Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

Cultuur

Je kind vrijlaten, ja dat kan. Het is wel even wennen

In Nederland zijn al kniebeschermers te koop voor baby’s die leren kruipen.

Maar overbezorgde ouders maken dat kinderen geen zelfvertrouwen krijgen.

Illustratie Eliane Duvekot
Illustratie Eliane Duvekot Duvekot , Eliane

De Amsterdamse Mirre Vissers (9) draagt een ketting met een kokertje eraan. Er zit een briefje in, voor als er vragen komen als ze rondjes fietst door het park achter haar huis, of naar de kiosk loopt voor een ijsje. ‘Mijn moeder vindt het goed dat ik hier alleen speel. Bel haar als je me niet gelooft’, staat erop. Twee keer al belden bezorgde voorbijgangers het nummer.

Veel kinderen worden angstvallig beschermd door hun ouders. Er is een markt voor babymatrassen die zijn uitgerust met een alarm, dat afgaat als het kind niet meer regelmatig ademt. En voor gps-armbanden, die je je kind kunt ombinden zodat je altijd weet waar het is. Gaat een kind naar school, dan wordt het met de auto gebracht en gehaald. Daarna wordt er doorgereden naar het voetbalveld. Kinderen verantwoordelijkheden geven, is gevaarlijk. En wie afwijkt van die norm, wordt voor een onzorgvuldige ouder gehouden.

Maar nu verschijnt er een aantal boeken van ouders die een tegenbeweging in gang willen zetten. In nuances verschillen ze, maar wat de boeken gemeen hebben, is dat ze zich verzetten tegen het constante monitoren van kinderen. Ze pleiten voor slow ouderschap: ouders die hun kinderen zoveel mogelijk vrijlaten. Zodat ze lekker kunnen aanrommelen, in zeven sloten tegelijk kunnen vallen of zich eens ouderwets vervelen.

Lenore Skenazy, journaliste voor the New York Sun, schreef vorig jaar een column in haar krant waarin ze vertelde dat ze haar zoon van 9 in zijn eentje met de New Yorkse metro had laten gaan. Dat vond ze niet roekeloos: ze kende haar zoon en wist dat hij dat ritje alleen wel aankon. Hij had kleingeld op zak, een kaart van de metrolijnen en hij kwam veilig – en apetrots – thuis. De volgende dag viel heel Amerika over Skenazy heen. Ze haalde eerst de Today Show, toen de grote nieuwszenders, de Amerikaanse landelijke dagbladen en zelfs Australische, Maltese en Chinese media. En ze kreeg een bijnaam: ‘America’s Worst Mom’.

Maar dat is ze niet, zegt ze. Dus begon ze een weblog over freerange kids, scharrelkinderen. Vandaag verschijnt in de VS haar boek Freerange Kids, Giving our Children the Freedom we had without going Nuts with Worry. Daarin beschrijft ze veertien vuistregels die ouders kunnen volgen als ze een scharrelkind willen opvoeden. Zoals: weet wanneer je je zorgen moet maken. En: vermijd experts. Sluit je kinderen letterlijk buiten, zodat ze wel móéten spelen. Boycot kniebeschermers voor baby’s (voor als ze leren kruipen).

Je kunt denken, dat is Amerika. Maar die kniebeschermers worden hier ook al verkocht. Het fenomeen overbeschermende ouders (ook wel hyperouders genoemd) is dan ook niet voorbehouden aan de VS en Groot-Brittannië. De Nederlandse ontwikkelingspsycholoog Steven Pont deed afgelopen jaar een onderzoek onder leidsters van kinderdagverblijven. Zij gaven aan dat ze vonden dat eenvijfde van de ouders zo overbeschermend is, dat zij de ontwikkeling van hun kind remmen.

„Die ouders willen alles voor zijn, waardoor ze hun kinderen ervaringen ontzeggen”, zegt Pont. „Ze stellen bizarre eisen aan een kinderdagverblijf. Hun kind mag alleen gefilterd water drinken. Of het mag niet in de zandbak vanwege de bacteriën. Het mag niet vies worden en liever ook niet vallen.” Op de basisschool zet die houding zich voort. En dat is gevaarlijk, zegt Pont, want het haalt het zelfbeeld van kinderen omlaag. „Als ze merken dat er zoveel om hen heen moet gebeuren voor ze de deur uit kunnen, gaan ze denken dat ze het kennelijk niet alleen kunnen.”

