Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Beeldende kunst

‘Het gaat me om de moraal van meer, meer’

Kunstenaar Marc Mulders doet zijn inspiratie op in de natuur. Hij strijdt ook voor de dieren. „Megastallen zijn concentratiekampen voor varkens.”

Marc Mulders in zijn atelier (Foto NRC Handelsblad, Vincent Mentzel) Marc MULDERS (1958) Nederlands beeldend kunstenaar. foto VINCENT MENTZEL==F/C==Nederland. Oostelbeers, 15 april 2009
Marc Mulders in zijn atelier (Foto NRC Handelsblad, Vincent Mentzel) Marc MULDERS (1958) Nederlands beeldend kunstenaar. foto VINCENT MENTZEL==F/C==Nederland. Oostelbeers, 15 april 2009 Mentzel, Vincent

Het Brabantse land is prachtig op deze warme voorjaarsochtend. Jonge blaadjes aan de bomen en een eerste lichtgroene vlinder fladdert boven het oprijpad van Marc Mulders’ boerderij op het landgoed Baest tussen Tilburg en Oirschot. „Het is een paradijs hier”, zegt Mulders. De kunstenaar loopt wat moeilijk omdat hij zich verstapt heeft tijdens het hardlopen. Elke ochtend rent Mulders door het bos – hij ziet er getraind uit.

Maar het fysieke is niet waar het hem om gaat: hij zegt al rennend op te gaan in Gods schepping en als er reeën in het weiland naast zijn boerderij verschijnen, raakt hem dat dieper dan zo maar een ontmoeting met een wild dier.

Als vissers of jongeren afval achterlaten ruimt hij dat op – Mulders laat op zijn Macbook een foto zien waarop hij gekleed is als een vuilnisman met oranje hesje – of belt de gemeente. Op andere foto’s staan chipszakken en colablikjes. Gebrek aan respect voor de natuur vindt hij onbegrijpelijk.

Lange tijd was natuur het enige dat Marc Mulders (1958) schilderde. Vooral dankzij zijn bloemenschilderijen met tientallen uit vette verf gedraaide bloemen die je recht aankijken. Sommige op het hoogtepunt van hun bloei, andere verwelkt. Daarmee is hij een van de succesvolste Nederlandse kunstenaars geworden. Nog bekender werd hij de laatste jaren door zijn glas-in-loodramen voor de Nieuwe Kerk in Amsterdam en de kathedraal van Den Bosch.

Jarenlang woonde en werkte Mulders in een oude kloosterschool in Tilburg, maar vorig jaar verhuisde hij naar deze 18de-eeuwse hoeve met rieten dak. Voor we over zijn nieuwe werk mogen praten – vandaag opent een expositie van hem in kasteel Huis Bergh met gigantische collages op de buitenmuren – laat hij een pamflet zien van een burgerinitiatief. Bij hem in de buurt zijn ‘megastallen’ gepland voor een half miljoen varkens. „Concentratiekampen voor varkens zijn het.”

Waarom bent u tegen megastallen?

„Die megastallen zijn ongezond voor mens en dier en slecht voor de natuur. Het gaat me vooral om de moraal van meer, meer, meer. Kun je in het nu leven in weldadigheid met de blik vooruit, of moet je altijd vooruit rennen en blijven investeren? Dat zit ook achter de huidige economische crisis.”

Heeft u wel eens een varken geschilderd?

„Wel eens een opengesperd everzwijn. Het is een klassiek vanitasmotief. Soutine heeft dat prachtig gedaan, en Rembrandts Gevilde Os uit het Louvre is een voorbeeld voor alle schilders, daar zit een hele etalage in van wat sterfelijkheid is. Het vertelt over het leven en het heengaan van het leven. Elk lichaam van bloem, dier of mens is op het hoogtepunt één en al bloei. Het verwelken en heengaan is een echo van die kracht. Dat is samengebald in Rembrandts meesterlijke osje. Het stoffelijke is een echo van de schepping.”

U ziet de schepping in de natuur?

„Door de natuur met zijn bloei, verval, seizoenen, temperament en wreedheid na te schilderen krijg je een soort voodookracht. Het roerloos in het atelier hangende dier getuigt nog van de bezieldheid van het leven. Net als de bossen bloemen. Je verovert het met je ogen en dat beeld parkeer je in je binnenste. Dat leidt tot meditatie. Bijvoorbeeld bij het hardlopen als ik de stoffelijkheid aanschouw en het ontwaken van de morgen opgeur. Na de meditatie komt de transformatie naar het doek.”

U werkt veel samen. Vorig jaar had u een grote installatie ‘Mapping out Paradise’ met viltkunstenaar Claudy Jongstra in De Pont.

„Kunst is voor mij een gesammtwerk. Ik heb bijna de hele winter gewerkt aan ramen voor het Rabohoofdkantoor in Maastricht, omdat het klikte met de architect Han Westelaken. Bij Huis Bergh was het contact met Henk van Os belangrijk. Het Textielmuseum werkt aan een groot kleed van mij en ik wil dat de maker, Henk, het samen met mij signeert. Hij vertaalt mijn bloemen in textiel, dat is de helft van het werk. Dat geldt ook voor de glasblazers met wie ik een collectie vazen maak. Kunst is voor mij een samenkomst van opdrachtgever, collega’s en soms de uitvoerder.”

