De wedergeboorte van Martin Šimek

Radio op internet is een tamelijk marginaal fenomeen. Als er op het web naar iets geluisterd wordt, dan zijn het meestal podcasts, die op elk moment afgespeeld kunnen worden. Toch gaat vanaf zaterdag de website van Elsevier wekelijks om middernacht Šimek Live uitzenden, een serie lange interviews van Martin Šimek met achtereenvolgens Connie Palmen, Ab Osterhaus, Freek de Jonge, Kees van Kooten, Jeroen Smit en andere veelbelovende gasten.

Uiteraard blijven die radio-uitzendingen achteraf beschikbaar, maar er hangt een zekere evenementswaarde rond het initiatief, dat Šimek en Elseviers hoofdredacteur Arendo Joustra gisteren in De wereld draait door lanceerden. Op televisie, dat dan weer wel.

De oorspronkelijk Tsjechische tenniscoach en cartoonist Martin Šimek (Praag, 1948) werd eind vorig jaar door de RVU aan de kant gezet. Hij presenteerde daar veertien jaar het dicht beluisterde interviewprogramma Šimek ’s nachts. Ook op televisie had hij zich al bewezen als eigenzinnige, geestige en vasthoudende gesprekspartner, die de tijd nam, veel zelf praatte en zo Bekende Nederlanders op beslist unieke wijze portretteerde.

Er waren wat protesten van luisteraars tegen de vreemde beslissing van de RVU. De EO wierp de drenkeling een reddingsboei toe, zoals eerder uitgerangeerde omroepcoryfeeën als Henny Huisman en Catherine Keyl.

Gisteren was de derde aflevering te zien van Šimek voor de verandering, een reeks korte gesprekken met wedergeboren christenen, die we kennen als leden van de televisieparochie van Andries Knevel: kleinkunstenares Elly Zuiderveld-Nieman, afkickgoeroe Keith Bakker en Arjen Jansons, die een boek schreef over de lustmoord op zijn 13-jarige dochter Sybine.

Net als de eveneens niet-gelovige historicus Maarten van Rossem, die voor de EO een documentairereeks maakte over evangelisch-christelijke Amerikanen, heeft Šimek zichtbaar moeite met de beperking van het onderwerp. Het liefst wil hij zijn gasten vragen hoe ze tot hun geloof zijn gekomen, maar dat is een intieme kwestie, die hij ook nog eens benadert als tamelijk exotisch.

Toch is het spannende televisie. Šimek maakt omtrekkende bewegingen en probeert religieuze gevoelens serieus te nemen. Het gesprek met de strakke Jansons deed denken aan een vlinder die rond een betonblok fladdert. Als hij zeker wist zijn dochter ooit weer te ontmoeten, hoe oud zou ze dan zijn? Het leek een strikvraag, maar was niet zo bedoeld; het antwoord ontweek ook meer dan beoogd leek. Bovendien kwam de interviewer steeds in tijdnood; pas in de voorlaatste minuut was Bakker bereid te praten over zijn ‘bekering’, een ontmoeting met God die anderhalve seconde duurde.