De fabeltjes over meisjesbesnijdenis

Een overheidscampagne moet het probleem van genitale verminking uit Nederland bannen. Maar er is helemaal geen probleem, menen Heleen Mees en Mohammed Benzakour.

Op 23 januari opende de Volkskrant haar weekendeditie met het bericht dat de aanpak van meisjesbesnijdenis in Nederland minimaal effect sorteert. Het ministerie van Volksgezondheid investeerde de afgelopen drie jaar drie miljoen euro in activiteiten om genitale verminking te bestrijden zonder dat dat tot strafvervolging had geleid. De GGD noemde de schattingen van vijftig tot vijfhonderd meisjes die in ons land jaarlijks genitaal zouden worden verminkt het „topje van de ijsberg”.

De kranten staan sindsdien bol van verhalen over genitale verminking, vaak vergezeld van levensgrote foto’s van messen en scharen. Staatssecretaris Bussemaker (VWS, PvdA) beloofde de Tweede Kamer een keiharde aanpak: ouders die hun dochter in het buitenland laten besnijden, zouden achter tralies verdwijnen, ook in het lichtste geval zoals een prikje in de clitoris. Kennelijk is het de staatssecretaris ontgaan dat in Nederland nog altijd de rechter de strafmaat bepaalt en ons rechtssysteem geen minimumstraffen kent.

Ayaan Hirsi Ali, die vijf jaar geleden ervoor pleitte om de genitaliën van alle minderjarige meisjes uit risicolanden jaarlijks onder dwang te controleren, roept wereldwijd tegen wie het maar horen wil dat op de Nederlandse keukentafels minderjarige meisjes met roestige messen worden bewerkt. Het is een vast onderdeel van haar ‘islamkritiek’ geworden.

Afgaande op de berichtgeving zou je vermoeden dat inmiddels half Amsterdam-Slotervaart onder het mes is genomen. Toch ontbreekt ieder bewijs, zowel voor Hirsi Ali’s beweringen als voor de wilde schattingen van de GGD. Van de 44 meldingen die bij het Meldpunt Kindermishandeling zijn binnengekomen en onderzocht, is niet eenmaal geconstateerd dat meisjes hier of tijdens hun Afrika-vakantie verminkt zijn. Slechts bij één gezin bleek dat twee dochters besneden waren – vóór aankomst in Nederland.

Hoe graag bepaalde politici het ook anders willen zien, clitoridectomie en infibulatie (dichtnaaien van de schaamlippen) vormen geen islamitisch gebruik, maar betreffen allereerst een oud-Afrikaanse praktijk die nergens in de Koran wordt genoemd, noch door de Profeet werd geboden. Vrouwenbesnijdenis bestond (ook in de Arabische regio) reeds duizenden jaren voor de komst van Mohammed, en wel in het oude Egypte. Niet voor niets heet het ‘faraonische insnijding’.

Als vrouwenbesnijdenis een islamitisch ritueel was geweest, zou Mohammed de eerste zijn geweest die het bloedige voorbeeld gaf. Uit geen enkele bron blijkt echter dat diens vrouwen of dochters onder het mes zijn gegaan. Sterker, het faraonische gebruik druist in tegen het in de Koran vastgelegde recht op seksuele satisfactie van de vrouw. Mohammed heeft om die reden pogingen gedaan dit wrede gebruik uit te bannen.

Vrouwenbesnijdenis niettemin toeschrijven aan ‘de islam’ is dus niet alleen achterlijk, het is ook een beetje dom. Op deze manier manoeuvreert men Afrikaanse moslimvrouwen die zich tegen vrouwenbesnijdenis willen verzetten, in een duivels dilemma: ofwel akkoord gaan met de vrouwenbesnijdenis ofwel afvallig worden.

Dat Frankrijk 27 gevallen kent van strafvervolging die met vrouwenbesnijdenis te maken hebben, is eenvoudig te verklaren. Op het hoogtepunt van het koloniale tijdperk had Frankrijk eenderde van Afrika in handen, met als gevolg dat in Frankrijk veel meer migranten uit de ‘risicolanden’ wonen: Somalië, Mali, Eritrea en Nigeria. In Indonesië, het grootste moslimland ter wereld, komt meisjesbesnijdenis niet voor. Marokkanen die naar Nederland komen, horen hier vaak voor het eerst over clitoridectomie. Deze traditie bestaat daar niet, evenmin in Turkije.

Hebben vijf jaar intensieve media-aandacht en miljoenen euro’s aan subsidies dan helemaal niks opgeleverd? Jawel. Er is welgeteld één zaak aan het licht gebracht: een 29-jarige Marokkaan wordt ervan verdacht zijn dochtertje te hebben verminkt. Was het niet zo ernstig, dan zou je het uitproesten dat nu uitgerekend één Marokkaanse adolescent, kennelijk op het idee gebracht door Hirsi Ali en alle PvdA-gerelateerd mediakabaal, is opgesnord.

De Nederlands-Marokkaanse schrijver, Hafid Bouazza, moest eind januari het manuscript voor De spotvogel inleveren. Alleen onder die voorwaarde wilde zijn uitgever, Mai Spijkers, hem uit de financiële brand helpen, zo blijkt uit het profiel dat de KRO onlangs van de schrijver uitzond. Bouazza flanste er die laatste week nog gaueen meisjesverminking aan vast.

Nu ligt voor de eeuwigheid vast dat Marokkanen meisjes besnijden. Zo worden tradities geboren en mythes in stand gehouden. Dank u wel, mevrouw de staatssecretaris, voor uw campagne.

Mohammed Benzakour is columnist en schrijver.Heleen Mees is columnist en voorzitter van Women on Top