De vingertoppen ernstig verwond

Somalische asielzoekers worden niet meer automatisch tot Nederland toegelaten.

Er wordt te veel fraude gepleegd, stelt Albayrak.

Een Somalische vrouw en kind in Tilburg. Albayrak heft de groepsgewijze bescherming op, terwijl de situatie in Somalië nog steeds ernstig is. Foto Joyce van Belkom Nederland, Tilburg, 2000 Somalische vrouw en kind bij een geldautomaat. Foto: Joyce van Belkom pinnen pinautomaat
Een Somalische vrouw en kind in Tilburg. Albayrak heft de groepsgewijze bescherming op, terwijl de situatie in Somalië nog steeds ernstig is. Foto Joyce van Belkom Nederland, Tilburg, 2000 Somalische vrouw en kind bij een geldautomaat. Foto: Joyce van Belkom pinnen pinautomaat Belkom, Joyce van

Als de zon gaat schijnen, verlaten de bewoners van aanmeld- en vertrekcentrum Ter Apel hun lichtbruine barakken. Veel van hen komen uit Somalië. De vrouwen dragen lange gebloemde gewaden en felgekleurde hoofddoeken. Enkelen dragen een kind op de heup of in een doek op de borst.

Veel asielzoekers komen de laatste jaren uit Somalië. Vorig jaar bijna 4.000, bijna eenderde van alle asielzoekers die zich in Nederland meldden. In januari en februari dit jaar zijn ongeveer 850 asielaanvragen ingediend door Somaliërs. Het is de op een na grootste groep, de meesten komen nog steeds uit Irak.

Voor Somaliërs uit Centraal- en Zuid-Somalië bestaat sinds 2005 het zogenoemde categoriaal beschermingbeleid. Dat betekent dat die delen van Somalië zo onveilig zijn dat bewoners als groep worden beschermd. Sinds begin jaren negentig heerst er een burgeroorlog waarbij allerlei groepen met elkaar vechten. Er is al jaren geen effectieve regering. Naast Nederland hebben ook België, Noorwegen, Hongarije en Luxemburg een beschermingsbeleid voor Somaliërs.

Het was dus relatief eenvoudig om als Somaliër in Nederland een verblijfsvergunning te krijgen.

Was.

Begin deze maand paste staatssecretaris Nebahat Albayrak (Justitie, PvdA) het beschermingsbeleid aan. Er werd te veel misbruik van gemaakt, schreef ze in een brief aan de Tweede Kamer. Zo vijlen sommige Somalische asielzoekers het profiel van hun vingertoppen zodat het nemen van vingerafdrukken onmogelijk is. Soms verwonden ze hun vingers zo ernstig, dat ze voor altijd beschadigd zijn.

Vingerafdrukken worden sinds 2003 van alle asielzoekers in Europa genomen en opgeslagen in een database. Bij een asielaanvraag wordt gekeken of de persoon in kwestie al eerder in een ander Europees land was om asielshoppen te voorkomen. Een asielzoeker moet asiel aanvragen in het land van aankomst. Vluchtelingen reizen door naar het land waar ze het meeste kans denken te hebben.

En dan is er nog de kwestie van de Somalische pleegkinderen. Een asielzoeker met een vergunning heeft het recht op familiehereniging. Echtgenoot en kinderen mogen overkomen. Na de invoering van DNA-testen om biologische familiebanden te verifiëren, steeg het aantal Somalische pleegkinderen drastisch. Soms wel tien in een gezin.

Eén Somalisch gezin zou uit 41 leden bestaan. Medewerkers van de immigratie- en naturalisatiedienst (IND) moeten dan in een gesprek beoordelen of het om échte pleegkinderen gaat. Albayrak wil nu dat pleegkinderen voortaan direct worden opgegeven bij de IND en ze worden alleen toegelaten als een asielzoeker kan bewijzen dat het kind in het thuisland deel uitmaakte van het gezin.

Het fenomeen pleegkinderen bestaat niet in Somalië, zegt Shamsa Said van de Federatie van Somalische Associaties (FSAN), een belangenvereniging voor Somaliërs in Nederland. Het fenomeen gezin eigenlijk ook niet. Althans, niet zoals in Nederland. Zij komt uit Somalië, woont sinds 1993 in Nederland en begrijpt dat een batterij pleegkinderen gek moet klinken in Nederlandse oren. „Hier wonen gezinnen in één huis, de ouders voeden in principe hun eigen kinderen op. In Somalië zijn de kinderen niet van de ouders maar van de hele familie. Vaak worden kinderen grootgebracht door een ander dan de ouders. Het kind van je zus voelt net zo eigen als het kind dat uit jou is geboren. Zelfs voor het kind van je oom draag je een even grote verantwoordelijkheid.”

