Operatie Koolvis

Maandag begint in Zwolle het proces tegen een Nigeriaanse mensensmokkelbende. Dankzij internationale politiesamenwerking. „We hebben de hele keten aangepakt.”

Zondag 4 mei 2006. De Nigeriaanse Jennifer, roepnaam Jenny, arriveert met een rechtstreekse KLM-vlucht van Lagos op Schiphol. Ze reist samen met een man die haar in Lagos door de ticketcontrole en langs de douane heeft geloodst. Op Schiphol vraagt hij haar even te wachten. Hij haalt iets te eten. Als hij niet terugkomt, raakt Jenny in paniek.

Zo treft een medewerker van het Sluisteam haar aan. Het Sluisteam is een onderdeel van de Koninklijke Marechaussee dat mensenhandel en mensensmokkel bestrijdt en gevestigd is onder gate G10. Ze belandt bij het aanmeldcentrum van de IND, de Immigratie- en Naturalisatiedienst. Via het IND komt ze in contact met vreemdelingenadvocaat Wilma Hompe die weekenddienst heeft.

Voor Hompe staat meteen vast dat Jenny potentieel slachtoffer van mensenhandel is. Jenny beantwoordt aan het profiel. Naar Europa gelokt met vage beloften. De reis niet zelf betaald. In haar tas zitten allerlei papieren waar ze niks vanaf weet. Haar paspoort is vals.

Hompe heeft een sterk vermoeden van wat Jenny staat te wachten. Jenny heeft gezegd dat ze 16 jaar is. Nederland staat niet toe dat ze als minderjarige direct naar Nigeria wordt teruggestuurd. In Nederland komt ze terecht in een open opvanghuis voor ama’s, alleenstaande minderjarige asielzoekers. Daar pikt een mensenhandelaar haar op, als ze op weg is naar school of naar de kerk.

Dit is het verhaal van een bijzonder politieonderzoek en van baanbrekende internationale samenwerking. Van voorgekookte asielverhalen, rituele vervloekingen per sms en een dominee die op verzoek van de politie met slachtoffers bidt.

Dit is ook het verhaal van misverstanden, onmacht en gemiste kansen. Van instanties die langs elkaar heen werken. Van beschadigde vrouwen die nergens veilig zijn.

„Destijds was sprake van een stroom meisjes zoals Jenny”, zegt vreemdelingenadvocaat Hompe „De marechaussee trad niet op omdat ze bij aankomst nog geen slachtoffers van mensenhandel waren, alleen potentiële slachtoffers. Ze waren nog niet gedwongen als prostituee te werken. Al stond vast dat Nederland doorvoerhaven was.”

„Marechaussee en IND hadden geen zin in slachtoffers”, zegt Hompe. „Ze scoorden op uitzettingen. Ze moesten voldoen aan prestatiecontracten. Terwijl Justitie duidelijk had verklaard dat ook onderzoek gedaan zou moeten worden als potentiële slachtoffers van mensenhandel zich aandienen.”

De volgende dag belt een Nigeriaan naar het Amsterdamse kantoor van Wilma Hompe in het voormalige Wilhelmina Gasthuis. Hij heeft een Duits telefoonnummer. Hij zegt dat hij een neef van Jenny is. Hoe hij weet dat Hompe haar advocaat is, wil hij niet zeggen. Volgens Jenny heeft ze geen neef in Europa. Voor Hompe is duidelijk dat een mensenhandelaar probeert te achterhalen waar Jenny zit.

Ze belt Roland Scheltes, coördinator van het Expertisecentrum Mensenhandel en Mensensmokkel in Zwolle. Dat is een samenwerkingsverband van marechaussee, IND en politie, sinds mei 2005 actief. Zo begint een politieonderzoek.

Spoorloos

Pas als informatie van het Sluisteam met informatie van het IND wordt gecombineerd, springt in het oog dat de afgelopen maanden op Schiphol al tientallen Nigeriaanse vrouwen zoals Jenny zijn binnengekomen. Allemaal met dezelfde ingestudeerde asielverhalen over ouders die zijn gestorven bij gevechten tussen christenen en moslims. Velen in het bezit van valse documenten die hun verklaring moeten ondersteunen. Vaak op briefpapier van gefingeerde organisaties zoals de Foundation for Enslaved. De meesten zijn inmiddels uit de opvang verdwenen. MOB, met onbekende bestemming, zoals dat heet in jargon.

