Laurens Jan Brinkhorst. Dat blijkt uit documenten waarover de Vlaamse groene Europarlementariër Bart Staes beschikt. Het fonds zelf houdt geheim welke (voormalige) parlementariërs deelnemen.

Om de aanspraken op belastinggeld te beperken besloot het presidium, bestaande uit de parlementsvoorzitter en de vice-voorzitters, de pensioengerechtigde leeftijd te verhogen van 60 naar 63 jaar. Daarnaast is de mogelijkheid geschrapt om vanaf 50 jaar aanspraak te maken op een gedeeltelijk pensioen. Volgens de parlementswoordvoerder kon het fonds zonder de maatregelen tot ongeveer 2023 aan zijn verplichtingen voldoen. VVD-Europarlementariër Jan Mulder denkt dat dit door de genomen maatregelen „tot ongeveer 2026” zal zijn.

Europarlementariër Staes spreekt van een schandaal. „Ik vind het heel erg dat dit is gebeurd, zonder dat er ook maar één debat over is gevoerd. Het is onethisch dat als er iets fout loopt de burger moet betalen.” Mulder, net als Staes lid van de begrotingscontrolecommissie, reageert eveneens verontwaardigd. „In tijden dat burgers offers moeten brengen als gevolg van de financiële crisis geldt dit voor de leden van het Europees Parlement kennelijk niet.”

Staes heeft een amendement ingediend waarin staat dat de beslissing moet worden teruggedraaid. Hierover wordt donderdag in Straatsburg gestemd. Formeel heeft deze stemming geen invloed. Gezien de verhoudingen over dit onderwerp in het presidium, waar VVD-Europarlementariër Mulder lid van is, vreest hij bovendien dat ook het voltallige parlement het presidium zal steunen.

Volgens het presidium heeft het parlement een juridische verplichting om de pensioenbetalingen te garanderen. „Er zijn nu al parlementariërs die zeggen dat ze de verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd niet pikken”, aldus de parlementswoordvoerder.

Deze verwacht dat in 2026 nog maar weinig oud-parlementariërs aanspraak maken op het fonds. Mulder bestrijdt dit. „Uit vrijgekomen documenten blijkt dat tussen de vierhonderd en vijfhonderd van de huidige Europarlementariërs deelnemen. Gezien de leeftijdsopbouw betekent dit dat de betalingen tot in 2050 door kunnen gaan.”

In 1997 bestempelde de Tweede Kamer het pensioenfonds als „moreel verwerpelijk” en „verrijking op kosten van de belastingbetaler”. Deelnemende Europarlementariërs leggen 1.194 euro per maand in. Dit bedrag kunnen ze betalen uit hun onkostenvergoeding. De som wordt maandelijks aangevuld met 2.388 euro uit het budget van het Europees Parlement. Een gepensioneerde Europarlementariër die gedurende een zittingstermijn van vijf jaar deelnam, krijgt tot aan zijn dood maandelijks 1.392 euro uitbetaald, bovenop zijn nationale pensioen.

Toine Manders wijst erop dat de Hoge Raad heeft bepaald dat het een legitieme regeling betreft. „Waarom zou ik daar dan niet aan meedoen?” Dat het parlement de tekorten wil afdekken met belastinggeld, bestrijdt hij.

Zijn fractiegenoot Mulder vindt dat als het parlement in meerderheid meent dat de belastingbetaler niet op moet draaien voor de tekorten, de beslissing van het presidium moet worden teruggedraaid. „Of er nou een juridische verplichting is of niet. De stem van het hoogste democratische orgaan moet gelden.”