Seks in de schoolklas

Het jaarverslag 2008 van de Geneeskundige en Gezondheidsdienst (GGD) van Amsterdam is reden voor alarm. In het afgelopen jaar is in die stad een explosieve toename vastgesteld van het aantal mensen met een seksueel overdraagbare aandoening (soa).

Jongeren zijn vooral slachtoffer van chlamydia. Dat is een zeer besmettelijke bacterie die, eenmaal overgedragen bij onbeschermd seksueel contact, een ontsteking van de slijmvliezen veroorzaakt.

Chlamydia kan leiden tot onvruchtbaarheid, vooral bij vrouwen. Maar Zweeds onderzoek toonde aan dat de bacterie ook eenderde van de besmette mannen met onvruchtbaarheid bedreigt.

Tegelijk met het jaarverslag van de GGD liet minister Plasterk (Onderwijs, PvdA) van zich horen. Hij kondigde aan zich in te zetten om de „seksuele weerbaarheid” van jongeren te vergroten. Hij bedoelde niet de weerbaarheid tegen de groepsdruk bij jongeren om onveilig te vrijen: condooms zijn voor watjes. Nee, de minister laakt de beelden waarmee de „geseksualiseerde samenleving” hen zou opzadelen.

Het maakt de indruk van een actie voor de bühne.

Want over welke beelden heeft hij het? Voor sommigen zit het probleem in oncontroleerbaar kijken naar internetporno door jongeren. Voor anderen ligt de grens bij de vloed aan videoclips bij zwarte rapsongs, vol mannen met een hang naar wegwerpseks en vrouwen die even willig als willoos tot hun dienst zijn. Weer anderen zien al gevaar in prikkelende reclames voor badkleding.

Het doel van de door Plasterk bepleite bevordering van seksuele weerbaarheid is een gezonde seksuele ontwikkeling voor scholieren. Onderzoek heeft uitgewezen dat dat over het geheel genomen al goed zit, maar men gelooft zichzelf niet. Onderzoekers zijn toch bezorgd over de stereotypen in de klaslokalen: meisjes met verschillende partners zijn sletten, jongens met veel partners benijdenswaardig.

Die clichés zijn al eeuwen van kracht. Ze verflauwden even in de jaren zeventig, dankzij de tweede feministische golf in samenhang met de seksuele revolutie. Maar ze zijn terug, om te beginnen bij jongeren uit allochtone, patriarchaal geïnspireerde culturen. En dus, meent de minister, is het tijd voor lessen in „respect”.

De wezenloosheid van de gewraakte mediabeelden verduidelijken aan jongeren, is nuttig. Er kan niet genoeg worden gemorreld aan voorgebakken denkbeelden, zij het altijd in het besef dat jongeren weinig boodschap hebben aan bemoeizieke ouderen. Het enige wat telt is dat niemand slachtoffers mag maken, maar dat iedereen verder naar eigen inzicht zijn seksleven mag inrichten, in alle opzichten, van blauwkous tot sex kitten, van rasversierder tot preutse nerd.

Maar het voornaamste wat de scholen kunnen bieden, bieden ze vaak al: seksuele voorlichting over min of meer technische zaken als voorbehoedsmiddelen en soa’s – die zijn voor iedereen hetzelfde. En ze raken direct aan eigen veiligheid en levensgeluk en die van anderen.