Dat Nederland een spilfunctie vervult in de mensenhandel vanuit Nigeria naar Europa is niets nieuws. Al sinds het begin van de jaren negentig maken Nigeriaanse mensenhandelaars misbruik van de Nederlandse asielwet. Al sinds de jaren negentig verdwijnen minderjarige Nigeriaanse meisjes massaal uit opvanghuizen. Tussen 1996 en 1999 alleen al 400. Een deel van hen wordt teruggevonden op de Wallen of in Nederlandse seksclubs. Dat leidt tot een golf van verontwaardiging en onrust. In 1999 constateert Kamerlid Boris Dittrich (D66) dat „de opvangprocedure de prostitutiebranche faciliteert”.

Een beperkt aantal Nigeriaanse mensenhandelaars wordt in de loop van de jaren gepakt. Dat is het resultaat van regionale politieonderzoeken met spannende namen, zoals Voodoo, Pyama en Daktari. Maar de criminele handel gaat door. Bendes stellen de vrouwen niet meer te werk in Nederland, maar in het Antwerpse Schipperskwartier. Als de Belgische politie te lastig wordt, verleggen ze de handel naar Zuid-Europa. Waar omstandigheden veranderen, passen ze bestemmingen, aanvoerroutes en methodes soepel aan. Jenny maakt duidelijk dat Schiphol met zijn directe vluchten vanuit Nigeria anno 2006 nog steeds knooppunt van mensenhandel is.

Het politieonderzoek

Jan Hendriks van de Nationale Recherche krijgt opdracht de Nigeriaanse netwerken in kaart te brengen en op te rollen. Hij slaat meteen alarm. Hij organiseert met het Openbaar Ministerie en de marechaussee een internationale conferentie bij Europol in Den Haag over „het Nigeriaanse megaprobleem”. Voorlopig beschikt de politie alleen over de voornamen van twee hoofdverdachten: Peter en Solomon.

Hendriks informeert ook de andere vier Europese luchthavens met rechtstreekse vluchten vanuit Nigeria. Het Korps Landelijke Politiediensten belegt in Driebergen een bijeenkomst voor regionale politiekorpsen die met verdwijnende Nigeriaanse asielzoekers te maken hebben. Voor het eerst krijgen ze inzicht in een probleem waarmee ze zich al jaren geconfronteerd zien.

Justitie en politie hebben landelijk prioriteit gegeven aan mensenhandel. Maar doordat ze regionaal zijn georganiseerd, hebben ze geen greep op die internationale vorm van misdaad. Regiokorpsen weten zich geen raad met vermiste Nigeriaanse meisjes. Sommige maken er niet eens werk van. Ze volstaan met registratie. Niemand schreeuwt moord en brand.

Politieonderzoeken uit de jaren negentig naar Nigeriaanse mensenhandel „zijn eilandjes gebleven”, constateert Jan Hendriks. Ze hebben niet tot een landelijke aanpak geleid.

Onder Hendriks’ leiding slaan de betrokken instanties voor het eerst de handen ineen: Nationale Recherche, marechaussee, regiokorpsen, expertisecentrum, IND. Dat is nog niet zo simpel. „Dan stuit je op het Nederlandse poldermodel”, zegt Warner ten Kate, officier van justitie bij het landelijk parket, belast met mensenhandel. Het is lastig om politieregio’s te laten samenwerken.

En wie levert de mankracht voor het onderzoeksteam? Hendriks heeft 15 man van de marechaussee. Hij vraagt er 15 bij van de Nationale Recherche in Amsterdam. „Als het om drugs was gegaan, had ik ze zo gehad.”

Hendriks krijgt ze niet. Na eindeloos getouwtrek beslist de Dienstleiding van de Nationale Recherche dat het onderzoek wordt ondergebracht in Groningen bij het rechercheonderdeel Noord- en Oost-Nederland. Ver weg van Schiphol. Wel dicht bij de opvangcentra in Zeegse en Zuidlaren waar alle Nigeriaanse asielzoeksters sinds kort worden ondergebracht. Om ze beter in de gaten te kunnen houden. In november 2006 begint het politieonderzoek Koolvis naar de bende rond hoofdverdachte Solomon.

