Ik bespeelde ook schaar en nietmachine

Spookachtige stemmen vormen het decor voor de kwijnende falset van New Yorker DM Stith.

Hij maakt wel popmuziek, maar geheel volgens zijn eigen regels.

David Michael Stith (28) ziet eruit als een verschrikt nachtdier. Hij heeft grote, lichtblauwe ogen en een huid die doorzichtig lijkt. Hij onderstreept zijn woorden met fladderende gebaren. Maar hij práát, en dat is al een vooruitgang. Tot een jaar of vijf geleden durfde de New Yorker niets te zeggen. Nu is hij een van de opvallendste muzikanten die het nieuwe jaar tot nog toe heeft voortgebracht.

Heavy Ghost heet zijn debuut-cd en daarop is Stith, artiestennaam DM Stith, de heerser van zijn eigen muzikale rijk. Hij zingt, schreef de liedjes, en speelde bijna alle instrumenten zelf. Zijn muziek is popmuziek, maar gespeeld volgens eigen regels waarbij drums niet per se nodig zijn, en waar een versmolten klankbeeld van spookachtige zangstemmen de achtergrond vormt voor Stiths kwijnende falset. Omringd door harpachtig getokkel en langswaaiende pianoakkoorden bezingt hij de wereld van de lichtschuwe dandy. En die blijkt in liedjes als ‘Pity dance’ of ‘Fire of birds’ swingender dan verwacht, als de spookstemmen jubelen en hij zijn melancholische melodieën laat voortstuwen door kreupel geklepper. Maar swingend of niet, altijd is er sprake van een Antony & The Johnsons-achtige verhevenheid.

De verhevenheid is wellicht het gevolg van een jeugd die grotendeels werd doorgebracht in de kerk. De familie Stith is muzikaal en religieus: vader dirigeerde het koor, moeder speelde piano en zijn zussen zongen. De jonge David zong ook, tot hij op zijn achtste in opstand kwam tegen de kerkliederen en hun inhoud. „Vanaf dat moment zat ik tijdens de diensten in de bank te tekenen”, vertelt Stith, in Amsterdam op bezoek voor een radio-optreden.

Stith noemt zichzelf ‘zintuiglijk overgevoelig’. Hij ruikt, ziet en hoort beter dan anderen. „Mijn vrienden in New York moesten lachen als we in een appartement zaten en ik zei dat ik een schaap rook. Dan kwam er even later iemand met een wollen jas binnen.” De auditieve gevoeligheid spreekt uit zijn waardering van stilte. „Ik vind heel weinig al mooi. Daarom kan ik ook makkelijk een avond zwijgend in een gezelschap zitten. Ik luister naar de stemmen, het schuiven van stoelen, getik van kopjes op het tafelblad.” Dat soort geluiden verzamelde hij lange tijd met een klein opnameapparaatje, als hedendaagse ‘field recordings’, tijdens het instappen in een vliegtuig, bijvoorbeeld. „De stemmen, de airco, de bagage die in kastjes wordt gepropt.” Fragmenten van die opnamen heeft hij gebruikt als achtergrond in de nummers op Heavy Ghost.

Ondanks zijn muzikale afkomst lag het niet voor de hand dat deze Stith muzikant zou worden. De pijnlijk verlegen adolescent speelde gitaar, maar uitsluitend in zijn eigen kamer met de deur op slot. Hij bezocht geen concerten, feestjes of andere openbare gelegenheden. „Tot drie jaar geleden had ik zelfs nog nooit een vriendin gehad. Kun je nagaan, toen was ik al 25”, zegt Stith grijnzend, wiebelend op zijn stoel. Hij ontwikkelde zich als grafisch ontwerper, dichter, schrijver, tekenaar en geeft op dit moment beeldhouwles op een universiteit.

De muziek kwam weer in zijn leven door zijn vriendschap met zangeres Shara Worden, van de eclectische band My Brightest Diamond. Worden stalde haar Pro-Tools-software, om muziek mee op te nemen, op zijn pc omdat ze er zelf geen had. In eenzame uren experimenteerde Stith met eigen opnamen, en tot zijn verbazing bleek hij liedjes te kunnen maken. Via Worden en een vriend, multi-instrumentalist Sufjan Stevens, kwam hij in contact met platenlabel Asthmatic Kitty, dat zijn debuut wilde uitbrengen.

Het nu verschenen Heavy Ghost werd opgenomen in zijn appartement in Brooklyn, New York. Stith hing dekens tegen de muren om de akoestiek te verbeteren, en zorgde dat hij alleen opnam op rustige momenten. Toch drongen straatgeluiden in sommige nummers door, zoals het ‘piep, piep’ van een achteruitrijdende vuilniswagen. Afgezien van een strijkkwartet en enkele bijdragen van Sufjan Stevens, speelde hij alle instrumenten zelf: piano, gitaar, percussie, trompet, marimba, pauken. Hij vult aan: „En nietmachine, schaar, snaredrum... Die snaredrum hield ik op zijn kop en zong dan tegen de snaren, dat geeft een ratelend effect.”

Nog altijd heeft Stith niet opgetreden. Op een podium staan, tegenover een publiek dat naar hem staart, leek hem afschrikwekkend. Dankzij enkele jaren therapie en een onstuitbare drang om zijn muzikale inzichten op een publiek over te brengen, lijkt die verlegenheid inmiddels overwonnen. De wereld ligt nu voor hem open, een tournee is gepland. De ‘nieuwe’ David Michael Stith praat, zingt en speelt met het plezier van een kind in de speeltuin.

DM Stith treedt op 10 mei op in Lux, Nijmegen; 11 mei in Duif, Amsterdam. Luister muziek van Stith op: myspace.com/dmstith