BASF: geen gengewas meer voor EU

De teelt van gengewassen neemt wereldwijd toe. Alleen in Europa bestaat sterk verzet. Chemiereus BASF heeft er inmiddels genoeg van en verlegt zijn activiteiten naar de VS.

Stefan Marcinowski Dr. Stefan Marcinowski, 56, Mitglied des Vorstands, Chemiker, 30 Jahre BASF. Crop Protection; Coatings; Specialty Chemicals Research; BASF Plant Science; Region Südamerika. Abdruck honorarfrei. Copyright by BASF. Dr. Stefan Marcinowski, 56, Member of the Board of Executive Directors, Chemist, with BASF for 30 years. Crop Protection; Coatings; Specialty Chemicals Research; BASF Plant Science; South America region. Print free of charge. Copyright by BASF.
Stefan Marcinowski Dr. Stefan Marcinowski, 56, Mitglied des Vorstands, Chemiker, 30 Jahre BASF. Crop Protection; Coatings; Specialty Chemicals Research; BASF Plant Science; Region Südamerika. Abdruck honorarfrei. Copyright by BASF. Dr. Stefan Marcinowski, 56, Member of the Board of Executive Directors, Chemist, with BASF for 30 years. Crop Protection; Coatings; Specialty Chemicals Research; BASF Plant Science; South America region. Print free of charge. Copyright by BASF.

Europa wordt een eiland op het vlak van genetisch gemodificeerde organismen (ggo’s). BASF, de Duitse chemiegigant, heeft alle hoop voorlopig opgegeven. „De EU heeft geen plaats meer in de planning van onze activiteiten”, zegt Stefan Marcinowski, lid van de Raad van Bestuur van BASF en verantwoordelijk voor gentechnologie, tijdens een recent bezoek aan Amsterdam.

Het enige gengewas dat in de EU mag worden geteeld, is het inmiddels omstreden genmaïs van Monsanto, bekend als MON 810. Dit werd in 1998 in de EU toegelaten, ook al hebben een aantal individuele lidstaten hiertegen bezwaar aangetekend. „Sinds de goedkeuring van MON 810”, zegt Marcinowski, „heeft de EU geen enkel gewas meer voor teelt erkend, terwijl er in de VS maar liefst 70 nieuwe gewassen zijn toegelaten. Dus zeggen wij: we beginnen niet meer aan projecten die uitsluitend op de EU zijn gericht.”

BASF is al jaren in een strijd verwikkeld met de Europese Unie over toelating voor de teelt (voor import en verwerking zijn wel meer gewassen toegelaten) van een genaardappel die het bedrijf specifiek voor de Europese markt heeft ontwikkeld. Het gaat om de Amflora die een beter bruikbaar zetmeel moet leveren voor industriële toepassingen. In andere delen van de wereld gebruikt men daar geen aardappels voor.

De Europese lidstaten zijn hopeloos verdeeld over de Amflora. Het dossier wordt al jaren heen en weer geschoven tussen de ministerraad en de Europese Commissie. De laatste stap is dat de Commissie de Europese Voedselautoriteit (EFSA) om een nieuw advies heeft gevraagd. Vóór 1 april zou de EFSA antwoord geven, maar tot dusver blijft het stil.

BASF blijft het gevecht om toelating van de Amflora voortzetten, zegt Marcinowski. Maar tegelijkertijd heeft het bedrijf zijn conclusie getrokken: „Geen nieuwe projecten meer voor de Europese Unie. Als men in de EU ooit interesse toont voor een gengewas dan is dat een zakelijke meevaller.” Het is een besluit met financiële consequenties, zegt Marcinowski. Sinds twee jaar is er een geografische verschuiving van de uitgaven aan onderzoek en ontwikkeling. „Sinds vorig jaar doen we meer dan de helft van onze uitgaven aan onderzoek en ontwikkeling in de VS. Dat is eigenlijk jammer, want de wetenschappelijke basis van de technologie ligt in Europa.” Het bedrijf spendeert jaarlijks 100 miljoen euro aan onderzoek en ontwikkeling van gengewassen.

Het verzet tegen gengewassen is niet op feiten gebaseerd, meent Marcinowski, die zijn carrière bij BASF dertig jaar geleden begon als gepromoveerd chemicus in het laboratorium voor biotechnologie. „Het is een ideologische strijd”, meent hij, ook al erkent hij dat de voorstanders de effecten van gengewassen op het milieu niet volledig kunnen voorspellen.

„Dit is de eerste keer in onze geschiedenis dat we een technologie die ons ter beschikking staat niet gebruiken”, stelt Marcinowski, en dat is vooral een grote schok voor hem als wetenschapper. Terwijl de noodzaak om die technologie te gebruiken volgens hem wel bestaat wegens de groeiende wereldbevolking, de groeiende vleesconsumptie en het groeiend gebruik van planten voor nieuwe doeleinden zoals biobrandstof.

Het grote probleem met deze argumentatie is dat de industrie nog nooit een gengewas heeft voortgebracht dat een grotere opbrengst geeft of dat kan groeien in extreme droogte. De bestaande ggo’s zijn ofwel resistent voor een landbouwgif dat onkruid verdelgt (en vaak door dezelfde bedrijven wordt geproduceerd, zoals BASF) of ze produceren zelf een gif dat een insect weert.

Marcinowski erkent deze kritiek volledig. Hij vult zelf aan dat dit dus ook producten zijn die de consument geen enkel voordeel opleveren. De reden dat men toch met dit soort gewassen is begonnen, is dat „dit de makkelijke modificaties waren. Het gaat om het veranderen van slechts één gen.” Het creëren van een gengewas dat droogte kan weerstaan, zoals BASF momenteel met Monsanto doet, vergt het wijzigen van een hele familie van genen, aldus Marcinowski. „Onze droogteresistente maïs zal in 2012 de eerste op de markt zijn, het eerste gengewas met een nieuwe intrinsieke waarde: droogte zal niet resulteren in verlies aan opbrengst of sterven van het gewas. In vergelijking met niet-gemodificeerde maïs zal de opbrengst daardoor 10 procent hoger zijn.” BASF en Monsanto zijn echter niet van plan goedkeuring voor de teelt van dit gewas in de EU aan te vragen.