Hendriks laat zien wat er met zijn onderzoek gebeurde. Hij pakt een kop van een schotel. De schotel is het deel van het onderzoek dat in Groningen werd voortgezet. „Met het kopje werd niks meer gedaan”, zegt Hendriks. „Vijftien man erbij op Schiphol en we hadden ons niet hoeven beperken. Dan hadden we nog meer mensenhandelaars gepakt.”

Solomons identiteit en adres zijn al eerder vastgesteld. Er is een zender geplaatst onder zijn BMW 318. Zijn telefoon wordt afgetapt. Zo weet de politie van het bestaan van Gilbert in Groot-Brittannië die als verbindingsman fungeert tussen Nigeria, Nederland en Italië. Gilbert en Solomon gebruiken in hun telefoongesprekken codewoorden. Ze hebben het over levels, gesmokkelde personen. Over het church camp, het asielcentrum. Over de pastor, de persoon voor wie de gesmokkelde meisjes bestemd zijn.

Uit dossieronderzoek blijkt dat Solomon in het verleden al zeker vijf keer door de politie is ondervraagd in verband met mensenhandel. De eerste keer in 1995 in Limburg. In 1999 werd Solomon zelfs aangeklaagd. Wegens vormfouten is die zaak drie jaar later geseponeerd.

Eind 2006 weet het Koolvisteam in grote lijnen hoe de criminele organisatie in elkaar zit en hoe ze werkt. In Nigeria zit het reisbureau dat de vrouwen aan papieren helpt. In Italië vind je de hoerenmadams die meisjes bestellen bij de mensenhandelaars. Nederland is doorvoerhaven. Hier huist de grote regelaar die de vrouwen opvangt en weer doorsluist. Daarbij krijgt hij assistentie van een stuk of twintig mensen: vervalsers, begeleiders. Ook in België en Frankrijk lopen logistieke hulpjes rond.

Politie en justitie staan nu voor een cruciale keuze. Het team kan de Nederlandse tak van de organisatie oprollen. Het Nederlandse tandwiel zou uit de machine kunnen worden verwijderd. Maar Harry van der Veen, leider van het Koolvisonderzoek, voorziet dat het onderdeel dan binnen de kortste keren wordt vervangen.

Dat is na eerdere politieonderzoeken steeds gebeurd. De machine draait daarna weer lustig voort.

Internationaal

„Als we deze organisatie met wortel en tak willen uitroeien”, zegt officier Ten Kate, „moeten we het hele traject aanpakken: van bronland tot bestemmingsland.” Maar dat betekent nogal wat. Meer tijd. Meer mankracht. Internationale samenwerking. Dat is pionierswerk. Op het terrein van mensenhandel niet eerder vertoond. Justitie en de top van het Openbaar Ministerie en de Recherche gaan akkoord.

Maart 2007 zoekt het team contact met de Italiaanse collega’s. Op basis van de Nederlandse informatie die ze krijgen, beginnen de Italianen hun eigen onderzoek. Samenwerken met de Nigerianen is lastiger. Er zijn geen contacten, geen bilaterale verdragen, geen ervaringen. De reputatie van de Nigeriaanse politie is slecht.

Met hulp van de Nederlandse ambassade in Abuja komt het onderzoeksteam in contact met NAPTIP. Die Nigeriaanse organisatie ter bestrijding van mensenhandel valt via de Nationale Veiligheidsadviseur direct onder de president.

Een Nederlandse delegatie onder leiding van officier van justitie Warner ten Kate gaat op verkenning. Het hoofd opsporing van NAPTIP, Muhammed Babandede, maakt onmiddellijk grote indruk. Eind mei wordt de samenwerking formeel bekrachtigd. Babandede en teamleider Harry van der Veen schudden elkaar de hand.

Daarna gaat het onmiddellijk mis. De Italiaanse politie onderschept een telefoontje uit Nigeria. Iemand waarschuwt dat in Europa een grootschalig politieonderzoek is begonnen naar verdwenen Nigeriaanse meisjes. Dezelfde persoon zegt dat er op grote schaal telefoons worden afgeluisterd. Die informatie kan alleen van NAPTIP afkomstig zijn.

