Bange journalistiek

Sterk aan het boek dat televisiejournalist Bas Haan schreef over de Deventer moordzaak is dat hij zichzelf niet buiten schot houdt. Ook hij combineerde aanvankelijk de persoonlijke overtuiging dat fiscaal jurist Louwes onschuldig vastzat met een journalistieke drang om te scoren, hij was het die opiniepeiler Maurice de Hond in een uitzending van Netwerk ruim baan gaf voor zijn kruistocht tegen de vermeende ‘echte’ schuldige, de zogenaamde ‘klusjesman’.

Het boek van Haan is dan niet alleen een nauwgezette reconstructie van de krankzinnige nasleep van de moord op weduwe Wittenberg, het is vooral ook een verslag van een ontnuchtering. Behalve dat Haan er gaandeweg van overtuigd raakt dat Louwes wel degelijk schuldig is aan de moord - het DNA-bewijs is overtuigend genoeg - vervreemdt hij ook steeds meer van het medium dat de moord tot een spektakel maakt: de televisie. In het laatste deel van De Deventer moordzaak; het complot ontrafeld is zijn woede over de schaamteloze exploitatie van de media bijna tastbaar: hij beschrijft een uitzending waarin cabaretière Claudia de Breij onleuk gaat zitten ginnegappen over de zaak met Maurice de Hond, die zojuist veroordeeld is en niet langer straffeloos de beschuldigende vinger naar de ‘klusjesman’ mag wijzen. De Breij zingt een liedje, waarin ze eerst onbekommerd de ‘klusjesman’ als schuldige aanwijst. Dan: „En ook al zegt iedereen je: hou ermee op/Jij hebt je vastgebeten, jij geeft niet op. /En ik weet niet of je fout zit of goed, /maar weet je, Maurice, ik ben blij dat je het doet.”
Ik wist al dat Claudia de Breij niet grappig is, wat me overigens best een probleem lijkt voor een cabaretière. Maar de stompzinnigheid die Haan notuleert, is een symptoom van een grotere verschrikking: de macht van de publieke opinie. Als deze show wordt uitgezonden, is het Haan allang duidelijk dat al het bewijs op de schuld van Louwes wijst, maar daar trekt op televisie niemand zich wat van aan. De Deventer moordzaak is een vorm van amusement, iets wat niet onderzocht, maar eindeloos geëxploiteerd moet worden. Maurice de Hond is van de televisie;  alleen dát kan de reden zijn dat hij er de afgelopen jaren in geslaagd is de Deventer moordzaak te gebruiken als een middel om zijn tweede-generatietrauma in de schijnwerpers van de nationale media te verwerken - voor de goede orde, hij is het zelf die er de oorlog en zijn ouders bij haalt. Wat Haan in zijn boek over de methoden van De Hond schrijft, is onthutsend; je ziet een schaamteloze narcist, die botweg alles ontkent wat hem niet van pas komt en eindeloos manipuleert en koeioneert - allemaal in naam van de rechtvaardigheid, natuurlijk. Het ironische, of het tragische, of het misselijkmakende, is dat De Hond zich in zijn rol van ‘betrokken burger’ heeft ingezet voor een man die volgens het bewijs de moordenaar moet zijn, terwijl hij het leven van een onschuldige door middel van zijn hetze onleefbaar heeft gemaakt. Hij heeft zich, kortom, schunnig gedragen, terwijl hij in talloze televisieprogramma’s als dat van De Breij zichzelf steeds weer als gedrevene en slachtoffer weet te presenteren. Je ziet dat wel vaker, tegenwoordig.
Haan is in zijn boek te veel bezig om verdichting en waarheid omtrent de moordzaak uit elkaar te halen om zich aan een analyse van het fenomeen De Hond te wagen - maar het zou wel moeten gebeuren. Hoe kan het dat een individu die geen enkele officiële functie heeft, die persoonlijk niets met de zaak te maken heeft, zo’n grote invloed op de publieke opinie en zelfs de rechtsgang krijgt? De apotheose was dat door toedoen van De Hond het graf van de weduwe Wittenberg werd geschonden, alleen omdat hij het vermoeden had dat daar het echte moordwapen te vinden zou zijn. Toen dat onzin bleek te zijn, ging hij gewoon verder met het beschuldigen van zijn verdachte.
De Hond lijdt aan een stoornis die ik maar het Robin Hood-syndroom zal noemen, de narcist binnen het establishment die zich plotseling opwerpt als de laatste  der rechtvaardigen. Het sjabloon is bekend: de elite gedraagt zich verdacht, sjoemelt met de feiten, verschuilt zich achter onbegrijpelijke abstracties - en het volk wordt niet gehoord. Tijdens zijn kruistocht tegen de ‘klusjesman’ liet De Hond een paar opinieartikelen verschijnen waarin hij genoegzaam constateerde dat het systeem op instorten staat - en ook in zijn ‘onthullingen’ in de moordzaak ging hij steeds meer apocalyptische termen gebruiken. De betrokken burgers met wie hij zich omringde, gingen mee in zijn ongezonde vereenzelviging met het lot van de ‘onschuldige’ Louwes. Wie hem tegen durfde te spreken, werd weggehoond of zwartgemaakt en er onherroepelijk van beschuldigd deel uit te maken van het complot van het establishment.
Dat De Hond zo’n gewillig  oor vond voor alle onzin waarin hij zelf heilig gelooft, is niet toevallig. Vooral de televisiejournalistiek  is niet meer geïnteresseerd in feiten, het gaat om emoties - en nergens vind je zoveel emoties als in het persoonlijke verhaal. Nog maar een paar maanden geleden dook de vrouw van Louwes op in het programma De reünie, waar ze uitgebreid mocht vertellen hoe moeilijk het leven is als je man onterecht in de gevangenis zit. De presentator, Rob Kamphues, vermeldde nog net dat hij het niet wilde hebben over de vraag of Louwes schuldig of onschuldig was - het ging erom dat het allemaal heel erg was. Zelden heb ik iemand zo olijk en onbekommerd een brevet van onvermogen zien afgeven. De televisie heeft aandacht voor wat aandacht zoekt - het doet er eigenlijk niet toe waarmee. „Ik weet niet of je fout zit of goed,/ maar weet  je Maurice, ik ben blij dat je het doet.” Proef die zin. Er zit veel lafheid in.
Bas Haan was steeds minder blij met Maurice de Hond en de Nederlandse televisie - toen in een goed bekeken programma over de zaak van Ton F. van Dijk verdwaasde amateurspeurders hun schijnlogica op de kijker mochten loslaten, besloot hij de feiten op een rijtje te zetten. Dat deed hij, veelzeggend genoeg, niet door het maken van een programma, maar door het schrijven van een boek. Dat boek zou discussie moeten oproepen - niet het zoveelste gehuil over de publieke omroep die te links zou zijn, maar over een echt heet  hangijzer: de angst voor de publieke opinie.
Reageren kan op nrc.nl/heijne (reacties worden openbaar na goedkeuring door de redactie.)

    • Bas Heijne