Raúl Castro dringt invloed Fidel terug

In de week dat Raúl Castro zijn kabinet wijzigde, eiste broer Fidel een prominente rol op. Toch trekt Raúl als president de macht in Cuba steeds meer naar zich toe.

Cuba’s politiek veelbewogen week begon maandagmiddag met een mededeling tijdens het Cubaanse tv-journaal. Haast laconiek – na de sportuitslagen en het weerbericht – werd een verklaring voorgelezen: de door president Raúl Castro geleide Staatsraad had elf ministers ontslagen. Onder hen partijkopstukken als Felipe Pérez Roque (minister van Buitenlandse Zaken) en Carlos Lage (kabinetssecretaris), beiden naaste vertrouwelingen van Raúls broer, de zieke ex-president Fidel Castro.

Op elk lijstje met mogelijke opvolgers van de Castro’s stonden Lage (57) en Roque (43) de afgelopen jaren altijd bovenaan. Raúl zette hen nu plotseling op een zijspoor. Volgens de verklaring als onderdeel van de verdere „perfectionering van het systeem”, die Raúl beloofde toen hij, in februari 2008, zijn broer opvolgde.

Dinsdag bleek er nog een andere reden voor hun vertrek. De twee waren ontslagen, schreef Fidel in zijn column in partijkrant Granma, omdat ze zich „onwaardig” hadden gedragen. Een beschuldiging die in Cuba neerkomt op een politiek doodsvonnis. Donderdag drukte Granma dan ook Roques en Lages ontslagbrieven af: De twee voormalige kroonprinsen erkenden de „begane fouten”. Al hun functies binnen de regering en partij gaven ze op.

„Fidels beschuldiging was duidelijk een gezocht excuus”, stelt journalist Oscar Espinosa Chepe telefonisch uit Havana. „Hij probeerde aan het besluit van zijn broer een voor hem gunstige draai te geven.”

Espinosa wijst op een cruciale passage in Fidels column. Hierin bestrijdt hij „het populaire gerucht” dat „mannen van Fidel” vervangen zijn door „mannen van Raúl”. Daarmee verraadt Fidel zich, zegt Chepe. „Iedereen weet dat Lage en Roque de pupillen van Fidel waren. De raulistas hebben de fidelistas maandag niet verslagen, maar hun macht is wel sterk terugdrongen.”

Espinosa wijst ook op het ontslag van Otto Rivero als leider van de Slag der Ideeën, een project van Fidel om het revolutionaire elan aan te wakkeren. „Raúl is niet zo van de ideologie. We zien van hem geen lange ronkende toespraken of grote betogingen voor de Amerikaanse diplomatieke vertegenwoordiging in Havana.”

Een deel van de vertrouwelingen die Raúl om zich heen verzamelt, komt uit het leger. Raúl kent hen uit zijn tijd als minister van Defensie. In die functie liet hij militairen tijdens de crisis van begin jaren negentig de economie redden. Met name in de mijnbouw en het massatoerisme ging het leger succesvolle joint-ventures aan met buitenlandse bedrijven. Deze militaire conglomeraten controleren nu zeker de helft van de Cubaanse economie. Ze opereren efficiënter en minder corrupt dan veel civiel geleide staatsbedrijven.

Volgens Espinosa kan de militarisering van het regime er op wijzen dat Raúl hervormingen nastreeft. „De voorwaarden hiervoor zijn nu verruimd. Maar het blijft afwachten of het er echt van komt.” Vlak na zijn aantreden in februari 2008 voerde Raúl enkele versoepelingen door op economisch gebied. Maar daarna stokten de hervormingen. Raúls verklaring was, dat „de prioriteiten wijzigden” nadat drie orkanen vorig jaar voor zeker 10 miljard dollar schade aanrichtten.

Maar veel langer uitstel kan Cuba zich niet veroorloven, legt Espinosa uit.Twee cruciale bronnen van buitenlandse deviezen dreigen op te drogen: de nikkelprijs is al gekelderd en het toerisme kan ook gaan tegenvallen. Bovendien beschikt een belangrijke financiële steunpilaar van Havana, de Venezolaanse president Chávez, over veel minder geld door de ingestorte oliemarkt.

Espinosa: „Raúl heeft een veel minder goede relatie met Chávez dan Fidel. Dit speelde waarschijnlijk sterk mee bij het ontslag van Lage. Die zei 2005 op bezoek in Caracas dat Cuba twee presidenten heeft: Fidel Castro en Hugo Chávez. Dat is Raúl niet vergeten.”

Raúl heeft daarom ook de banden met andere landen uit de regio aangehaald. In het kader van de 50ste verjaardag van de revolutie ontving hij dit jaar al een half dozijn staatshoofden in Havana.

Een mogelijke opvolger moet vooral in militaire kring worden gezocht. Espinosa: „Het civiele ministerie van Binnenlandse Zaken is verantwoordelijk voor de repressie. Het leger geniet meer respect van de bevolking, ook omdat het de economie overeind wist te houden. De opvolger van de Castro’s zal hij waarschijnlijk uit de militaire kliek rond Raúl komen. Raúl is na maandag de onbetwiste líder máximo.”