Het lek bevestigt alle vooroordelen tegen Nigerianen. „We hebben het geprobeerd”, denkt Ten Kate. „Het is niet gelukt.” Het lek schaadt de betrekkingen met de Italianen. De Nederlanders krijgen de schuld.

Toch laten Ten Kate en Van der Veen de Nigerianen niet vallen. Doorslaggevend is de reactie van Babandede. Met hulp van veiligheidsdienst SSS ontdekt hij dat zijn rechterhand de informant is. Babandede zet zijn adjudant op dood spoor maar laat hem in de waan dat hij nog volop meedoet aan het onderzoek. Intussen wordt een parallelonderzoek gestart.

Het Nederlandse politieteam zoekt ook samenwerking met Groot-Brittannië, Frankrijk, België, Spanje, de Verenigde Staten. Dat brengt veel papierwerk en overleg met zich mee. Al die organisaties hebben hun eigen methoden, hun eigen regels, hun eigen cultuur. Bendes kennen geen grenzen. Politieorganisaties wel.

De vrouwen

Nigeriaanse vrouwen blijven naar Nederland stromen. Het Sluisteam op Schiphol heeft al 89 dossiers van potentiële slachtoffers uit 2006. Daar komen er in 2007 nog 50 bij. En de vrouwen blijven uit de opvang verdwijnen: Joy, Eze, Doris, Mary, Jasmine. Ook al is de opvang inmiddels geconcentreerd in de kop van Drenthe. Ook al doen hulpverleners en politiemensen er alles aan om de vrouwen tegen te houden. Vrouwen krijgen tot in detail te horen wat hen daarbuiten staat te wachten als ze zich door de mensenhandelaars laten meenemen. Ze eindigen in Turijn of Bari. Als straatprostituee.

Zijn er aanwijzingen dat een vrouw toch weg wil, dan krijgt ze een telefoontap op haar mobiel. De politie luistert mee als de mensenhandelaar een afspraak met haar maakt. Dan komt ze het huis niet uit. De deur gaat op slot. Zonder begeleiding mogen de vrouwen de straat niet op.

Hoe lastiger de politie het de vrouwen maakt om te vertrekken, hoe angstiger, wanhopiger ze worden. Dat is de spagaat waarin het Koolvisteam terechtkomt. Door het afluisteren van de telefoons hoort de politie hoe de mensenhandelaars de druk op de vrouwen verhogen. Ze hebben in Nigeria toch een contract gesloten? Hogere machten hebben dat bekrachtigd met een ritueel. Denken ze dat ze hun straf kunnen ontlopen? Willen ze dat hun Nigeriaanse familie iets overkomt? Een vrouw raakt in paniek als ze een vervloeking per sms van een traditionele Nigeriaanse priester krijgt.

Politie en hulpverleners zitten niet op één lijn. De politie zou de vrouwen het liefst een onderhuidse chip geven om zicht op ze te kunnen houden. Nog liever zou ze de vrouwen allemaal opsluiten. Voor hun eigen bestwil.

Asielzoekers mag je niet opsluiten, vinden opvangorganisatie COA en voogdijinstelling NIDOS. Zeker niet deze vrouwen. Minderjarige meisjes. Ze zijn slachtoffers, geen criminelen. Officier Ten Kate wijst op de consequenties. „Dat betekent dat je mensenhandel helpt.” Voor COA en NIDOS is opsluiten van de vrouwen voor hun eigen bestwil een brug te ver.

Vrouwen blijven verdwijnen. Af en toe lukt het de politie om er een paar te onderscheppen. Enkele dagen later zijn ze dan toch weer weg. „Het is dweilen met de kraan open”, zegt teamleider Harry van der Veen.

Jenny, de cliënte van vreemdelingenadvocaat Wilma Hompe, is spoorloos. Ze heeft Hompe nog gebeld. Ze voelde zich niet veilig. Ze moest erg huilen. Hompe informeerde het NIDOS dat ze zich zorgen maakte over Jenny. Ze kreeg te horen dat ze zich nergens mee moest bemoeien. Twee dagen na de verdwijning van Jenny hoorde Hompe pas dat ze weg was. Ze heeft nooit meer iets van Jenny gehoord.

