Een pot verf is zo onschuldig niet

Met dreigementen denkt een buurtbewoner van een crèche zijn zin te krijgen. Maar daarmee klopt hij op de verkeerde deur. Hij moet bij de overheid zijn, vindt Aliefka Bijlsma.

Een pot verf is zo onschuldig niet Als moeder weet ik me geen raad met de bedreiging van een crèche bedreiging door geluidshinder door kinderdagverblijf Illustratie Bas van der Schot Schot, Bas van der

Wat is je instinctieve reactie als moeder als je bij de crèche van je zoontje op maandagochtend welkom wordt geheten door een gesloten deur waartegen een pot witte verf is gesmeten? Doen alsof het de normaalste zaak van de wereld is: „Goh ja, pot verf. Grappig he?”

„Waarom mama?”

„Eh... omdat iemand gewoon een beetje wilde kliederen.”

„Ga ik ook doen met de deuren in onze straat mama.”

„Nee, schat, dat mag niet.”

Maar maak je zoontje dat maar eens wijs. Ik sta immers krampachtig te doen alsof het best leuk is, zo’n gecodeerde dreigbrief. Want hoe valt zo’n actie anders te interpreteren dan als een regelrechte bedreiging? Bovendien is op de plek waar ik mijn zoon aflever een strafbaar feit begaan. En dat voelt op zijn zachtst gezegd onprettig.

Dat het om een strafbaar feit gaat weet de dader ook, anders was hij niet als een dief in de nacht aan het werk gegaan, maar had hij zich gewoon gemeld aan de poorten van de overheid en gezegd: zo gaat dit niet, er moet dringend een oplossing komen voor het probleem van de overlast. Ik zeg het bewust zo: de poorten van de overheid. Want nog even los van het feit dat zijn actie als een daad van agressie voelt, hij klopt daarmee bovendien op de verkeerde deur. De crèche kan en hoeft dit niet op te lossen. Daarvoor hebben wij een overheid.

Bovendien verwacht de buurtbewoner ook het onmogelijke te bereiken met zijn actie: stilte. We leven in een drukke, overbevolkte stad waarin we de beperkte ruimte met elkaar moeten zien te delen. Gaat de crèche weg (waar moet de crèche op stel en sprong naartoe?), dan komt er weer iets anders voor in de plaats: een krakersbolwerk, uitbreiding van het roc dat naast de crèche staat, een opvangtehuis voor verslaafden, een horecagelegenheid, of het wordt bijvoorbeeld weer een school, wat het vroeger altijd al is geweest. Wellicht is deze individuele verfgooiende buurman dan tijdelijk tevreden (hoewel ik daar mijn twijfels over heb), maar daar tegenover zullen weer andere buurtbewoners komen te staan die wel kinderen hebben en op hun beurt zo’n verslaafdenopvang niet erg fijn vinden.

Nadat ik mijn zoontje heb afgeleverd en hem veel plezier gewenst, kijk ik omhoog. De zon schijnt en ik vind dat jammer. Ik vind dat zelfs eng. Waarom? Omdat het betekent dat mijn zoon de hele dag buiten gaat spelen. De decibels zullen stijgen en de verfgooiende buurtbewoner zal zich verder gaan ergeren aan het geluid van spelende (oké, vaak krijsende) kinderen. Misschien gaat de buurman een biertje drinken in de zon. Misschien is hij boos omdat hij zijn spaargeld verkeerd heeft belegd. Of minder opdrachten heeft in deze onrustige tijd. Of dat zijn moeder hem vroeger sloeg. Misschien krijgt hij opeens een ander idee, iets wat hij laatst in de kranten heeft gelezen. Je durft er nauwelijks aan te denken.

Desondanks is zijn boodschap wat mij betreft glashelder en is de crèche van mijn zoontje niet langer de veilige plek die het hoort te zijn. Ik stel daarom vragen aan de leiding: of er aangifte is gedaan? Het antwoord luidt: ja, maar daar valt weinig van te verwachten.