In Nederland verscheen vorige week Luie ouders hebben gelijk, de Nederlandse vertaling van The Idle Parent van de Engelse schrijver en anarchist Tom Hodgkinson. Hij voert D.H. Lawrence’s mantra ‘laat het kind zijn gang gaan’ in dit boek ver door. „Het is mij gedurende het opgroeien van onze drie kinderen duidelijk geworden dat het het beste is om ze zoveel mogelijk te negeren”, schrijft Hodgkinson. „De oudste is bedolven onder ouderlijke bezorgdheid en nog steeds de lastigste. De derde is geboren op de vloer van de badkamer en moest zichzelf zien te redden. Van alle drie kan hij misschien het beste spelen.”

Voor Hodgkinson staat vast dat kinderen van nature graag bezig zijn – en ouders juist graag lui. Dus laat ze eens eerder opstaan en zelf het ontbijt maken. Of een pilsje voor je halen terwijl jij in de tuin in een hangmat ligt. Zulk lui ouderschap is niet onverantwoordelijk, zegt hij. Er ligt juist respect voor en vertrouwen in het kind aan ten grondslag.

Buitenspelen is zowel voor Hodgkinson als voor journaliste Lenore Skenazy een belangrijk onderdeel van hun opvoedfilosofie. Buitenshuis leren kinderen beter om zelf gevaren in te schatten dan achter tv en computer. Laat ze schelpen zoeken, hutten bouwen en vuurtjes stoken. Dat dat ook in Nederland (te) weinig gebeurt, blijkt wel uit een onderzoek door TNS/Nipo in opdracht van stichting Jantje Beton uit 2008: bijna eenvijfde van de kinderen speelt meer buiten dan binnen, tegen tweevijfde kinderen die meer binnenspelen.

Meer buitenspelen, dat is een duidelijk streven. Maar veel ouders zijn bang merkt Anne van Loon, de moeder van de negenjarige Mirre. Zij krijgt vaak gefronste wenkbrauwen van vrienden op het feit dat Mirre in de zomer tot 9 uur ’s avonds op straat staat te badmintonnen met oudere vriendjes, zonder toezicht. „Te gevaarlijk in zo’n grote stad, zeggen ze dan. Maar Mirre moet haar benen strekken, anders wordt ze gek.”

Ook op het blog freerangekids.com van Skenazy staan veel reacties van ouders die hun kinderen wel ‘scharrel’ wíllen opvoeden, maar dat in de huidige tijd niet aandurven. Een vader schrijft: ‘There’s too many creeps out there.’ Onzin, zegt Skenazy. „De tijden zíjn niet veranderd. Uit cijfers van het Crimes against Children Research Centre blijkt dat cijfers van misdaden tegen kinderen in de VS sinds de jaren negentig dalen. We hebben alleen maar het gevóél dat het gevaarlijker is, juist doordat we zoveel controlemogelijkheden hebben tegenwoordig.”

Die onuitputtelijke mogelijkheden zijn ook voor de Brits-Canadese Carl Honoré de boosdoener in de opvoeding. Zijn internationale bestseller Under Pressure: Rescuing our Children from the Culture of Hyper-Parenting (2008) is deze maand in Nederland uitgegeven onder de titel Slow Kids. Er zijn niet alleen meer mogelijkheden om kinderen (onder het mom van ‘veiligheid’) in de gaten te houden, er zijn ook meer mogelijkheden tot vermaak en sturing dan vroeger. En die mogelijkheden zouden ouders gewoon naast zich neer moeten leggen, bepleit Honoré. Meer nog dan de andere twee auteurs ageert hij tegen het pushen van kinderen met bijspijkercursussen, vrijetijdsclubjes en educatieve computerspellen.

Want kinderen moeten niet alleen leren door instructie, maar ook door ervaring. Wanneer ouders zeggen: leg maar geen blokje meer op de toren want dan valt hij om, pikt een kind dat minder snel op dan als hij het zelf merkt. Ontwikkelingspsycholoog Pont: „Als een kind in de vier jaar dat het op een kinderdagverblijf zit niet één keer met een blauwe plek of een pleister is thuisgekomen, dan is er iets goed mis. Dan heeft het in een gewatteerde omgeving geleefd.”

T. Hodgkinson, Luie ouders hebben gelijk, uitgeverij Meulenhoff, 288 blz., € 18,95

L. Skenazy, Freerange Kids, Giving our Children the Freedom we had without going Nuts with Worry, uitgeverij Jossey Bass, te koop via bijvoorbeeld amazon.com, $ 16,47

Carl Honoré, Slow kids, uitgeverij Lemniscaat, 228 blz., € 19,95