Lente 2007. In de Drentse opvanghuizen breekt nu echt de pleuris uit. De politie kan wel denken dat ze de vrouwen aan het redden is, de vrouwen zien dat toch heel anders. De politie brengt hen en hun families juist in gevaar. Ze belet de vrouwen zich aan hun afspraken met de mensenhandelaars te houden. De situatie in de huizen wordt onhoudbaar. Vrouwen slaan ruiten in. Vrouwen vallen hulpverleners aan. Als gekooide tijgers gaan ze tekeer.

Konden de vrouwen maar worden ondergebracht op een plaats waar ze niet zo makkelijk verdwijnen. Op een Waddeneiland. In een kampeerboerderij op Ameland. Het experiment in de zomer van 2007 duurt welgeteld twaalf dagen. Al snel ontstaat een conflict met plaatselijke autoriteiten. De noodoplossing roept associaties op: Amaland. Slecht voor het toerisme.

Ontsnappen van Ameland blijkt makkelijker dan voorzien. Voor de boot naar het vasteland is geen kaartje nodig.

Ten einde raad besluit voogdijinstelling NIDOS de onhandelbare groep vrouwen uit elkaar te halen. Ze worden weer gespreid over het land. In afwachting van een regeling voor besloten opvang.

Klapdag

Intussen stapelen de bewijzen tegen de bende zich op. De politie is getuige van een ontmoeting tussen hoofdverdachte Solomon en Britse verdachte Gilbert op 29 april 2007 in Sheffield. De politie maakt ook foto’s van een bespreking tussen Solomon en Italiaanse verdachte Edosa op 9 mei in Amsterdam. Het team krijgt zicht op geldovermakingen naar Solomon vanuit Nigeria, telkens als er een vrouw uit de opvang verdwijnt.

Op 5 september 2007 beleggen Harry van der Veen en Warner ten Kate in het Gasuniegebouw in Groningen een conferentie met buitenlandse delegaties van alle politiemensen en officieren die bij het onderzoek betrokken zijn. Ze dineren in specialiteitenrestaurant Ni Hao. Ze overnachten in het Mercure hotel. Die bijeenkomst moet voor eenheid zorgen. Er worden groepsfoto’s gemaakt.

Hier worden ook de afspraken gemaakt. Het Koolvisteam kiest 24 oktober als ‘klapdag’, de dag dat alle verdachten gelijktijdig worden opgepakt. Italië en Nigeria vervolgen hun eigen verdachten. De andere landen leveren hun verdachten uit aan Nederland.

Bij alle arrestaties en huiszoekingen zal een lid van het Nederlands onderzoeksteam aanwezig zijn. Voor de coördinatie. Nog zes weken heeft het team om alle Europese arrestatiebevelen en rechtshulpverzoeken in orde te maken. Over de aanpak is iedereen het eens.

Een week voor het oprollen van de bende laten de Italianen opeens weten dat ze niet meedoen. De Italiaanse officier van justitie heeft in Groningen weliswaar ingestemd met de arrestaties op 24 oktober. Maar hij gaat daar niet over. In Italië heeft de onderzoeksrechter het laatste woord. En die onderzoeksrechter heeft nog twee andere onderzoeken tegen Nigerianen lopen. Hij wil pas overgaan tot arrestaties als ook die andere zaken zijn afgerond.

Teamleider Van der Veen is razend. Justitie oefent druk uit op de Italianen. Zonder resultaat. De internationale operatie kan niet meer worden uitgesteld.

Op 24 oktober zit officier Ten Kate al om 4 uur ’s ochtends in de auto. Over een verlaten snelweg rijdt hij naar het politiebureau in Groningen, commandocentrum van de operatie. Na zessen sijpelen de eerste berichten binnen over arrestaties. Om 6 uur Nederlandse tijd is de politie binnengevallen bij 18 verdachten. Dat gebeurde synchroon in Nederland, België, Groot-Brittannië, Spanje, Frankrijk, Duitsland en de Verenigde Staten. Verdachten gepakt, klinkt het uit zeven landen. Tussen 10 en 11 uur vertrekt Ten Kate naar Rotterdam voor interviews met de pers over het oprollen van een internationale mensenhandelbende. Operatie Koolvis geslaagd.

Over Italië zwijgt hij. Hij vertelt de pers ook niet dat de aanhouding van hoofdverdachte Kingsley in Nigeria is mislukt.

