Marokkaan tegen wil en dank

Tegen je zin Marokkaan worden, het zal je maar overkomen. Dat is het verwijt dat het kamerlid Paul de Krom (VVD) het kabinet maakt. Maar snijdt het ook hout? In dit bericht in De Telegraaf wordt dit onheil mooi verwoord. (Media)politiek is een kwestie van framing. En dus gaat het over ambtenaren die ‘buigen’, ‘handlangers’ van Marokko zijn, dochters die worden ‘getraceerd’ en dan ‘ongevraagd’ Marokkaan worden. Een soort juridische ontvoering, zo lijkt het. In de Kamer ontstond rumoer.

De Marokkaanse nationaliteitswet van 1958 is in 2004 hervormd en in 2007 van kracht geworden. Voor deze nieuwe Mudawannah is veel waardering. De positie van de Marokkaanse vrouw wordt sterk verbeterd. De huwbare leeftijd ging omhoog, trouwen in het buitenland werd eenvoudiger, de vrouw is niet langer ondergeschikt aan de man, polygamie werd afgeschaft, ook de vrouw kan echtscheiding aanvragen, de gescheiden vrouw behoudt voogdij over haar kinderen als ze hertrouwt en buitenechtelijke kinderen kunnen worden erkend.

En voortaan, vanaf 12 mei 2007, kan dus ook het kind van een Marokkaanse moeder de Marokkaanse nationaliteit krijgen. Dat recht was tot dan toe alleen de vader gegund. De rechten van man en vrouw zijn hier dus gelijk gesteld. Daarmee zijn heel wat ‘latente Marokkanen’ in beginsel alsnog aan een tweede nationaliteit geholpen. Of ermee opgezadeld. Het is maar hoe je het bekijkt. Namelijk al die kinderen van Marokkaanse moeders en buitenlandse vaders. Daarbij geldt terugwerkende kracht. Dus ook kinderen die voor 1 mei 2007 uit een Marokkaanse moeder en een buitenlandse vader zijn geboren, zijn in principe Marokkaans. Mits ze tenminste zijn ingeschreven bij de burgerlijke stand van Marokko. Meestal gebeurt dat op verzoek van de ouders, die dus graag wilden dat hun half Marokkaanse kind ook twee nationaliteiten krijgt. Er zijn bij diverse Kamerleden echter ook gevallen bekend van ‘overijverige’ gemeenteambtenaren die op eigen initiatief een Nederlands-Marokkaans kind aan de Marokkaanse overheid melden. Dat kind en die ouders krijgen de tweede nationaliteit er dus ongewild bij. En dat hoeven ze niet leuk te vinden, want de Marokkaanse nationaliteit kan namelijk niet worden verworpen. Wie het is, blijft het. Over die individuen heeft De Krom het.

Nederlandse kinderen uit een Marokkaanse moeder en een Nederlandse vader voor wie dat verzoek niet is gedaan, zijn dus ook niet Marokkaans geworden door deze wet. Deze informatie komt uit een brief die staatssecretaris Bijleveld gisteren aan de kamer schreef.

Blijft de vraag waarom Marokkaanse regels in Nederland worden toegepast. Dat komt door het internationaal privaatrecht. Lees hier een aardig interview van Michel Knapen dat in de Staatscourant verscheen met Leila Jordens-Cotran die op Marokkaans familierecht promoveerde.  Zij legt uit dat het Marokkaans familierecht in Nederland toegepast wordt als het in overeenstemming is met Nederlandse beginselen. Lees hier een eerdere aflevering van dit blog waarin zelfs het Iraaks familierecht in Nederland werd toegepast. Er wordt in Nederland ook volop gescheiden naar Marokkaans recht. Zie bijvoorbeeld deze uitspraak. Omgekeerd gaat zo ook Nederlands recht op reis naar buitenlandse rechtszalen.

En aangezien de toepasselijkheid van recht wordt bepaald door de nationaliteit van de burger, is het voor gemeenten van groot belang om die nationaliteit goed te noteren. Onder ambtenaren van burgerzaken wordt buitenlands afstammingsrecht dan ook op de voet gevolgd. Volgens artikel 43 van de wet Gemeentelijke Basisadministratie zijn zij verplicht om de nationaliteit van een inwoner correct te noteren. In het aprilnummer van het vakblad van de Vereniging voor burgerzaken precies een jaar geleden stond deze wet dan ook al uitgelegd. Het zou ‘een stuk eenvoudiger’ worden om vast stellen of kinderen die na 1 mei 2007 waren geboren wel of niet de Marokkaanse nationaliteit zouden hebben. Is de moeder Marokkaans, dan het kind ook. Ook als de moeder ongehuwd is.

Zo gek is het niet dat tot 2007 alleen Marokkaanse vaders hun nationaliteit aan hun kinderen konden doorgeven. Tot 1985 was dat ook aan Nederlandse mannen voorbehouden. Nederlandse vrouwen met een buitenlandse man kregen dus buitenlandse kinderen, geen Nederlandse. Aan die ongelijkheid is een eind gemaakt, maar dat is niet gladjes verlopen. De voorlichting aan Nederlandse expats was summier, waardoor misschien wel 40.000 buitenlandse kinderen niet hun Nederlandse paspoort hebben gekregen. Deze groep wordt de ‘latente Nederlanders’ genoemd. Na veel tegensputteren is er inmiddels een regeling in aantocht. Zij hebben uitzicht op een optierecht op het Nederlanderschap. Everaert advocaten trekt zich hun lot aan.

Nu nog graag net zo’n optierecht voor de mondige Marokkaans-Nederlandse kinderen om zelf te beslissen over de vraag of ze er een nationaliteit bij willen. Maar dat moet in Marokko worden geregeld. Lees hier het commentaar van de krant.

Reageren? Alleen met volledige vermelding van naam. Nuanceren verplicht.