AIVD treft vaker en harder geweld dierenactivisten

Acties van radicale dierenactivisten worden harder en frequenter. Maar van een Nederlandse voortrekkersrol in Europa is geen sprake meer, zo stelt de AIVD in een rapport.

‘We will kill your wife’ stond in december op het huis gekalkt van een directeur in Noordwijkerhout. Een maand eerder waren twee auto’s van zijn collega in Wassenaar uitgebrand. Beiden werken voor Euronext, de beurs die aandelen verhandelt van een Brits proefdierenbedrijf.

Geweld door radicale dierenactivisten is het afgelopen half jaar toegenomen, in aard en mate. Dat blijkt uit een nota van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) die minister Ter Horst (Binnenlandse Zaken, PvdA) vanochtend naar de Tweede Kamer stuurde.

De geweldstoename zou onder andere te maken hebben met de oprichting van de nieuwe actiegroep SHAC-NL, in september vorig jaar. Dit zou de Nederlandse vertegenwoordiging zijn van de Britse extremistische groepering Stop Huntingdon Animal Cruelty, die actie voert tegen een aantal farmaceutische ondernemingen, waaronder het Britse proefdierenbedrijf Huntingdon Life Sciences.

Bovendien zijn volgens de AIVD de doelwitten van de activisten de laatste jaren uitgebreid. Tot enkele jaren geleden waren de bio-industrie en de pelsdierfokkerij de voornaamste actiedoelen. Daarna werd de aandacht verlegd naar de proefdierindustrie en de bontdetailhandel. Jarenlang werden er nauwelijks dieren ontvreemd, maar ook dit is veranderd. In de aanloop naar de Kerstdagen werden tientallen kippen, kalkoenen en konijnen bevrijd. Bij een fokkerij in Zeeland werden vorige maand 2.500 nertsen losgelaten. De meeste dieren zijn na de actie weer gevangen. Een aantal werd doodgereden op de openbare weg.

De AIVD maakt onderscheid tussen dierenrechtenactivisme (het streven naar verbetering van dierenrechten door folders uit te delen, te lobbyen en te demonstreren – 137 demonstraties vorig jaar) en dierenrechtenextremisme. Het extremistische karakter zit hem volgens de AIVD in de onwettige manier van actie voeren: dieren bevrijden, brand stichten en mensen bedreigen.

Maar in de praktijk lopen dierenactivisme en -extremisme in Nederland door elkaar. Een kleine minderheid van de activisten, naar schatting enkele tientallen, die volgens de AIVD „waarschijnlijk” is aangesloten bij ‘open’ dierenrechtenorganisaties, zou ondergronds ook gewelddadige acties plegen. Het zou gaan om eenlingen, „kleine cellen”, die hun illegale acties onder een andere naam verrichten, bijvoorbeeld het Dierenbevrijdingsfront.

Neem de brandstichtingen in Hilversum en Wassenaar, eind vorig jaar. De AIVD vermoedt dat de daders zijn verbonden aan SHAC-NL. De brandbommen onder twee auto’s in Hilversum werden echter opgeëist onder de naam NYSE Euronext Bomb Squad.

Volgens de AIVD spelen drie groeperingen een sleutelrol in Nederland. Bij grote manifestaties trekken deze organisaties vaak samen op. Behalve SHAC-NL noemt de AIVD Respect voor Dieren, opgericht in 2004. Die groep telt volgens de AIVD negen lokale afdelingen en richt zich vooral op winkels waar bont word verkocht en circussen. Daar proberen actievoerders potentiële kopers en bezoekers af te schrikken.

Volgens Max Boon, van Respect voor Dieren, doet de organisatie „superveel illegale dingen. We demonstreren bijvoorbeeld zonder vergunning.” Dat kan in Nederland soms niet anders, zegt Boon. „Maar we werken bovengronds. Wij doen niet mee aan de brandstichtingen, maar we keuren ze niet af. Sterker: we hebben er respect voor. Wij distantiëren ons alleen van geweld tegen dieren. Het AIVD en de minister hebben het altijd over de actievorm, maar nooit over dierenleed.”

De derde groepering die de AIVD noemt, is de Anti Dierproeven Coalitie. Die splitste zich twee jaar geleden af van Respect voor Dieren en houdt zich voornamelijk bezig met acties tegen dierproeven. Zo voerde zij in 2007 en 2008 campagne tegen ScienceLink in Venray, een nieuw bedrijventerrein waar ook dierproeven zouden worden uitgevoerd. Na talloze acties, zoals het bekladden van huizen van directieleden van de betrokken projectontwikkelaar, werd het afgeblazen. „De mix van middelen blijkt in de praktijk heel effectief”, schrijft de AIVD.

Dat is het enige punt waarop de Anti Dierenproeven Coalitie (ADC) het met de AVID eens is, zegt haar woordvoerder Robert Molenaar: „Voor de rest is de nota volkomen kul.”

Volgens Molenaar is de ADC geen voorstander van geweld. „Daar nemen we expliciet afstand van. We zijn een open, democratische organisatie. We melden alle demonstraties netjes aan en schudden handjes met de politie. Maar we worden gecriminaliseerd omdat ze de daders niet kunnen pakken. Wie dat zijn? Geen idee. Dat kan iedereen zijn.”

In zijn vorige nota over dierenrechtenextremisme, van juni 2007, schreef de AIVD dat de groeperingen Respect voor Dieren en de ADC door Britse activisten in 2006 een voortrekkersrol toebedeeld hadden gekregen bij acties op het Europese continent. Zij zouden voor een ‘boost’ van radicaal dierenactivisme hebben gezorgd in heel Europa. Die leidende rol is volgens de AIVD uitgespeeld, nu dierenextremisme in Europa gestalte heeft gekregen.