Nigeria

Ze zagen het al aankomen. De Nederlandse liaisonofficier van de marechaussee in Nigeria. De twee Nederlandse politiemannen die voor de arrestatie naar Nigeria zijn gestuurd. Net voor klapdag is politiepartner NAPTIP hoofdverdachte Kingsley kwijtgeraakt.

Op 24 oktober zitten drie Nederlandse politiemensen zich te verbijten in een kamer van het Ekohotel in Lagos. Ze lopen rond in korte broeken.

Op de deur hebben ze een papier geplakt met de tekst ‘commandopost’. Via een speciale telefoonverbinding horen ze over de geslaagde arrestaties elders. Hun verdachte is zoek.

Het enige wat ze kunnen doen is Babandede, het hoofd opsporing van NAPTIP, sms’en en bellen. NAPTIP wil toch zo graag internationaal samenwerken? NAPTIP wil toch laten zien dat het een betrouwbare en capabele partner is?

De drie Nederlandse politiemannen horen pas later wat Babandede in de tussentijd doet. Hij alarmeert de veiligheidsdienst SSS. Agenten van de SSS houden het gezin van hoofdverdachte Kingsley vast in zijn eigen huis.

Een vriendje van Kingsley, een hoge oud-militair, probeert het op een akkoordje te gooien met Babandede. Laat Kingsley zich maar melden op het SSS-kantoor in Benin City. We regelen wel wat, zegt Babandede. Het is een val.

NAPTIP maakt video-opnamen van de huiszoeking bij Kingsley en van de doorzoeking van diens reisbureau in Benin City. De film duurt bijna 47 minuten. De kijker ziet het luxe landhuis van Kingsley, zijn blauwe BMW, zijn witte Ford. Er zijn ook beelden van zijn kantoor: twee globes, een KLM-poster met de tekst ‘The World Nonstop’.

Teamleider Van der Veen en officier Ten Kate krijgen zaterdagavond 27 oktober om 11 uur te horen dat Kingsley alsnog is gearresteerd. Ze hadden er niet meer op gerekend.

Bijna drie maanden later zijn ook de Italianen klaar voor actie. Op 15 januari 2008 houdt de Italiaanse politie 51 verdachten aan. Bij alle invallen wordt maar één vrouw teruggevonden die in Nederland was verdwenen.

‘Voodoo’

Het overgrote deel van de bende zit nu vast. De politie beschikt over bergen bewijsmateriaal. Maar geen van de vrouwen heeft nog aangifte gedaan.

De politie heeft daar wel haar best voor gedaan. Keer op keer zijn dezelfde politiemensen bij de opvanghuizen langsgegaan. Mensen die ervaring hebben met mensenhandel en zedendelicten. Vaderfiguren. Jonge vrouwen. Maar de Nigerianen reageerden altijd afhoudend, soms openlijk vijandig. Tussen politie en vrouwen kwam het nooit tot vertrouwelijk contact.

Dat is geen verrassing. De politie weet van eerdere onderzoeken dat de vrouwen zijn gewaarschuwd voor de politie. Ze weet ook van de religieuze rituelen die de vrouwen hebben ondergaan om hun absolute gehoorzaamheid te garanderen. Dat de vrouwen bang zijn voor uitzetting, beseft de politie heel goed.

Hoe kunnen de vrouwen worden aangemoedigd toch aangifte te doen? Hoe kunnen de angsten die hen weerhouden, worden geneutraliseerd? Justitie en politie zoeken een creatieve aanpak. Dat leidt tot het inschakelen van een Nigeriaans ex-slachtoffer van mensenhandel die inmiddels een verblijfsvergunning heeft en als tolk werkt voor Justitie. Zij vertelt over haar persoonlijke ervaringen aan vrouwen die dat willen. Ze nodigt hen uit met hun eigen verhaal te komen.

De politie roept ook de hulp in van een Nigeriaanse dominee die in een Groningse kerk onder vier ogen bidt met vrouwen die dat willen. Hij probeert hun vrees voor spirituele vergelding weg te nemen. Hij zegt dat God machtiger is dan alle rituelen.

Tien vrouwen doen uiteindelijk aangifte.

