Tweede Kamer vindt eigen rol veel te passief

Het parlement moet vaker zelf onderwerpen agenderen. De Tweede Kamer laat zich nu te veel leiden door plannen van de regering en door publicitaire incidenten.

Dat zijn de de belangrijkste conclusies van het rapport ‘Parlementaire Zelfreflectie’, dat volgende week dinsdag wordt gepubliceerd.

Het rapport is opgesteld op basis van een motie die de Kamer in 2007 aannam. Daarin werd vastgelegd dat Kamerleden zelf met antwoorden moeten komen op vragen over het functioneren en de positie, reputatie en werkwijze van het parlement, om zo mee te helpen aan herstel van de status en het gezag. Het rapport is de weerslag van gesprekken die een werkgroep van parlementariërs voerde. Ze spraken met 92 collega’s en met vertegenwoordigers van de culturele en wetenschappelijke wereld, en van het bedrijfsleven.

Kamerleden vinden blijkens het rapport dat ze minder vragen moeten stellen naar aanleiding van incidenten in de media, maar vaker kwesties moeten bespreken omdat het tijdsgewricht daar om vraagt. Ook moet de Tweede Kamer onafhankelijker opereren van de agenda van de regering. „Nergens staat geschreven”, aldus vicevoorzitter van de Raad van State Tjeenk Willink in een van de gesprekken „dat de Kamer debatteert naar aanleiding van een regeringsstandpunt.” Veel Kamerleden voelen zich „gegijzeld” door „de regeringsbureaucratie”.

Uit het rapport blijkt verder dat Kamerleden het in grote mate eens zijn over de problemen, maar sterk van mening verschillen over mogelijke oplossingen. De belangrijkste twistpunten zijn de hoge omloopsnelheid van politici; incidentpolitiek; de informatieachterstand van Kamerleden ten opzichte van ambtenaren, en de neiging van het parlement om zich te veel als medebestuurder op te stellen. Dat zou ten koste gaan van de controlerende taak van Kamerleden.

Een van de aanbevelingen uit het rapport is om de indeling van vaste kamercommissies niet meer te laten afhangen van de departementsverdeling. De regel dat slechts 30 zetels nodig zijn voor het houden van een spoeddebat, ingevoerd in 2003, legt de stuurgroep in dit rapport opnieuw voor aan de Kamer.

Op 25 maart wordt tijdens een afsluitende conferentie over de aanbevelingen gediscussieerd. De slotconclusies zullen halverwege mei worden gepresenteerd.