De natuur doet zich weer heftig gelden

Wie verzon het woord bloesjesdag en wie rokjesdag? Daarover ging deze rubriek vorige week en we gaan er nog even over door, want er zijn enkele nieuwe feiten boven water gekomen.

Eerst over rokjesdag. „Dat is in 2002 voor het eerst aangetroffen”, schreef ik vorige week, „en hoewel het wordt toegeschreven aan Martin Bril, is die oudste vindplaats niet van hem”. Dat bleek niet helemaal juist. Voor dit soort dingen kun je onder andere onderzoek doen in een digitaal krantenbestand dat helaas niet compleet is, want wegens auteursrechtelijke kwesties zijn sommige stukken van freelancers uit dit bestand verwijderd. Om een lang verhaal kort te maken: rokjesdag blijkt bij nader inzien al in 1996 te zijn gebruikt, in Het Parool, en wel degelijk door Martin Bril.

Op 19 april 1996 schreef Bril in die krant: „De zon scheen, de hemel was stralend blauw en de belofte van een spoedige rokjesdag, die ene wondere dag in het jaar dat als bij toverslag alle meisjes in korte rokken lopen, hing eindelijk in de lucht.”

Betekent dit nu dat Bril de bedenker is van dit woord? „Nee, ik denk niet dat ik het heb verzonnen”, antwoordt Bril desgevraagd. „Ik zou het weleens van Harry kunnen hebben. Harry is de eigenaar van een koffiehuis in Amsterdam waar ik veel kwam. Harry kon prachtige dingen zeggen. Als hij een mooie meid zag, dan zei hij bijvoorbeeld: ‘de natuur doet zich weer heftig gelden’.”

Het woord rokjesdag mag dan niet door Bril zijn verzonnen, hij heeft er wel degelijk voor gezorgd dat het algemeen bekend werd. Na die column in Het Parool kwam hij er geregeld op terug, óók omdat hij er zoveel reacties op kreeg. „Boze brieven van feministen die het een seksistisch woord vonden – dat soort dingen. Erg vermakelijk allemaal.”

Een frequentieonderzoekje in de digitale krantenarchieven en op internet leert dat rokjesdag inmiddels veel vaker wordt gebruikt dan het oudere bloesjesdag. Vooral de aantallen op internet zijn overtuigend: ruim 53.000 rokjesdagen versus 925 bloesjesdagen – het is kennelijk een lenteverschijnsel dat menigeen bezighoudt.

Is inmiddels bekend wie de bedenker is van bloesjesdag? Sommige lezers schreven het toe aan Rinus Ferdinandusse, die in het de jaren zestig in Vrij Nederland zou hebben gebruikt. Het doorbladeren van de lentepagina’s van Vrij Nederland in die jaren leverde echter niks op en Ferdinandusse kon het zich niet herinneren.

Bloesjesdag is – net als rokjesdag trouwens – een typisch mannenwoord en er zijn nog diverse nieuwe mannen als vader aangewezen. We hadden al Remco Campert, Piet Grijs en Kees van Kooten, en daar zijn nu bijgekomen Simon Carmiggelt, Godfried Bomans en Adriaan Morriën. Sommige lezers meenden zich het woord te herinneren uit de jaren vijftig, anderen uit de jaren zestig en het begin van de jaren zeventig. Maar aan herinneringen alleen hebben we niet genoeg. Wat we nodig hebben, is een schriftelijke bewijsplaats van vóór 1982, toen Piet Grijs dit woord gebruikte, in de zin: „Of het wordt lente, en het is bloesjesdag, en dan heb je al een vrouw.”

Ewoud Sanders

Reacties naar sanders@nrc.nl

    • Ewoud Sanders