Mailtalenten

Zal er ooit een boek worden uitgegeven met de verzamelde e-mails van een schrijfster of schrijver die nu een jaar of 30 is, dus iemand van de digitale generatie? Ik vroeg het me af toen ik een bespreking las van de verzamelde correspondentie van Samuel Beckett, het eerste deel, 782 pagina’s, geschreven tussen 1929 en 1940. Is dat veel? Als je eenmaal in de twee dagen een brief aan een van je kinderen, je ouders, een vriend schrijft, heb je binnen tien jaar 1.825 brieven geschreven. Van hoeveel kantjes? Laten we aannemen: gemiddeld twee, van 200 woorden per kantje. De pagina van een boek heeft ongeveer 320 woorden. Rekent u zelf uit hoe dik zo’n boek zal zijn.

Zo moet je iemand als Beckett natuurlijk niet behandelen. Hij was behalve een groot schrijver ook een epistolair talent. Maakte zijn vertrouwden per post deelgenoot van zijn ervaringen, gevoelens, denkbeelden, plannen. Daarbij, schrijft de recensent, Joseph O’Neill, was hij praktisch niet in staat zich te uiten zonder zich bewust te zijn van wat hij schreef. Dat is iets anders dan wat we onder spontaan verstaan. Hij overwoog, zag, besefte wat hij schreef, wat het niet minder authentiek maakte. Spontaan is, in de eigentijdse betekenis: zonder nadere overwegingen de woorden eruit gooien. Het eigenaardige is dat je dit dan ook met voorbedachte rade kunt doen. Je kunt je spontaniteit acteren. Dansjes maken, op en neer springen, kreten slaken, alles volgens het scenario dat je een paar seconden geleden hebt verzonnen of dat door de situatie wordt voorgeschreven. Kijk naar de reclame op de televisie of naar het voetbalpubliek dat op een doelpunt reageert.

Schrijven met de hand gaat langzaam en is op zichzelf al een lichamelijke inspanning. Op die manier een brief schrijven biedt ruimte voor contemplatie. Met de schrijfmachine gaat het al veel vlugger, maar nog altijd moet je tamelijk hard de toetsen raken, en het herstel van een fout kost extra inspanning, gedoe met Tipp-ex, het smeerseltje waarmee de verkeerde aanslag kon worden overgeverfd. De toetsen van een computer vergen niet meer dan een lichte aanraking om het bedoelde resultaat te krijgen, en maak je een fout, dan is die binnen een fractie van een seconde onzichtbaar hersteld.

De vooruitgang van de communicatie wordt uitgedrukt in sneller en directer. Twitter specialiseert zich in het versturen van ultrakorte boodschappen. Daarbij zou je aan aforismen kunnen denken. Maar zoals we uit de gedachtenwisselingen in de Tweede Kamer en het openbaar vervoer leren, leggen de sprekers zich vooral toe op het genre van de wisecracks, de lik-op-stuk-opmerkingen, het leuk uit de hoek komen. Dit alles wordt in de geschreven taal door e-mail en twitter verder aangemoedigd.

Mijn conclusie: zoals de vulpen de contemplatie, de zorgvuldige woordkeus bevorderde, zo vergemakkelijkt de computer de onoverwogen directheid, in laatste aanleg de uitbarsting van spontaniteit, in woede, verdriet, vreugde, iedere min of meer overweldigende emotie. Mijn beste bewijs is de nieuwste uitvinding, een soort verzekering waardoor je het verzenden van je e-mail kunt vertragen. Het is bekend dat mensen die alcohol hebben gedronken, zich wat directer uitdrukken dan wanneer ze nuchter zijn. Ga je iets drinken, zet dan eerst je laptop op veilig. Pas een halve etmaal later kun je je boodschap verzenden.

Zullen over een jaar of zestig de verzamelde e-mails van het talent dat ik hierboven bedoelde, worden uitgegeven? Ik onderschat de jonge talenten niet. Best mogelijk dat er nu iemand bezig is een e-mail van drie kantjes te schrijven die omstreeks 2070 met de rest van zijn digitale productie in een e-book te lezen zal zijn. Mijn mooiste verzamelde correspondentie blijft Haat is een deugd van Gustave Flaubert. En daarmee bedoel ik niets persoonlijks.