Wie wil het kritische volk nog vertegenwoordigen?

Nog een jaar en dan worden verkiezingen voor de gemeenteraad gehouden. Zijn er dan wel genoeg goede raadsleden? „Aan het lidmaatschap van de raad zit een groot afbreukrisico.”

Mensen in uiteenlopende situaties kijken in de spiegel en zien daarin burgemeester Annemarie Jorritsma. Dan klinkt haar stem: „Zie jij jezelf als raadslid van Almere?”

Die vraag staat centraal in een campagnefilmpje van de gemeente Almere waarmee de tien politieke partijen de komende maanden gezamenlijk nieuwe raadsleden werven. Pas als dit najaar de kandidatenlijst bekend moet zijn, worden de messen geslepen. „We zijn nog in de preconcurrentiële fase”, verklaarde Jorritsma eerder tijdens de vertoning van het campagnefilmpje.

Een paar dagen later spreekt ze over een „unieke” campagne. „Bij ons zijn de traditionele partijen nog niet vastgeroest, en wel bereid samen te werken. Onze achterban is minder bekend, omdat die zich telkens ververst. En we hopen meer allochtonen te werven. We hebben signalen dat onder hen vooral veel vrouwen geïnteresseerd zijn.”

In Almere, de grootste groeigemeente van Nederland met 186.000 inwoners en 39 raadsleden, gaat de politiek eensgezind op zoek naar vers bloed. Jorritsma (VVD) staat qualitate qua boven de partijen. „Heel veel mensen denken dat raadslid zijn niet leuk is. Ten onrechte”, weet de oud-minister die haar loopbaan begon als raadslid van Bolsward. „Toen heb ik geleerd hoe je contact met de burger moet maken. Een raadslid moet de boer op, contact maken, ambtelijke deurtjes openmaken.”

De komende gemeenteraadsverkiezingen zijn op 3 maart 2010. In Almere moet vooral D66 – als de landelijke peilingen een goede graadmeter zijn tenminste – veel nieuwe raadsleden werven. Partijvoorzitter Erik Kunst voorziet geen problemen voor D66. „We hebben nu één raadslid – de enige in heel Flevoland nota bene – en rekenen op vier tot zes in de volgende periode. Ik hoop zeventien, achttien kandidaten te werven en dan een goede keuze te kunnen maken. Animo genoeg.”

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten start in april ook een wervingscampagne. Is de nood zo hoog? Officiële cijfers over het aantal afgetreden raadsleden zijn er niet. Naar schatting 40 procent haakt na één zittingsperiode alweer af.

Jorritsma: „Je kunt wel genoeg kandidaten hebben, maar achteraf blijkt vaak dat niet iedereen geschikt is. Door de campagne hopen we in een grotere vijver te kunnen vissen.”

Peter Otten, voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Raadsleden: „Weinig mensen hebben nog zin of tijd om drie avonden per week commitment te tonen. Steeds meer vrouwen werken, dus heeft een gezin per saldo minder vrije tijd.”

Otten, VVD-raadslid in Zeist, constateert veel argwaan. „De samenleving verruwt. Er is minder respect voor iemand die met feiten en argumenten beleid wil uitvoeren. En de kwaliteit van bestuur staat onder druk, door alle negatieve verhalen over toezichthouders. Er zit een groot afbreukrisico aan vast: ‘daar zal wel iets mee zijn’. Dat schrikt veel mensen af.”

Politicoloog Peter Castenmiller – lector van BAZN, bestuursacademie in Tilburg – ziet „door de intocht van de leefbare partijen veel meer gehakketak dan vroeger” in de gemeenteraad. „Al dat gezeur, dat gekissebis. En je bent publiek bezit geworden. Vroeger had je één plaatselijk krantje in de week. Nu heb je constant een regionale omroep die in je nek hijgt. Elke fout wordt uitvergroot. Het is ook geen pre op je cv. En dat alles weegt niet op tegen het salaris. In een gemiddelde gemeente verdien je een paar honderd euro per maand. Pas bij 100.000 inwoners overstijgt het maandsalaris het uitkeringsniveau.”

Otten verwijst naar een rapport uit 2008 van de commissie-Aarts. Van werklast naar werklust luidt de werktitel van het rapport dat overigens geen significante stijging van de werkdruk signaleerde. De commissie maakte wel melding van een tekort aan zakenlieden in de raad. Otten: „Ga praten met bedrijfsleven en werkgeversorganisaties. Probeer in de fiscale sfeer iets voor hen te regelen, waardoor ze er niet zo veel op achteruitgaan als ze een dag of een halve dag inruilen voor het raadslidmaatschap.”

Marc-Jan Ahne, D66-raadslid in Deventer, werkt overdag als trainer en adviseur van aanstaande raadsleden voor gemeenteraad.nl. „In het bedrijfsleven hebben ze hun mond vol over maatschappelijke verantwoordelijkheid, maar raadslid worden, ho maar. Bij de overheid is het heel normaal dat een raadslid een halve dag vrijaf krijgt. Waarom zou dat in het bedrijfsleven niet kunnen?”

Jorritsma nuanceert: „Ik weet niet of zakenmensen per se goede raadsleden zijn. En geld hoeft toch geen drijfveer te zijn. Je doet het omdat je het leuk vindt.”

Ahne: „De campagnes zijn aardig, maar hoe realistisch is het beeld dat geschetst wordt? In een kleine gemeente ben je een paar avonden in de week kwijt en verdien je 300 euro bruto. Leg dat thuis maar eens uit. Ik verdien in een middelgrote gemeente als Deventer tussen de 700 en 800 euro netto per maand. Van dat bedrag kan ik net een beetje vrije tijd kopen.”

Burgemeester Sander Schelberg van de fusiegemeente Teylingen (Sassenheim, Voorhout en Warmond) bestrijdt dat de werkdruk voor raadsleden te groot is. Als oud-raadslid van Den Haag en oud-Statenlid van de provincie Zuid-Holland spreekt hij uit ervaring: „Ik zeg altijd: leg de stukken naast je neer en trek je eigen plan. Ga je tent uit. Vreet een bepaald item helemaal op. Zorg dat je onthecht raakt van de dagelijkse sleur, dat je geen vergadertijger wordt. Dan heb je de mooiste baan ter wereld. Hou het wel simpel, bezig heldere taal. Zodra je een stuk niet op een verjaardagsvisite kan uitleggen, ligt dat aan het stuk, niet aan jou.”