Slotbalans

Bijna zeventien maanden na arrestatie van de verdachten begint maandag in Zwolle dan toch eindelijk het proces tegen de Nigeriaanse mensenhandelbende. De voorbereiding heeft veel tijd gevergd. Dat zit hem vooral in het grote aantal getuigenverhoren in Italië, Nigeria en Frankrijk. Het dossier beslaat 65 ordners van elk 500 pagina’s.

Justitie presenteert de rechtszaak als mijlpaal: baanbrekend politieonderzoek leidt tot historisch proces. „Voor het eerst hebben we de hele keten aangepakt, van begin tot einde”, zegt officier Ten Kate. Hij noemt het „uniek” dat zoveel Europese landen hebben samengewerkt. „Zo gebeurt het zelden. Want samenwerken is lastig. Europa is economisch een TGV, maar justitieel een paard en wagen. En we hebben laten zien dat je bij de bestrijding van mensenhandel zaken kunt doen met de Nigerianen. Fransen, Noren, Italianen volgen ons na.”

Hij roemt ook de samenwerking in Nederland met hulpverleners. Vorig jaar is een experiment met besloten opvang van asielzoekers begonnen. „Mensenhandel is niet alleen het probleem van justitie en politie.”

En: „We hebben de stroom vrouwen vanuit Nigeria via Nederland naar Italië gestopt.”

Maar Ten Kate maakt zich geen illusies. Opvallend veel jonge Nigeriaanse vrouwen arriveerden het afgelopen jaar op de luchthavens van Genève en Boedapest. Anderen landden in Europa na tussenstops in Dubai en Kiev. Mensenhandel is als water en zoekt het laagste punt. De handel gaat door.

Ook voor de vrouwen die via Nederland werden verhandeld, geldt niet: eind goed, al goed. De meesten zijn spoorloos. Tot frustratie van teamleider Harry van der Veen. „Hoe kun je tevreden zijn over een onderzoek als je van zoveel slachtoffers niet weet waar ze gebleven zijn?”

Ook de vrouwen die in Nederland zijn opgevangen, hebben het moeilijk. Zij die aangifte hebben gedaan, moesten hun verklaringen herhalen tegenover een batterij advocaten van verdachten. Sluimerende trauma’s werden gewekt. Vreemdelingenadvocaat Wilma Hompe vertelt over een cliënte die elke nacht weer droomt dat ze door de bende wordt vermoord.

Daarbij komt dat slachtoffers in Nederlandse opvang maar moeten afwachten of ze een verblijfsvergunning krijgen. Ze leven in onzekerheid.

Onzekerheid ook over de uitkomst van het proces. De officieren van justitie hebben aangekondigd dat ze zware straffen zullen eisen. Maar neemt de rechtbank die eisen over? En accepteert de rechtbank de inventieve methode die justitie heeft gebruikt om de vrouwen aangifte te laten doen?

Advocaat Sjoerd Berge van Henegouwen heeft het over „de voorgeproduceerde verklaringen uit de slachtofferfabriek van het Openbaar Ministerie”. Advocaat Ronald Roethof spreekt over „vermeende slachtoffers die zijn gemanipuleerd om in ruil voor een verblijfsstatus belastende verklaringen af te leggen”.

Maar de grootste zorg bij het Expertisecentrum Mensenhandel is dat de aanpak van de mensenhandel na het spectaculaire Koolvisonderzoek „toch weer wegzakt”, zegt coördinator Roland Scheltes. Hij pleit voor instelling van een speciaal onderzoeksteam dat zich permanent bezighoudt met mensenhandel.

De aanpak van mensenhandel wordt juist versterkt, verzekert de verantwoordelijke officier bij het landelijk parket, Warner ten Kate. De speciale task force die vorig jaar is ingesteld, komt binnenkort met een actieplan voor de minister van Justitie. Het aantal onderzoeken naar mensenhandel moet „sterk omhoog”, zegt Ten Kate. De internationale samenwerking bij de bestrijding van mensenhandel wordt verder uitgebreid. Ook ligt er een voorstel bij de Tweede Kamer om de maximum strafmaat voor mensenhandel te verhogen. Van zes tot acht jaar.

Ten Kate: „Met het Koolvisonderzoek hebben we de bestrijding van mensenhandel op een hoger plan gebracht.”