Expertdiscussie

Geesteswetenschap vast in eigen angst

Ondanks dat alle docenten en onderzoekers de nadelen van schaalvergroting kennen, voegt de ene na de andere instelling binnen de geesteswetenschappen zich naar dit patroon. Waarom? Uit angst ten eerste voor wat ‘de anderen’ doen en voor wat bestuurders willen. Zulke motieven zijn waarschijnlijk voer voor psychologen, geesteswetenschappelijke kwaliteit hebben ze niet.

Ten tweede zoekt men zijn heil in het formuleren van onderzoeksthema’s en -programma’s waarmee faculteiten zich kunnen profileren. Deze reflex is merkwaardig: geesteswetenschappelijk onderzoek is voor een belangrijk deel individueel onderzoek. Dat sluit niet uit dat wetenschappers samenwerken, maar het betekent dat hier, meer dan elders, onderzoek individueel wordt opgezet en uitgevoerd, dat individuele expertise en interesse een veel grotere rol spelen in de keuze en behandeling van onderwerpen; en dat het dus contraproductief is om grote groepen geesteswetenschappers binnen één programma te persen.

Wie zich vastlegt op een programma, kan niet meer de beste mensen rekruteren, doch slechts de besten die binnen het thema passen. Dit soort programma’s werkt dus selectie op kwaliteit tegen. Gevolg is dat zogenaamd ‘profilerende’ programma’s steeds globaler en dus steeds leger worden. Ik heb onlangs mijn onderzoeksdirecteur gecomplimenteerd met zijn laatste mission statement: dit moet wel het definitieve zijn, er staat namelijk helemaal niets meer in.

Geesteswetenschappelijk Nederland lijkt steeds meer op de gevangenen in het beroemde prisoner’s dilemma: uit angst dat de ander een keuze zal maken die ons in een nadelige positie brengt, bedreigen we allemaal ons gemeenschappelijk belang.

Paul van Tongeren

Hoogleraar wijsgerige ethiek aan de universiteiten van Nijmegen en Leuven.

Leer kinderen naar stilte luisteren

In de expertdiscussie over het stoffige imago van klassieke muziek wordt veel beweerd. Zo stelt kunstsocioloog Hans Abbing dat het stoffige imago in combinatie met de gedwongen stilte jongeren de concertzaal uitjaagt.

Natuurlijk zijn er hoge drempels. Een toegangskaart is voor smalle beurzen redelijk prijzig. Daar spelen veel concertinstellingen op creatieve wijze met drempelverlagende seances, gratis lunchconcerten en openluchtuitvoeringen in het park op in.

Er is echter een hoofdoorzaak, waarover wij als professionele musici en pianodocenten wel de noodklok luiden: de deplorabele opvoeding van de huidige generatie. Kinderen krijgen te weinig sturing in een culturele richting en de muzikale educatie ligt niet verankerd in de onderwijssystemen. Zij kunnen amper nog rekenen en goed Nederlands schrijven, laat staan interesse opbrengen voor klassieke muziek.

Abbing wil met inloopuitvoeringen de uitvoeringspraktijk ombouwen, maar wij willen de instelling van de jeugd ombuigen: niet verbouwen, maar de fundamenten verstevigen. Jonge mensen missen rust en discipline, de hele dag zitten ze met doppen in de oren lurkend aan hun computer.

Wij weten uit onze onderwijservaring dat luisteren naar stilte geleerd moet worden en hoe muziek verrijkend werkt en onze diepste emoties kan raken, als men er voor open staat. Onze leerlingen hebben geleerd om naar elkaar te luisteren, maar zij vertegenwoordigen helaas slechts een kleine groep. Zij zullen de geïnspireerde concertbezoekers van straks zijn.

De taal van de grote componisten blijft tijdloos en zal steeds opnieuw generaties fascineren, maar het idioom van deze taal zal men moeten leren. De geest moet rijpen, onbekend blijft nog altijd onbemind. De Hongaarse componist Kodaly schreef ooit dat de muzikale opvoeding negen maanden voor de geboorte al begint. Later verbeterde hij dat „met negen maanden voor de geboorte van de moeder”.

Onze dringende oproep luidt: grijp de jeugd in de muzikale kraag voor het te laat is.

Cornélie Hoendervanger en Irène van Straaten-Eijkelestam

Beiden pianist en docent piano.

Dit zijn fragmenten uit expertdiscussies, te lezen via nrc.nl/expert.