De redding van het Leidseplein

De Stadsschouwburg in Amsterdam is eindelijk verbouwd en bevat nu een kleine zaal en een groot restaurant. „Ik wil graag dat voorbijgangers kunnen zien dat hier toneel wordt gemaakt”, zegt Ivo van Hove van Toneelgroep Amsterdam.

Nieuwe, tweede zaal met doorkijk op de achtergevel van de oude Stadsschouwburg Foto’s Leo van Velzen Amsterdam, 08-04-09. Ex- en interieurs van de verbouwing van de stadsschouwburg Amsterdam. Foto Leo van Velzen NrcHb. Kleine zaal met doorkijk op de muur van de stadsschouwburg.
Nieuwe, tweede zaal met doorkijk op de achtergevel van de oude Stadsschouwburg Foto’s Leo van Velzen Amsterdam, 08-04-09. Ex- en interieurs van de verbouwing van de stadsschouwburg Amsterdam. Foto Leo van Velzen NrcHb. Kleine zaal met doorkijk op de muur van de stadsschouwburg. Velzen, Leo van

Kijk eens vanaf het Leidseplein naar de Amsterdamse Stadsschouwburg: het gebouw heeft een gedaantewisseling ondergaan. Aan de voorkant, waar vroeger de entree was, bevindt zich nu een grand café. Loop rechts om het gebouw heen. Nieuwe, glazen deuren geven toegang tot de kassa’s, die uit de oude entreehal naar de zijkant zijn verplaatst. Ga verder en zie dat aan de achterzijde een modern theatercomplex is verrezen, vastgebouwd aan de bestaande schouwburg.

Tot voor kort kende de Amsterdamse Stadsschouwburg weinig vleiende bijnamen als Torentjesburcht, Bakstenen Zwarte Piet, Galmende Molensteen en zelfs Dooie Doos. Het belangrijkste theaterpodium van het land werd gebouwd in 1894 en had slechts één zaal, de chique grote met een vergulde toneellijst. Maar die werd al lang een ‘ouderwetse zaal’ gevonden in een gebouw dat weinig dynamiek uitstraalde. Regisseurs wilden dan ook allang dat de monumentale schouwburg eens grondig verbouwd zou worden. Dat is nu gebeurd. Een Dooie Doos is de Stadsschouwburg zeker niet meer.

Allereerst was een tweede, kleine zaal noodzakelijk voor moderne producties. Ook moest de band tussen de schouwburg en het plein worden versterkt. Overdag geen dichte deuren meer. En na de voorstelling nog lang leven in het gebouw. Volgens schouwburgdirecteur Melle Daamen, die in 2001 aantrad, stond het bouwwerk met de rug naar het plein. „Overdag wekte het de indruk van een gesloten bastion, een levenloze plek. Alleen ’s avonds, bij de voorstellingen, kwam er bezieling in.”

Jarenlang is er vergaderd, gebroken, gesloopt, verbouwd – en natuurlijk ook gebouwd. De grote zaal is onder alle werkzaamheden ongemoeid gebleven. Aan dit Rijksmonument mag niets worden vertimmerd. De ingrijpende renovatie van de schouwburg, de grootste sinds zijn oplevering, maakt dat het gebouw weer kan functioneren als het theaterhart van Nederland, het eerste podium.

De nieuwe zaal staat op een smalle voet, ingeklemd tussen de achtergevel van de schouwburg en de Melkweg. Een deel ervan is over de Melkweg heen gebouwd. Op dinsdag 14 april opent deze zaal met de voorstelling Kreten en gefluister naar de film Cries and Whispers (1973) van Ingmar Bergman, geregisseerd door Ivo van Hove.

De eerbiedwaardige voorzijde

van de Stadsschouwburg, met galerij en zuilen, fungeert niet langer als entree. Sinds enkele maanden is in de galerij en op de plaats waar vroeger de kassa’s, AUB Ticketshop en Theatre and Film Bookshop waren, het grand café Stanislavski gevestigd, zo genoemd naar de Russische regisseur. Melle Daamen: „Ik beschouw het grand café als een ‘stadsfoyer’ die de band benadrukt tussen de schouwburg en Amsterdam.”

Wil je vanaf het Leidseplein naar binnen, dan voert je weg langs tafeltjes en een lange bar. Pas dan ben je in de schouwburg en vind je de kassa en garderobe. Voor Daamen had het openbreken van de voorgevel prioriteit. Aan de voorzijde telde de schouwburg negen deuren, waarvan de meeste gesloten waren. Het was vanouds een ‘standenschouwburg’: de welgestelde burgerij en het plebs mochten elkaar niet tegenkomen. Vandaar de verschillende deuren aan weerskanten van de galerij die toegang gaven tot een trappenhuis, alleen bestemd voor het gewone volk, dat leidde naar de hogere, goedkope rangen. Wie rijker bedeeld was, betrad de schouwburg via de hoofdingang. Een aantal deuren is nu veranderd in glazen ramen, de andere geven toegang tot Stanislavski. Hierdoor kan het daglicht van vele kanten het gebouw binnenvallen.

