En toen zag ik dat al mijn zinnen metrisch waren

Diverse auteurs: Made in the USA. Lemniscaat, gemiddeld rond de 200 blz. €14,95 per deel
Diverse auteurs: Made in the USA. Lemniscaat, gemiddeld rond de 200 blz. €14,95 per deel

Arthur Wevers: Bittergarnituur. Contact, 275 blz. € 24,95

Bittergarnituur is het debuut van Arthur Wevers. Het is een dichtbundel en ook weer niet. Het is een roman in sonnetten.

Het is natuurlijk niets nieuws om een verhaal te vertellen in een poëtische vorm. Sterker nog, zo is het allemaal begonnen. Sinds Homerus werden verhalen verteld in verzen en millennialang is dat de norm gebleven. Pas in de 19de eeuw werd verhalende poëzie in populariteit overvleugeld door verhalend proza. Maar ook sindsdien zijn er altijd dichters geweest die een lang verhalend gedicht hebben geschreven. Derek Walcott won de Nobelprijs mede dankzij zijn poëtische roman Omeros. In Nederland is Mei van Gorter het beroemdste voorbeeld. De meest recente geslaagde voorbeelden zijn De aardse komedie, het ‘roman-gedicht’ van Pieter Boskma en Roeshoofd hemelt van Joost Zwagerman.

Dichters hebben een keur aan poëtische vormen gebruikt voor hun narratieve gedichten. Griekse en Latijnse dichters kozen unaniem voor de dactylische hexameter. Latere dichters kozen voor de combinatie van metrum en rijm in een strofische opbouw: Dante en Walcott in terzinen, Chaucer in septiemen, Ariosto en Tasso in octaven. Maar sonnetten zijn zeldzaam. En dat valt te begrijpen omdat het sonnet met zijn octaaf, volta en sextet zo’n afgeronde en in zichzelf gesloten structuur is, dat het minder geschikt lijkt voor een voortgaand verhaal. Het enige andere verhalende gedicht in sonnetten dat ik ken, is Jevgeni Onegin van Poesjkin, waarnaar expliciet wordt verwezen in Bittergarnituur.

Het is dan ook niet verbazingwekkend dat Wevers, net als Poesjkin, de wetten van het klassieke sonnet naar zijn hand zet. Er is een jambisch metrum, dat evenwel om de haverklap wordt verstoord, de zinnen lopen lustig over de randen van versregels heen en zelfs over de randen van afzonderlijke sonnetten. Van een volta is geen sprake. Het enige dat strikt wordt gehandhaafd is het rijmschema, dat identiek is aan dat van Poesjkin.

Het verhaal van Bittergarnituur stelt op de keper beschouwd niet zo veel voor. Het wordt verteld door ene Chris, die redacteur is bij een literaire uitgeverij, maar zichzelf als zodanig volslagen ongeloofwaardig vindt. Daarom vat hij het plan op om een autobiografische roman te schrijven in sonnetten. Waarom? ‘Tja, god, dat weet ik niet. Ik schreef maar wat,/ gewoon over dingen, en toen zag ik dat/ al mijn zinnen vrijwel metrisch waren .../ en daarna heb ik dat gewoon maar in / sonnetten omgezet, net als Onegin...’ Deze Chris heeft een vriendin die Suzan heet, maar ze hebben geen seks meer. Op een avond neukt hij Wendy Schmidt, die op de publiciteitsafdeling van de uitgeverij werkt. Dit wordt tamelijk smeuïg verteld. ‘Wendy Schmidt begon me geleidelijk aan/ steeds ruwer te berijden. Bij elke stoot/ boorde mijn stijve gloeiende geslacht/ zich dieper in haar kleddernatte schacht.’

Maar zij is de vriendin van Arthur Wevers en hij is een van Chris’ beste vrienden. Wijselijk vertelt hij zijn vriend niets. Dan wordt Chris door Suzan het huis uit gezet. De ironie wil dat Arthur Wevers hem aanbiedt om een tijdje bij hem te komen wonen. De rest van het verhaal probeert Chris het vol te houden om niets te zeggen over zijn neukpartij met Wendy Schmidt.

Het vertelperspectief is een vondst. De auteur Arthur Wevers vertelt vanuit het perspectief van de redacteur Chris over het personage Arthur Wevers dat door diezelfde redacteur bedrogen wordt. De verteller Chris spaart het personage Arthur Wevers geenszins. ‘Dat was zo klaar als glas/ als je wist wat voor plompe boer hij was.’ Maar de auteur Arthur Wevers spaart zijn verteller Chris nog minder door hem voor te stellen als een belabberde redacteur die niet eens in zichzelf gelooft en als een hork die zijn beste vriend bedriegt. Als dit een sleutelroman is die als bedoeling heeft wraak te nemen op een werkelijk bestaande bevriende redacteur, dan is de auteur glansrijk in zijn opzet geslaagd.

En hele stukken van het boek zijn ongelooflijk geouwehoer, vooral in de passages waar de verteller zijn eigen klunzigheid thematiseert: ‘Mijn excuses... Ik vrees, eerlijk gezegd,/ dat ik in het hierboven staande deel/ toch niet echt duidelijk heb uitgelegd/ wat ik nou bedoel. Nog maar een keer.’ Als er moet worden verteld over een gratis proefles salsadansen, begint het hoofdstuk zo: ‘Ik heb geen zin in dit deel van mijn verhaal./ Ik ros het er maar even snel doorheen.’ Dit soort passages zijn het allerleukste aan het boek, dat niet gaat over het verhaaltje dat het vertelt, maar dat gaat over de poging een verhaal te maken van een onbeduidend en oninteressant leven. Daarom wordt het verhaal verteld in sonnetten: om door middel van de vorm te visualiseren hoe wij allemaal vorm proberen aan te brengen in ons vormeloos bestaan. En daarom is Bittergarnituur niet alleen vermakelijk, maar ook intelligent en bijzonder.