Reikende hand Clinton en cynische geest Lavrov

President Obama heeft wel iets anders aan zijn hoofd dan zijn Russische collega Medvedev. Er zijn in deze crisistijd voor de VS immers belangrijkere staten dan de oude tegenstander Rusland, dat hindermacht heeft, maar economisch niet van levensbelang is. Alleen al daarom is het opmerkelijk dat Amerika zich moeite getroost de betrekkingen te „resetten”, zoals vicepresident Biden het eerder formuleerde. Vorige week opperde Obama in een brief aan Medvedev dat de VS zouden afzien van de bouw van een antiraketschild in Polen en Tsjechië, mits Rusland zou helpen de nucleaire ambities van Iran te temmen. En gisteren heeft minister Clinton van Buitenlandse Zaken gedineerd met collega Lavrov. Ze hebben niet alleen gespraat over Iran, Noord-Korea en Afghanistan, maar ook over een nieuw verdrag over strategische kernwapens, als de houdbaarheidsdatum van het oude START eind dit jaar verloopt.

De eerste handreiking van Clinton was wat onhandig. Als geste gaf ze Lavrov een noodrem: een symbolische rode knop met de tekst ‘reset’, geschreven in het Russisch. Helaas had ze een fout gemaakt. Er stond letterlijk niet ‘reset’ maar ‘overbelast’. Dat deerde Lavrov niet. Een nieuw START komt er, als het aan Moskou ligt.

Toch was de spelfout bijna freudiaans. Rusland ervaart de betrekkingen inderdaad als belastend. Medvedev noemde het aanbod om het raketschild niet te bouwen een „positief signaal”, maar zweeg over een tegenprestatie. Hij wil meer concessies. Bijvoorbeeld dat het NAVO-lidmaatschap van Oekraïne en Georgië tot sint-juttemis wordt uitgesteld. Dat verlangen staat haaks op de verzekering van Clinton dat de VS deze ex-Sovjetrepublieken niet in de steek zullen laten, al maken ze er nu zelf in eigen land een politieke bende van.

Waarom gedraagt Rusland zich zo afhoudend? Het antwoord is complex. De simpelste verklaring is psychologisch. In de jaren na het einde van de Sovjet-Unie danste Moskou naar het pijpen van het Westen. Vanaf 2000 dacht president Poetin aan die vernedering een einde te maken door het omgekeerde te doen. Zijn confrontatiepolitiek sloot aan op tradities en emoties in Rusland, dat zich nog steeds een unieke en ‘eeuwige grootmacht’ waant. Na de verkiezing van Obama is de Russische regering de gevangene van die antithese.

Dat is een klassiek probleem. Rusland heeft zichzelf vaker gedefinieerd tegenover de buitenwereld. Als dat contrast werd gezocht, waren de buitenlandse betrekkingen altijd de dupe én de eigen burgers die tot ‘volksvijanden’ werden bestempeld als ze een afwijkend geluid lieten horen. Het stalinisme was de extreemste uiting.

Maar er zijn ook politieke verklaringen. De machtsbalans tussen president Medvedev en premier Poetin is niet uitgekristalliseerd. Poetin heeft, mede dankzij zijn repressieve apparaat, de overhand. Maar zijn omgeving is doodsbang alsnog het onderspit te delven. De economische crisis, die Rusland hard heeft getroffen, verdiept die angst. Het sociale protest krijgt meer vaart. De lage opkomst bij regionale verkiezingen afgelopen zondag was ook tekenend.

Daarom is de handreiking van Washington naar Moskou van belang. Obama en Clinton laten blijken dat ze oog hebben voor historische frustraties, ondanks de nieuwe mondiale verhoudingen. Want Rusland blijft belangrijk, als één na grootste kernmacht en onmisbare regionale supermacht in Centraal-Azië.