Sta je in Stanislavski, dan is de situatie nauwelijks herkenbaar en herinnert er weinig aan de hal van vroeger. Was daar eens de kassa? Nu staan er tafeltjes, er rinkelen kopjes en in de open keuken stoomt de koffiemachine. Het café-restaurant is geopend voor ontbijt, lunch en diner. Vanuit Stanislavski lopen trappen naar het Ajax-terras op de eerste verdieping. Bij mooi weer gaat dat open. De parasols staan er al.

Voor de kassa’s, garderobe, Book- en Ticketshop moeten we ofwel dwars door het restaurant, of we gaan buitenom, langs het plein waar ’s winters de ijsbaan ligt. Hier bevindt zich een nieuwe ingang, met daarachter de kassa’s. De allure van vroeger is met deze ingreep helaas verdwenen, dat is een minpunt. In een nieuw uitgegraven kelder is de garderobe ondergebracht. De AUB Ticketshop en de Theatre Bookshop zijn ook via deze ingang te bereiken.

Over de keuze de hoofdingang naar de zijkant te verplaatsen, net zoals bij het hoofdstedelijke Concertgebouw is gebeurd, valt te twisten. Het is niet vanzelfsprekend horeca tegen te komen op weg naar een theaterzaal. Er zijn bezoekers die verdwalen tussen de horecatafeltjes en dinergasten.

Was het niet beter geweest de entree met zijn statige galerij te behouden? Het Leidseplein biedt immers genoeg gelegenheid tot vertier. Maar Daamen wilde graag laten zien dat een schouwburg ook overdag vol leven en bedrijvigheid kan zijn. „Op de cafétafeltjes ligt het speelprogramma van de schouwburg en het bedienend personeel geeft zo nodig ook informatie over de voorstellingen. Dat is, meen ik, uniek in de theaterwereld. Na afloop van de voorstellingen komen de acteurs en actrices graag naar Stanislavski. Volgens mij is het niet goed dat een cultuurpaleis overdag potdicht zit. Ik heb ook weleens meegemaakt dat ik na afloop van een voorstelling het gebouw werd uitgejaagd. We moesten elders onze conversatie maar voortzetten. Maar het publiek wil graag napraten, liefst in de schouwburg zelf. Stanislavski blijft tot na middernacht open en hoort dus echt bij de schouwburg.”

In de nieuwbouw van Daamen werd ook popzaal de Melkweg betrokken. Directeur Cor Schlösser wilde aan het Leidseplein weer de vroegere functie van cultuurplein teruggeven. Schlösser: „Het is altijd mijn angst geweest dat het Leidseplein ten prooi zou vallen aan dronken feestgangers en toeristen die niets hebben met theater. Als je de schouwburg niet voor het serieuze repertoire behoudt, staan daarin binnen de kortste keren alleen nog comedy en musicals. En dat zijn genres die nadrukkelijk niet in de schouwburg worden geprogrammeerd. De uitbreiding van het gebouw met een tweede zaal en grand café moet je ook zien als de redding van het Leidseplein.”

Voor regisseur en artistiek leider Ivo van Hove van huisgezelschap Toneelgroep Amsterdam was het een probleem dat de oude schouwburg niet beschikte over een zogeheten midden- of vlakke vloerzaal. Dat is een betrekkelijk kleine zaal, voor zo’n vijfhonderd toeschouwers, die voldoet aan de eisen van het moderne theater. In deze zaal kijkt het publiek vanaf een oplopende tribune neer op het podium en niet, zoals in een traditionele zaal, schuin omhoog. Een dergelijke zaal heet ook ‘zwarte doos’ en kent een flexibele indeling. Volgens Van Hove is hier „de betrokkenheid van de toeschouwer groter dan bij het lijsttoneel”. De afstand tot het publiek is kleiner, de ruimte intiemer.

De aanpassing van de Stadsschouwburg aan de eisen van het moderne theater heeft jarenlang voor heftige discussies gezorgd. Regisseur Gerardjan Rijnders, de eerste artistiek leider van Toneelgroep Amsterdam, hekelde vijftien jaar geleden al die toneellijst, inclusief de pluchen stoelen, en noemde de schouwburg een „monument voor een gestorven toneelvorm, een ouderwets operavehikel”. Rijnders zag destijds maar één oplossing: „Slopen vanbinnen, helemaal.”

