Piskijker

Toen de oud-anarchist, oud-provo, oud-kabouter, oud-bioboer, oud-Weinreb verdediger, zich nu oud-politicus noemende Roel van Duijn, zich in de zaterdageditie van het NRC handelsblad van 14 februari 2009 als liefdesverdrietconsulent presenteerde, moest ik onwillekeurig aan de kop uit een nummer van de Haagse Postuit de jaren zeventig: ‘Iedere piskijker kan zich psychotherapeut noemen”.

In eerste instantie klinkt liefdesverdrietconsulent onschuldig. Maar dat blijkt bij lezing van het gepubliceerde niet het geval. Van Duijn zegt: „Regelmatig komen bij mij mensen met liefdesverdriet die door psychologen en psychiaters niet serieus genomen worden.” Van Duijn wil voor de slachtoffers een aanzet geven tot een ‘nieuwe wetenschap’, aangezien, naar zijn zeggen,de pijn niet zelden de vorm van een ziekte aanneemt.

Onze liefdesverdrietdeskundige weet kennelijk niet dat die wetenschap al bestaat. Het niet kunnen verwerken van een verlies, een onverwerkte rouw, een heftige teleurstelling, een krenking door afwijzing, soms als onderdeel van een grotere pathologie, wordt immers ruimschoots behandeld in de postdoctorale opleidingen van serieuze psychotherapeuten.

Freud noemde verliefdheid ‘overschatting van het object’. Mijn stelling is dat Van Duijn zichzelf overschat en onopgeleid en onbevoegd psychotherapie bedrijft. Het is niet te hopen dat werkelijk in nood verkerenden zich tot hem wenden.