Bij mij loopt nu ook de irritatie op. Hoezo valt daar weinig van te verwachten? Als ik de auto van de buurman overgiet met verf word ik toch gewoon opgepakt? Frustrerend dus. Ik moet de boodschap maar zien te accepteren en angstbeelden verdrijven. Uiteraard doet de crècheleiding verder alles wat verwacht mag worden. Er is extra waakzaamheid beloofd. Maar ze kunnen moeilijk overal camera’s ophangen, er hekken omheen bouwen, of de leidsters met pepperspray behangen. Inmiddels zou ik niets liever willen.

Onderweg naar mijn werk denk ik na over de verfgooiende buurtbewoner. Wat wil hij met zijn actie eigenlijk bereiken? Ouders zijn heel makkelijk te overtuigen wanneer het om de veiligheid van hun kinderen gaat. Dat is universeel, en dat lijkt de dader dus te weten. Met andere woorden: met dreigementen denkt hij zijn zin te kunnen krijgen. Hij verwacht dat de deuren zich meteen zullen sluiten. Of dat de kinderen voortaan binnen moeten blijven. En het idiote van moeder zijn is dan ook: als het aan mij ligt krijgt hij meteen zijn zin. Liever de escalatie vermijden. Het gaat hier namelijk om kinderen, de meest kwetsbare groep binnen onze samenleving. Maar waar moet ik in godsnaam naartoe? Alle crèches zitten propvol en aan goed opgeleide oppas valt onmogelijk te komen. Overigens verkoos ik juist de crèche boven oppas aan huis omdat een crèche veiliger is. Zelf thuis blijven om de verfgooiende buurtbewoner zijn zin te geven (want ik hoor het hem al denken: „dan had je maar geen kinderen moeten nemen”) is best een optie, maar dan wil ik met de verfgooiende buurtbewoner alvast de volgende harde afspraak maken: als er straks niet genoeg geld is om hem een fatsoenlijke AOW te bezorgen, dan mag hij op zijn beurt niet zeuren. Bovendien wil ik hem daarbij de vraag stellen: wie gaat er straks uw rolstoel duwen en uw billen vegen als u oud en dement bent? U heeft duidelijk zelf geen kinderen dus zult u toch echt aangewezen zijn op die van ons. De kinderen van nu zijn de bejaardenverzorgers van later. En artsen. En advocaten voor als u in conflict komt met uw werkgever. Of buurvrouw.

Wellicht vinden lezers dat ik overdrijf. Een beetje vandalisme hoort ook bij de grote stad. Ja, dat is zo. Alleen heb ik het nu specifiek over de crèche Dromelot die enkele weken geleden al uitgebreid in alle media kwam omdat buurtbewoners deze crèche in het weekend met eieren hadden bekogeld. Uiteengespatte pakken bloem, wortels, sinaasappels, allemaal incidenten die we al hebben gehad. Er heeft zelfs een buurtbewoners een megafoon gepakt en „kutkinderen” geschreeuwd. Dan ziet een pot verf er opeens een stuk minder onschuldig uit. Toegegeven, daarmee is nog niet gezegd dat deze daden verband hebben met elkaar. Maar het is allemaal wel heel toevallig.

Blijft een feit dat ik me als moeder geen raad weet met de situatie. Van de leiding mogen we niet verwachten dat ze dit alleen oplost. Maar de overheid lijkt – ondanks alle media-aandacht – nog niets te hebben ondernomen. Terwijl inmiddels een hard optreden als antwoord op strafbare feiten toch echt het enige antwoord is. Of moet ik soms zelf eieren gaan teruggooien, met potten verf smijten, de megafoon pakken en ‘klootzak’ terug gillen in de hoop het daarmee weer wat veiliger te maken voor mijn kind? Ik bedoel maar. Nee, wat ik kan doen is er een stuk over schrijven. Wie weet leest verfgooiende buurman deze krant en komt tot andere inzichten. Maar op zijn minst verwacht ik van de Amsterdamse burgemeester Cohen dat hij een paar agenten in burger de komende weken non-stop rondom de crèche laat patrouilleren, net zolang tot diezelfde overheid een voor alle partijen acceptabele oplossing heeft gevonden. Bij deze.

Aliefka Bijlsma is moeder en schrijfster.

    • Aliefka Bijlsma