Dat is niet gebeurd. Gelukkig, anders zou Amsterdam op dit moment geen historische, Frans-Italiaanse theaterzaal rijk zijn en was de band met een belangrijke toneeltraditie verbroken. Zover hebben directeur, artistiek leider en architect Jim Klinkhamer, die verantwoordelijk is voor de verbouwing, het niet laten komen. Er werd naar andere mogelijkheden gezocht. Uiteindelijk bleef één optie over: een nieuwe zaal aan de achterkant.

Dit betekende dat tussen het oude

en nieuwe gebouw een doorgang moest komen. Vanuit het Gijsbrecht-bordes op de tweede verdieping geeft een poort in de achterwand toegang tot de aanbouw. Met één stap komt de bezoeker van de oude schouwburg in het nieuwe gedeelte. Hier ziet hij veel glas, wit gestucte wanden en vooral veel binnenstromend daglicht. Ramen bieden uitzicht op het Leidseplein.

Het nieuwe complex rust op een smalle voet, transparant gemaakt met glas. Op dat fundament prijkt het theater. Hierin zijn de tweede zaal gevestigd, de foyer, repetitielokalen en de kantoren van Toneelgroep Amsterdam en de Stadsschouwburg. Om de band tussen oude schouwburg en nieuwe zaal te accenturen, is de achterwand van glas waardoor je de bakstenen achtergevel van de schouwburg ziet. Op het podium – 29 meter breed en 19 diep – kan een tribune worden geplaatst, dus een toneel-op-toneel. Vooral regisseur Van Hove heeft een voorkeur voor deze vorm van theater, waarin de toeschouwers dicht op de speelplek zitten.

Door zijn ligging functioneert de tweede zaal als een schakel tussen de Stadsschouwburg en de Melkweg. Bezoekers kunnen zowel via de Melkweg als een nieuwe entreedeur aan de Lijnbaansgracht het schouwburgcomplex binnengaan.

In de sokkel van het nieuwe theater is een repetitielokaal en ook hier is de wand aan de kant van de Lijnbaansgracht van glas. Ivo van Hove: „Ik wil graag dat voorbijgangers kunnen zien dat hier toneel wordt gemaakt, dat we repeteren, werken. Ik hoop dat ze zo worden geprikkeld om eens een voorstelling te bezoeken.”

Een tweede repetitielokaal bevindt zich boven, meer dan twintig meter boven het straatniveau, waar het uitzicht overweldigend is.

Het bureau van Klinkhamer heeft ervaring met het aanpassen van historische en beschermde gebouwen. Klinkhamer: „Als je een supermoderne zaal plaatst naast een gebouw met zoveel traditie en geschiedenis, moet je niet doen alsof het oude niet bestaat. Ik wil juist oud en nieuw, baksteen en glas, steen en aluminium in een ontwerp samenbrengen.”

Het nieuwe toneelhuis steekt zes meter boven de nok van de oude schouwburg uit. Klinkhamer koos voor een bekleding van oranje golfplaten, waar een rasterwerk van gevlochten, glanzend aluminium overheen ligt. Dit materiaal krijgt, afhankelijk van lichtinval en zonnestand, telkens een andere kleur, variërend van oranje tot lichtpaars. Klinkhamer: „Het raster lijkt op de kleine bakstenen van Amsterdamse gevels die je hier om je heen ziet. Die gevels hebben ook veel glas. Dat heeft me geïnspireerd.”

Toch roept het idee om zoveel glas in een toneelgebouw te verwerken vragen op. Willen spelers in een repetitielokaal wel door passanten worden bekeken? Gaan dan toch niet de gordijnen dicht? Het werken aan een voorstelling vereist immers concentratie en afzondering. Van Hove: „Toneelgroep Amsterdam wil met zijn toneelvoorstellingen midden in de wereld staan, en in de stad. Daarbij past een nieuwe, toegankelijke theaterarchitectuur.”

De nieuwe zaal is niet alleen bestemd voor toneel, maar ook voor optredens van kleine muziekensembles, zangers en muzikanten voor wie de popzaal van de Melkweg te groot is. Voor het culturele leven betekent die nieuwe zaal dan ook een grote verrijking.

Stanislavski’s horeca, de grote zaal, de nieuwe zaal en de Melkweg kunnen aan vijfduizend bezoekers onderdak bieden. Er kunnen ook evenementen als een jazz- of theaterfestival worden gehouden. De Bakstenen Zwarte Piet is niet langer de plaats waar regisseurs en toneelspelers onzichtbaar aan het werk zijn.

Kreten en gefluister door Toneelgroep Amsterdam. Vanaf 14/4 Rabozaal, Stadsschouwburg Amsterdam. Te zien t/m 18/4 aldaar. Inl.: www.toneelgroepamsterdam.nl; www.ssba.nl; www.stanislavski.nl