Bonger zocht ruimte voor zijn innerlijke wereld

Zakenman Andries Bonger leerde tijdens zijn verblijf in Parijs kunstenaars kennen als Van Gogh, Emile Bernard en Odilon Redon. Bongers collectie is nu te zien in het Van Gogh.

Emile Bernard schilderde ‘Portret van Andries Bonger, zijn vrouw Annie en Emile Bernard’ in 1908 bij Bonger thuis. Op de achtergrond een spiegellijst en andere werken van Bernard.
Emile Bernard schilderde ‘Portret van Andries Bonger, zijn vrouw Annie en Emile Bernard’ in 1908 bij Bonger thuis. Op de achtergrond een spiegellijst en andere werken van Bernard.

In 1996 was nog maar de helft over van de unieke kunstcollectie van de in 1936 overleden zakenman en verzamelaar Andries Bonger. In dat jaar kocht het Rijk met een beroep op de Wet tot behoud van cultuurbezit het restant en bracht de ruim honderd kunstwerken onder bij het Van Gogh Museum. Daar is alles onderzocht en gerestaureerd en nu, na meer dan tien jaar, wordt de verzameling gepresenteerd. „Het zijn maagdelijke werken”, zegt assistent-conservator Fleur Roos Rosa de Carvalho die de expositie Odilon Redon en Emile Bernard: Meesterwerken uit de collectie van Andries Bonger samenstelde. „Ze waren nog nooit gerestaureerd en de meeste zaten nog in hun oorspronkelijke lijst.”

Andries Bonger (1861-1936) was een van de allereerste bezitters van schilderijen van Vincent van Gogh. In de jaren 1880 leerde hij in Parijs op de Nederlandse club kunsthandelaar Theo van Gogh kennen, de broer van Vincent. Ze werden goede vrienden en Theo trouwde later met Bongers zuster.

Op de begrafenis van Vincent in de zomer van 1890 ontmoette Andries Bonger de kunstenaar Emile Bernard en die bracht hem weer in contact met Odilon Redon. Deze schilders zouden het leven van Bonger voortaan beheersen. Hij onderhield intensieve correspondentie met hen.

„Toen Bonger hem leerde kennen stond Bernard net als Vincent van Gogh aan het begin van zijn loopbaan, terwijl Redon al veel bekender was”, zegt Roos Rosa de Carvalho.

Bonger verdiende weinig in Parijs en begon pas later te kopen. In het begin vooral goedkope grafiek en later zelfs de beroemde noirs van Redon, zijn houtskooltekeningen. Dat was niet alleen een kwestie van geld, zegt Roos Rosa de Carvalho. „Redon gunde hem eerst niet zijn beroemdste werken. Maar binnen tien jaar was Bonger een van zijn belangrijkste verzamelaars. Redon liet hem als eerste intekenen op nieuwe uitgaven van grafiek. Hij en Bernard stuurden hem ongevraagd schilderijen op: ‘Kijk maar wat je er mee doet’, schreef Bernard hem. ‘Stuur ze terug, verkoop ze of houd ze’. Zulke brieven waren overigens ook een vorm van marketing.”

Nadat Bonger in de jaren negentig was teruggekeerd naar Nederland kwamen de twee schilders regelmatig bij hem in Amsterdam op bezoek. Vooral de waardering voor Redon was groot en wederzijds. Redon was volgens Bonger de grootste kunstenaar van zijn tijd. Ook met Bernard bleef de relatie goed, al ontwikkelde die zich anders dan Bonger graag zag.

„Van Redon probeerde Bonger een afgewogen oeuvre bijeen te krijgen. Hij kocht ook vroege studies en werk van diens leermeester Rodolphe Bresdin.” In een lezing uit 1909 zegt Bonger over Redon dat diens kunst universele inzichten bevat en getuigt van een innig zielenleven: „Maar zoo u zich niet laat afschrikken, dan zult u dra voor u zien opengaan een tot dusver ongeziene wereld van droombeelden, die u niet meer loslaten.”

Andries Bonger was een verzamelaar die de kunst gebruikte om zich in terug te kunnen trekken. Overdag handelsman, in Parijs onder meer in tabak, vanaf de jaren negentig in Amsterdam steeds succesvoller in scheepsverzekeringen, had hij ruimte nodig voor zijn innerlijke wereld. Omdat het huwelijk met zijn eerste vrouw weinig inspirerend was, leefde hij op in een stoel met een boek op de knieën en om zich heen muren volgehangen met kunst.

Op de foto’s die hij in 1904 van zijn collectie liet maken, is te zien hoe vol zijn kamers waren. „Meestal hing hoog een groot bloemstilleven en daaromheen rangschikte hij de andere werken”, vertelt Roos Rosa de Carvalho. „Hij hing het bijna decoratief op, hij geloofde in ensembles.”

Het Van Gogh Museum had graag Redons kamerscherm uit het Kröller-Müller een plaats gegeven op de expositie, maar dat was te kwetsbaar om te vervoeren. „Redon heeft het afgestemd op wat er al bij Bonger aan de wand hing.” Bonger stuurde Redon ook foto’s van zijn interieur. „Die vond dat prachtig en liet ze zien aan mensen die bij hem op bezoek kwamen.”

De overdaad aan Bongers muren valt in een modern museum niet te imiteren, zegt Roos Rosa de Carvalho. Om toch iets van de oude, persoonlijke sfeer te krijgen heeft het Van Gogh op de expositie de achterwanden bekleed met stof in stemmige kleuren. Maar de werken hangen wel keurig naast elkaar, op één hoekje na waar de oude overdaad heerst. Uitvergrote foto’s van Bongers kamers hangen ernaast en in een vitrine liggen wat zaken uit Bongers archief dat door het Rijksmuseum wordt beheerd. Bongers dikke knipselmap over alles wat sinds het begin over Vincent van Gogh is gepubliceerd en inventarislijsten van zijn collectie. Samen met biografische tekstborden weet het museum de persoon Andries Bonger en zijn smaak zo enigszins tot leven te wekken.

Maar het is een ongelijke strijd, vooral naast de kunst van Redon die al het andere overvleugelt.

„We konden van een van zijn erven het boekenkastje lenen dat ook op de foto’s staat”, zegt Roos Rosa de Carvalho. „Plus drie vaasjes die op veel foto’s terugkomen. Dat is grappig, hij vond ze blijkbaar zo goed werken dat hij ze tijdens het fotograferen steeds verplaatste.”

Odilon Redon en Emile Bernard, meesterwerken uit de collectie van Andries Bonger. T/m 20/9 in Van Gogh Museum, Amsterdam. Catalogus 29,95 euro. Inl: www.vangoghmuseum.nl