Somaliërs zijn groepsdenkers, zegt Said. Dat zit zo diep ingebakken. Ik woon hier al zo lang en nog steeds vind ik het lastig om alleen aan mezelf te denken. De eerste jaren sprak ik ook steeds over ‘wij’ als ik het over mezelf had.”

Een paar jongens klieren in de klas, de juf weet niet precies wie en de hele klas moet nablijven. Zo ziet asieladvocaat Loes Vellenga de afschaffing van de groepsbescherming van Somaliërs. „Enkelen frauderen, de hele groep wordt gestraft.” VluchtelingenWerk Nederland vindt de aanpak van Albayrak „buiten proportie”. „Misbruik moet strenger bestraft worden”, zegt directeur Edwin Huizing. „Maar de staatssecretaris moet de bescherming van mensen niet laten afhangen van misbruik, maar van de veiligheidssituatie in het land van herkomst.”

„Ik heb gehoord dat Somaliërs hun vingertoppen afvijlen”, zegt Abdulahi (26). Vijf jaar geleden vluchtte hij, 21 jaar oud en alleen, vanuit Somalië naar Nederland. Sinds dit jaar woont hij in het asielzoekerscentrum in Boxmeer en volgt hij de inburgeringscursus. Drie middagen per week zit Abdulahi op les en een dag in de week leest hij boeken in de bibliotheek. „Ik snap dat Albayrak de regels aanscherpt. Maar ze moet ook oppassen want de situatie in Somalië is alleen maar slechter geworden.”

Iedereen wil weg, zegt Shamsa Said. Maakt niet uit hoe. Volgens Albayrak komt een groot deel van de Somaliërs met hulp van mensensmokkelaars naar Nederland. Uit onderzoek van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) blijkt dat ongeveer de helft van de Somaliërs zegt te zijn geholpen met de reis naar Nederland, al dan niet tegen betaling.

Abdulahi praat niet graag over de oorlog. „Te gevoelig”, zegt hij en klopt met zijn hand op zijn hart. „In Somalië zijn geen wetten, geen regels. De overheid biedt geen enkele bescherming. Als ik over straat liep was ik elk moment bang dat mij iets zou overkomen.” Abdulahi behoort tot een minderheidstam. „Nederland is de wereld op z’n kop. Alles is hier goed geregeld. Hier word je beschermd.”

Om de Nederlandse regels te begrijpen heeft een Somaliër veel tijd nodig, zegt hij. „Wij zijn niet gewend om met regels om te gaan. In ons land heerst chaos, vrouwen worden verkracht, burgers gedood. Kinderen van veertien worden soldaat. Er heerst constant angst.”

De groep die begin jaren negentig naar Nederland kwam, was relatief hoogopgeleid, zegt Shamsa Said. Said werkte voor haar vlucht als diplomaat op de Somalische ambassade in Brussel. Zij sprak goed Engels en had een opleiding. „De Somaliërs die nu binnenkomen zijn vaak laagopgeleid, soms analfabeet. Bovendien zijn het kinderen van de oorlog. Ze kennen alleen chaos en instabiliteit. Die mensen komen hier en moeten dan leren dat je hier 's morgens een boterham eet en niet een injerra gaat bakken. En dat de vrouwen een broek aan mogen, in plaats van al die kleurige laagjes.”

Staatssecretaris Albayrak noemt het „uitzonderlijk” dat ze de groepsgewijze bescherming van Somaliërs opheft terwijl de situatie in grote delen van hun land nog ernstig is. Ze heeft geen keus, zegt ze. Alle Somalische asielzoekers worden nu individueel beoordeeld.

Makkelijk is dat niet. Om erachter te komen of een asielzoeker daadwerkelijk uit Centraal of Zuid-Somalië afkomstig is, wordt een taaltoets gebruikt. Loes Vellenga kent een asielzoekster die na een huwelijk in het zuiden woont, maar het dialect uit het noorden spreekt omdat ze daar opgroeide.

Daarnaast wordt gekeken tot welke clan iemand behoort. Ook dat is vaak lastig te bepalen. Weet je nog, vraagt Velllenga: „Ik ben Ayaan, de dochter van Hirsi, die de zoon was van Magan...” In Somalië bestaan geen achternamen, zegt Shamsa Said. Ik ben de dochter van Hasan, die de zoon is van Said. Je moet wel twaalf generaties terugredeneren om zeker te weten tot welke clan je hoort.” Ze wenst de medewerkers van de IND succes.

Tussen elf en twaalf uur moeten de asielzoekers in Ter Apel stempelen. De Somalische vrouwen lopen in een kleurige optocht naar het stempelkantoor. Ze leggen hun vinger op een computer. Het is de enige verplichting in een verder lege dag.