De Verenigde Staten ‘redden’ Europa

AIG, de Amerikaanse verzekeringsreus die in september vorig jaar alleen dankzij tientallen miljarden dollars aan overheidssteun overeind kon worden gehouden, maakte twee weken geleden bekend op welke wijze het geld van de Amerikaanse belastingbetaler was besteed. Op de lijst counterparties prijkten ook de namen van Rabobank en ING die samen 2,3 miljard dollar van de verzekeraar ontvingen. In totaal keerde AIG eind vorig jaar bijna 60 miljard dollar uit aan Europese banken.

Na deze gulle uitdeelactie moest het concern begin 2009 opnieuw aan het overheidsinfuus. De Amerikaanse belastingbetaler heeft inmiddels 173 miljard dollar bijgelegd en in ruil daarvoor 80 procent van de aandelen AIG gekregen. Maar niet de 173 miljard dollar wekte de woede van Amerikanen.

De volkswoede richtte zich de afgelopen weken vooral tegen de ruim 160 miljoen dollar aan bonussen die AIG twee weken geleden uitkeerde aan ruim 400 werknemers van de Financial Products Unit, de afdeling die het bedrijf door financiële trucs op de rand van de afgrond heeft gebracht. De boosheid is even begrijpelijk als terecht, al gaat het om niet meer dan één miljoenste deel van het totale steunbedrag aan AIG.

De excessieve bonussen hebben de economieën op de rand van de afgrond gebracht, zoals minister Bos van Financiën (PvdA) het afgelopen maandag bij de presentatie van het ‘herenakkoord’ verwoordde. Dat akkoord, waarbij de bestuurders van Nederlandse financiële instellingen beloven een duurzaam beloningsbeleid te gaan voeren, heeft minder gewicht dan het papier waarop het is geschreven. De bankiers gebruiken het als toiletpapier. De code-Tabaksblat, die nota bene wettelijk verankerd is, werd afgelopen december door de Amsterdamse kantonrechter in de zaak-Schmittmann met één pennenstreek van tafel geveegd.

Maar er is meer reden voor de Amerikaanse belastingbetaler om razend te zijn dan de bonussen bij AIG alleen. Dankzij de miljardensteun aan de Amerikaanse verzekeraar kon Rabobank over 2008 een krappe winststijging rapporteren en ING het hoofd nipt boven water houden. De woordvoerders van beide banken benadrukken dat AIG slechts haar verplichtingen uit een zakelijke overeenkomst is nagekomen.

Sure. Maar als AIG in september failliet was gegaan, hadden de banken het nakijken gehad. Waarom moeten de Amerikaanse belastingbetalers opdraaien voor de ongezonde business deals die ING, Rabobank en zoveel andere Europese banken hebben gesloten?

Wie waagt te opperen dat behalve gewone aandeelhouders ook andere geldschieters de pijn van hun roekeloze investeringsgedrag moeten voelen, wordt met de zakenbank Lehman Brothers om de oren geslagen, die op 15 september 2008 failliet ging. Dat faillissement zou bijna de ineenstorting van het hele financiële stelsel tot gevolg hebben gehad. ‘Wat deed u op 15 september?’, vroeg Ben Knapen eind december in zijn column, alsof het een historische gebeurtenis betrof.

Ten onrechte, aldus econoom en Nobelprijswinnaar John Taylor, die twee weken geleden in deze krant zeer verdienstelijk werd geïnterviewd door Freek Staps. In zijn paper The Financial Crisis and the Policy Responses: An Empirical Analysis of What Went Wrong toont Taylor aan dat de echte onrust op de financiële markten pas tien dagen later begon en dat toen pas de kredietkranen dichtgingen. Niet de deconfiture van Lehman Brothers, maar het besef dat de financiële sector er véél slechter voor stond dan gedacht en de overheid niet over een adequaat reddingsplan beschikte, veroorzaakte de paniek op de financiële markten.

De Amerikaanse overheid had Bear Stearns, Lehman Brothers, AIG en andere insolvabele financiële instellingen beter op ordelijke wijze failliet kunnen laten gaan – door ze in receivership (onder curatele) te plaatsen en de onverzekerde crediteuren hun verliezen te laten nemen. De Nederlandse pensioenfondsen, die tot over hun oren in de slechte leningen zitten, zouden in dat geval er slechter voor hebben gestaan dan ze nu al doen.

Maar zolang insolvabele banken met hulp van de overheid overeind worden gehouden, zal economisch herstel uitblijven. Vorige week presenteerde de nieuwe minister van Financiën, Timothy Geithner, het zoveelste plan om de zombiebanken én hun geldschieters te redden. Geithner waarschuwde dat een aantal grote banken nog substantieel meer overheidsgeld nodig heeft.

Ondertussen loopt het Amerikaanse begrotingstekort pijlsnel op. The Congressional Budget Office voorspelt voor dit jaar een tekort van 1.700 miljard dollar, oftewel 12 procent van het bruto binnenlands product. Bovendien zijn de FDIC, het agentschap dat spaardeposito’s garandeert, en de Federal Reserve, het Amerikaanse stelsel van centrale banken, buiten de officiële boeken om grote financiële verplichtingen aangegaan. Als deze off-balancesheet transacties ook worden meegeteld, zou het Amerikaanse begrotingstekort nog hoger uitvallen.

Deskundigen schatten de kans dat zich binnen enkele jaren een dollarkrach voordoet op 70 procent. Een dollarkoers van 50 eurocent behoort dan tot de mogelijkheden. Van de 530 miljard euro die de Nederlandse pensioenfondsen momenteel beheren, is ruim een kwart (152 miljard euro) rechtstreeks belegd in de Verenigde Staten (cijfers eind 2008).

De blootstelling aan de dollar is echter veel groter, omdat de pensioenfondsen niet alleen via hun beleggingen in de VS maar ook via hun beleggingen in ING en Rabobank, om maar twee voorbeelden te noemen, aan de dollar zijn blootgesteld. Als de dollar valt zullen de pensioenpremies in Nederland nog verder omhoog moeten dan momenteel al het geval is, en de pensioenuitkeringen omlaag.

‘What goes around comes around’, zeggen de Amerikanen. Het zou voor alle partijen beter zijn om de onverzekerde crediteuren van de insolvabele banken nu te laten bloeden.

Reageren kan op nrc.nl/mees (Reacties worden openbaar na beoordeling door de redactie.)

Rectificatie / Gerectificeerd

Correcties en aanvullingen

AIG bonussen

In De Verenigde Staten ‘redden’ Europa (3 april, pagina 7) haalt Heleen Mees de 160 miljoen dollar aan bonussen aan voor het personeel van de Amerikaanse verzekeraar AIG, als ongeveer een miljoenste van het totale bedrag aan Amerikaanse overheidssteun aan AIG. Het is een duizendste.