Vrolijke teamspeler

Zeven minuten voor het einde werd hij gewisseld en toen, zoals dat gaat bij de Champions League, verschenen zijn persoonlijke cijfers. Vier schoten, waarvan drie op doel. Een miserabele score voor een centrumspits in een wedstrijd die gemakkelijk met 3-0 werd gewonnen. Hoewel zijn rapport ook nog een doelpunt vermeldde, zou je haast denken dat Emmanuel Adebayor een magere bijdrage had geleverd aan de zege van Arsenal op Villarreal. Het tegendeel was waar. Ook zonder zijn goal zou ik met warmte aan deze wedstrijd hebben teruggedacht, en dan vooral aan de man uit Togo met zijn rubberen benen. Spelen als Adebayor, in dat elftal, in dat stadion, is een jongensdroom die het kan stellen zonder doelpunt in de laatste minuut.

In het spel van Arsenal wordt het cliché dat het niet uitmaakt wie een goal op zijn naam schrijft tot norm verheven. Van de archetypen van aanvallende voetballers – de één wil scoren, de ander pingelen – vind je in het Emirates Stadium in Noord-Londen vrijwel niets terug. Het lijkt Adebayor en de techneuten die hem omringen werkelijkheid niets te schelen wie wat doet, zolang het maar gebeurt. Hoe korter iemand de bal bij zich houdt, hoe beter. Als elektronisch aangestuurd slingert de bal zich van voet naar voet, van links en rechts en weer terug, net zo lang en net zo snel als nodig is om iemand een doelkans te bezorgen. Robin van Persie, Cesc Fabregas en Samir Nasri omcirkelen hun ‘target man’ Adebayor in wisselende formaties. Raadselachtig dat de spits zelf niet duizelig wordt van het in de gaten houden wie waar opduikt.

Adebayor doet in niets denken aan de grimmige afmakers van vroeger. Als een vrolijke teamspeler draait hij mee in de carrousel en kaatst ballen, hij passeert een mannetje, verdedigt en schept speelruimte voor anderen. Voor Fabregas bijvoorbeeld. Met zijn rug naar het vijandelijk doel kreeg Fabregas de bal toegespeeld. De complete verdediging van Villarreal wist wat de virtuoos zou doen. Fabregas zou de bal natuurlijk aannemen, of hem naar de zijkant spelen, naar flankspeler Theo Walcott. Het zo kort mogelijk willen hebben van de bal leidde bij Fabregas tot het onder zijn voet doorhalen en naar achteren doorgeven. Omdat hun lichamen naar de zijkant leunden, helemaal uit balans, moesten de backs van Villarreal machteloos toezien hoe de bal langs de ‘binnenkant’ verder rolde. Walcott holde naar binnen, pikte de bal op en scoorde met een mooie stift.

Eén seconde balcontact en een doelkans was een feit. Adebayor had geen concreet aandeel in de goal maar lachte al zijn tanden bloot. Later maakte de lange en beweeglijke centrumspits zelf ook nog een doelpunt. Maar dat was bijzaak.