Samenkomst?

„We voeren gesprekken over het belang van religie en kunst. Zo’n dialoog is een levensader voor me, net als mijn geloof. Daarom keerde ik tien jaar geleden terug naar de katholieke kerk. Ik wilde niet langer alleen in een kamer bidden, maar het samen met anderen beleven. Die samenkomst vieren is essentieel voor mij. Naar de kerk gaan en 1,5 uur mediteren over het grootse voorbeeld dat Jezus is.”

U hebt zich nu toch weer laten uitschrijven bij de kerk?

„In de kerk zijn tijdelijke bazen die menen te weten hoe anderen zich moeten gedragen. Ze bestoken de wereld met wettelijkheden die vooral getuigen van het afwijzen van de medemens. Het ontroert mij als mensen samenkomen in gebedshuizen om de naastenliefde te inhaleren, of het nu in een moskee in Irak is, of in een synagoge in Israël. Nu zegt mijn kerk dat het katholieke geloof het enige ware is en dat de andere het bij het verkeerde eind hebben. Dat afwijzen en dat gelijkhebberige verafschuw ik. Het binnenhalen van bisschop Williamson die de holocaust ontkent, was twee maanden geleden voor mij en mijn vrouw de reden om ons te laten uitschrijven. Ik blijf naar de kerk gaan, al mag ik officieel niet ter communie. Ik blijf me schamen voor uitspraken van de paus over aids, euthanasie en homoseksualiteit. Het geloof moet barmhartig zijn, maar ze excommuniceren in Brazilië de moeder van een verkracht meisje dat abortus koos. Schokkend.”

Denkt u aan het geloof bij het schilderen?

„Ik moet een verlatenheid creëren. Dan mag ik niet aan mijn vrouw Trudy denken, niet aan onze Lieve Heer en niet aan mijn moeder.”

De religie is niet overduidelijk in uw schilderijen.

„Vincent van Gogh heeft nooit Christus geschilderd, maar wel de natuur als goddelijke inspiratie. Hij schreef daar veel over in zijn brieven. In mijn bloemenstaties zie je wat het leven vermag, van alle schoonheid en glorie tot het weer tot stof gaan. Daar wil ik bij stilstaan, maar als toeschouwer moet je die blabla snel vergeten.”

Op uw site staan veel natuurfoto’s. Daarbij zoomt u soms uit zodat je een landschap ziet. U schildert dat nooit.

„Meteen toen ik hier kwam wonen heb ik geprobeerd een landschap te schilderen, maar het is mislukt. Ik ben maar beperkt als schilder. Ik kan wel dirigeren en ordenen met verf. Ik heb een goed gevoel voor compositie en harmonie. Maar ik kan geen toneel of gebeurtenis in mijn schilderijen tonen, zoals Marlene Dumas, want zij kan figuratief werken. Ik ben gedoemd tot abstractie. In aquarel kan ik wel dieren neerzetten, maar alleen archetypes als een vis of een pauw. Realisme lukt me niet in olieverf.”

Daarom die collages met knipsels uit kranten en tijdschriften? Zoals 9-11 in het raam van de Sint Jan?

„Zo ontsnap ik. Met knippen en plakken kan ik wel realisme krijgen zodat ik in mijn werk dingen over religie en politiek kan zeggen. Ik kan ook foto’s maken en die via zeefdruk op glas zetten en er overheen schilderen. Ik kan een afbeelding van Maria uitknippen, op het hart van een bloem leggen en die samen aan een doornentak prikken. En de uitvergrote foto ervan inlijsten.

„Op het schilderen van landschappen studeer ik. Later zal het lukken. Ik kijk veel naar de landschappen van Gustav Klimt. Ik bewonder hem omdat hij net als de andere kunstenaars uit de jugendstil op vele dragers zijn beelden verspreidde. Als ik een pauw aquarelleer kan die op een glas-in-loodraam, of op een T-shirt van mijn modelijn Stop Bleeding. Hij kan ook geweven worden door het Textielmuseum en ik kan hem schilderen op een vaas. Mijn kern blijft olieverf op doek. Daar omheen wil ik allerlei dragers benutten die op een minder voorname manier het leven hier en daar mogen versieren. Ik zoek naar manieren om dienstbaar te zijn.”

U heeft al honderden bloemenschilderijen gemaakt. Houdt het nooit op?

„Het is de lust tot schilderen. Ik kan nooit langer dan drie dagen op vakantie. Ik wil het witte doek verzorgen met een bloemenweelde. Ik ben vrij van moderne dogma’s die dwingen om steeds maar origineel te zijn. ‘Opmars in vertraging’, heeft iemand over mijn werk geschreven. Natuurlijk moet je vooruitkijken en veranderen, maar als het een dwang wordt vergeet je te zijn. Ik heb me altijd moeten verdedigen: religie was passé en het ambachtelijke paste ook al niet bij het heilige modernisme. Maar de tijden verkeren.”