Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Milieu en natuur

Kenners zien de talenten van blaarkop

De blaarkop was als koeienras in ons land bijna uitgestorven. Het is een mooie koe, ‘een meerdoelen koe’ zeggen de kenners. De herwaardering komt eraan.

In Nederland behoren nog geen duizend koeien tot het blaarkopras, maar dat aantal zal weer toenemen. De koe heeft vele talenten en kenners roemen haar schoonheid. (Foto NRC Handelsblad, Rien Zilvold) warmond blaarkop koeien foto rien zilvold
In Nederland behoren nog geen duizend koeien tot het blaarkopras, maar dat aantal zal weer toenemen. De koe heeft vele talenten en kenners roemen haar schoonheid. (Foto NRC Handelsblad, Rien Zilvold) warmond blaarkop koeien foto rien zilvold Zilvold, Rien

Zijn overgrootvader deed het. Zijn grootvader en vader deden het. Dus waarom zou Theo Warmerdam het anders doen?

De melkveehouder uit Warmond is een van de weinige boeren in Nederland die nog werken met blaarkoppen, een koeienras dat de afgelopen vijftig jaar in dramatisch hoog tempo is vervangen door de holsteinerkoe. Die was immers beter toegerust om als topsporter in de ratrace onder boeren zo veel mogelijk melk te leveren, met de leus ‘Hoe meer melk, hoe meer geld’. In 1954 telde Zuid-Holland nog twaalfduizend blaarkoppen, nu zijn dat er geen duizend meer in heel Nederland.

Mooie dieren zijn het. ‘Koeien in jacquet’ worden ze wel genoemd, zwart of rood met een witte kop, en met zwarte vlekken rondom de ogen en op de neus. Makkelijke dieren ook, vindt Theo Warmerdam. In de winters staan ze op stal en dan heb je er weinig omkijken naar. ’s Zomers staan ze dag en nacht buiten, in een weiland een kilometer verderop. „Ze zijn niet van suikergoed.”

Het is tijd voor een herwaardering van de blaarkop, zeggen boeren uit het Groene Hart in een onlangs verschenen rapport van het Centrum voor Landbouw en Milieu (CLM) en de Blaarkopstichting. De boeren en onderzoekers roemen de blaarkop als meerdoelenkoe: een koe die niet op één aspect een topprestatie levert, namelijk veel melk leveren, maar op verschillende aspecten een ruime voldoende haalt. Onderzoeker Eric Hees: „Het is lange tijd alleen maar om melk gegaan. Er is daar ook veel gepapegaai over. Alleen eigenwijze boeren hebben daar niet aan mee gedaan.”

De blaarkop is een ideale koe in de strijd om het behoud van het Groene Hart, zeggen de onderzoekers. Het Groene Hart moet gevrijwaard blijven van bebouwing door de oprukkende Randstad, maar dan moet het platteland wel leefbaar blijven, en de boeren moeten er een boterham kunnen verdienen. Hees: „Koeien die vooral worden gehouden om zo veel mogelijk melk te produceren, kunnen moeilijk uit de voeten op de drassige veenbodem. Blaarkoppen kunnen dat wel. En bovendien: naarmate de prijs die de boeren voor hun melk krijgen abominabeler wordt en boeren zelfs hun melk laten weglopen uit angst voor boetes, worden andere kwaliteiten van een koe interessanter.”

Veel boeren in het Groene Hart werken met de blaarkop omdat je er vrijwel geen omkijken naar hebt. Handig voor boeren als Ronald Wieman uit Zevenhoven, die werkt als rietdekker en soms als uitvaartverzorger. Dat de blaarkoop weinig aandacht nodig heeft is „essentieel in het bedrijfssysteem”, meldt hij in het rapport. Een ander, Teunis Jacob Slob uit Noordeloos, doet veel aan weidevogelbeheer en ook dit type bedrijf is gebaat bij een koe die met minder kwaliteit gras genoegen neemt, en weinig aandacht vraagt.

Theo Warmerdam vindt de blaarkop vooral zo interessant, omdat de koe hem in staat stelt „alle schakels in de keten in eigen hand te houden”. De melk van de blaarkop is eiwitrijk en erg geschikt om er kaas van te maken; boeren Leidse kaas met sleutels, een beschermd product dat alleen in deze omgeving mag worden vervaardigd. Warmerdam maakt boter. En ook het vlees van de blaarkop wordt als „eerlijk streekproduct” verkocht. „Mensen kopen bij mij vlees van een koe die een paar dagen eerder nog in de wei heeft gestaan. Dat waarderen ze.” Ook is het goed fokken met de blaarkop. De koe is vruchtbaar en kan relatief snel, binnen het jaar, weer kalveren krijgen. Theo Warmerdam dekt zijn koeien met een eigen stier die er goed uitziet, dat wil zeggen stevig op de poten, met mooie blaren rondom de ogen en een diepzwarte neus. Veel koeien stammen af van het sperma dat Theo Warmerdam al dertig jaar bewaart in een stikstofvat. Elk jaar komt een broeder van de Belgische trappistenabdij Westmalle naar Warmond om een stiertje uit te kiezen. „Die broeder kijkt maar naar één ding: of de neus mooi zwart is.”

Theo Warmerdam is eigenlijk een heel ouderwetse boer. Een boer met veertig melkkoeien aan de ketting, in een stal achter het huis die na een aansporing van de baas overeind gaan staan. De staarten zijn vastgebonden zodat die niet in de mest blijven liggen. Je zou Warmerdam evengoed heel modern kunnen noemen. Eric Hees: „Het leuke aan dit verhaal vind ik dat mensen die dachten dat ze met vroeger bezig waren, ineens ontdekken dat ze met iets van de toekomst bezig zijn. De zogenoemde achterblijvers zijn mensen die weerstand hebben kunnen bieden aan wat de goegemeente vindt. Eigenwijze mensen die nu erkenning krijgen. De achterblijvers zijn voorlopers geworden.”

Lees rapport over blaarkoppen via nrc.nl/binnenland