Zeven dagen Obama

Obama wordt op zijn zevendaagse tournee bejubeld of gekust. Zelfs de clichématige betogers richten zich niet tegen de president persoonlijk, maar tegen abstracties als ‘globalisme’ en ‘imperialisme’.

Deze ontvangst doet denken aan het enthousiasme waarmee Gorbatsjov eind jaren tachtig in de satellietstaten van de Sovjet-Unie werd begroet. Was Gorbatsjov de personificatie van een nakende bevrijding, nu is Obama de belichaming van een verwachtingsvol nieuw multilateralisme. Dat is niet louter beeldvorming. In Londen bemiddelde Obama tussen China en Frankrijk, die het oneens waren over de aanpak van belastingparadijzen. In Straatsburg verzoende hij de Turken met Rasmussen als nieuwe secretaris-generaal van de NAVO.

Maar net als Gorbatsjov heeft Obama weinig tijd, nu het ooit vanzelfsprekende economische leiderschap van Amerika tanende is. Zijn pleidooi om Turkije tot de EU toe te laten, werd meteen weggewuifd door Sarkozy die tegen een Turkse entree was en ook zal blijven.

Dit was nog maar een kleine aanwijzing dat de relaties, achter het masker van enthousiasme, minder coöperatief zijn dan geveinsd. Obama wordt alom uitgedaagd. Vlak voordat hij in Praag zou spreken over de noodzaak van ontwapening, lanceerde Noord-Korea een raket. Dat mislukte. Maar een veroordeling in de Veiligheidsraad faalde ook door het verzet van China en Rusland.

Obama zelf lijkt zich er terdege van bewust dat de proliferatie van kernwapens onbeheersbaar is geworden. Maar „fatalisme is een dodelijke vijand”, zei hij in Tsjechië, dat plaats biedt aan het antiraketschild dat ook de nieuwe president zal bouwen als Iran volgens hem doorgaat met atoombewapening. Daarom kondigde hij aan de Senaat in Washington onder druk te zetten om het verdrag tegen kernwapenproeven alsnog te ratificeren, wat de Senaat in 1999 had geweigerd. Nu staat Amerika in één rijtje met landen als China, India, Pakistan, Noord-Korea, Iran en Israël.

Deze stap getuigt van goede wil en is een positief signaal. Maar de realiteit van de zich ontluikende wereldorde is toch complexer. Obama heeft gisteren dan wel aangekondigd nog dit jaar gastheer te willen zijn van een soort brede multilaterale atoomtop in de VS. En hij mag vorige week met de Russische president Medvedev hebben afgesproken dat beide landen het wapenbeheersingsoverleg uit het slop gaan trekken, waar het sinds 2001 zit door het aan weerszijden opschorten van oude verdragen. Maar het lot van een nieuwe nucleaire ontwapeningsronde ligt niet meer in handen van deze twee oude atoommachten. Niet alleen economisch is er sprake van een machtsvacuüm, ook politiek is er nog geen begin gemaakt met nieuwe en vooral evenwichtiger verhoudingen.

De zevendaagse reis van Obama is dan ook geen genesis van een nieuwe wereldorde. De tour markeert een nieuwe oriëntatie die zich slechts schoksgewijs kan uitkristalliseren.

De Amerikaanse president biedt perspectief, dat wel, maar geen bovenaardse hoop. Verlossers bestaan nu eenmaal niet.