A’dam halveert aantal stadsdelen

Amsterdam brengt per 1 mei 2010 het aantal stadsdelen terug van veertien naar zeven. De nieuwe ‘sterke’ stadsdelen krijgen meer taken en bevoegdheden dan de huidige stadsdelen.

Dit heeft het Amsterdamse college van B en W vanmiddag bekendgemaakt. Daarmee neemt het stadsbestuur het advies over van de commissie-Mertens. Die commissie adviseerde in januari om de bestaande stadsdelen samen te voegen tot zeven „taakrijke stadsdelen met een robuuste en enigszins vergelijkbare schaal”. Een commissielid pleitte voor tien stadsdelen, tevergeefs naar nu blijkt. De gemeenteraad moet de herindeling nog goedkeuren en zal dit naar verwachting doen in juni van dit jaar.

De nieuwe stadsdelen krijgen de omvang van middelgrote tot grote provinciesteden. Met bijna 79.000 inwoners wordt Zuidoost het kleinste stadsdeel. West buiten de ring wordt het grootst, met 135.000 inwoners. Nu zijn er 322 deelraadsleden en 49 bestuurders. Dat worden er na de herindeling respectievelijk 199 en 35.

Amsterdam heeft de stadsdelen ingevoerd in de jaren tachtig en negentig. De stad is daarmee uniek in Nederland; de deelgemeenten in Rotterdam hebben veel minder bevoegdheden. Volgens de commissie-Mertens vertoont het stelsel echter „haperingen en fricties”. De stadsdelen blijken soms te klein om taken zelfstandig uit te voeren, zoals bouw- en woningtoezicht en de controle van de leerplicht.

Grotere stadsdelen kunnen dergelijke taken makkelijker en beter uitvoeren, is de gedachte. Tegelijkertijd met de herindeling wordt de verdeling van de taken en de bevoegdheden tussen de centrale stad en de (nieuwe) stadsdelen opnieuw bekeken. Eerder is dit al gebeurd bij onder meer de jeugdgezondheidszorg, inburgering en reïntegratie. Om te voorkomen dat de grote stadsdelen te ver van de burger af komen te staan, steekt Amsterdam geld in het verbeteren van het contact in de buurten.