Omcoderen

Joost Zwagerman probeert om te coderen en verder zijn mond te houden.

Ernstig gewetensonderzoek gedaan, de afgelopen tijd. Ik schijn opvattingen te huldigen die ik maar beter voor me kan houden. Dat werd mij in deze krant tenminste dringend geadviseerd door de Rotterdamse socioloog Willem Schinkel. Iemand, zo beweerde Schinkel, zou mij eens moeten vertellen dat ik moet ophouden met schrijven over de onderwerpen multicultuur en integratie.

Toch maar eens opgezocht wat de opvattingen zijn die deze Schinkel zélf huldigt over integratie. De Rotterdamse socioloog heeft een boek geschreven dat me eerlijk gezegd was ontgaan: ‘De gedroomde samenleving’. Wie het wil lezen, moet zich voorbereiden op een survivaltocht die je alleen maar overleeft als je je met lieslaarzen een weg baant door een woestenij van kledderig jargon.

In 1978 hield Karel van het Reve zijn befaamd geworden Huizinga-lezing ‘Het raadsel der onleesbaarheid’, waarin hij de mistige onzinpraat van sommige wetenschappers gispte. Een zoektocht op internet leerde me dat naar aanleiding van Schinkels De gedroomde samenleving in, nota bene, het tijdschrift Binnenlands Bestuur Van het Reve’s lezing werd gememoreerd, met als conclusie: er bestaat dus ook achteruitgang in de wetenschap.

De aanslag op de leesbaarheid van De gedroomde samenleving begint al op het moment dat de socioloog weigert te spreken over de samenleving. Dat is namelijk verkeerd. Er bestaat hooguit een ‘samenleving’. Tussen aanhalingstekens. En uit die ‘samenleving’ komt, als uit een open wond, de [integratie] gestulpt. Tussen grote haken. Het woord komt honderden keren voor in Schinkels traktaat, met honderden keren die kennelijk veelzeggende maar in elk geval vervaarlijk uitziende haken. Dat we maar zijn gewaarschuwd.

Aan het eind van De gedroomde samenleving legt Schinkel de lezer uit wat hij met zijn boek heeft beoogd: „Ik heb mijn observatieposten gezocht binnen het [integratie]discours, waarbuiten het niet mogelijk is een zeker probleemveld aan de orde te stellen (...). Maar zelfs wanneer we niet de vraag stellen ‘is er zoiets als de [integratie] van de ‘samenleving’?’, blijft het mogelijk de vraag te stellen ‘wat zien we wanneer we ervan uitgaan dat [integratie] niet een reëel proces of verschijnsel is?’ Even verderop geeft Schinkel een praktisch advies om een einde te maken aan alle problemen rond integratie: ‘Als ik éen aanbeveling zou moeten doen, dan zou dat de omcodering van de overcodering zijn.”

Dat we daar niet eerder op zijn gekomen!

Om te weten te komen wat Schinkel écht voorstaat, is het raadzaam een interview met hem te lezen. Dit beweerde hij in de Volkskrant: „Natuurlijk zijn er problemen rond integratie. Maar die worden niet veroorzaakt door mensen van buitenaf, maar door mensen die er al zijn.” Aha. Neem de eerwraak. Dat is niet een geïmporteerd fenomeen, gepraktiseerd door mensen ‘van buitenaf’, om het à la Schinkel te zeggen. Eerwraak is uitsluitend een probleem gezien vanuit de optiek van mensen ‘die er al zijn’.

Ook over – bij wet verboden – vrouwenbesnijdenis denkt Schinkel nogal, eh, exotisch. Wie die vrouwenbesnijdenis ziet als een reëel probleem voor meisje in Nederland, overdrijft. Want: „Vrouwenbesnijdenis komt in Nederland nauwelijks voor.” Is dat zo? Unicef meldde recent dat in Europa 180.000 en in Nederland 20.000 meisjes het risico lopen besneden te worden. Dit is volgens Schinkel dus niet een gevaar voor die meisjes, maar hooguit een probleem dat ten onrechte wordt uitvergroot door degenen ‘die er al zijn’.

In het licht van feiten en cijfers worden Schinkels opvattingen die hij wegmasseert achter een krankjorum gewemel van haken en aanhalingstekens ineens stukken minder kolderiek. Wie dat jargon overzet in leesbaar Nederlands, ziet een gedachtengoed opdoemen waarover ik helaas niets mag zeggen omdat ik van de socioloog mijn mond moet houden. En wat de cijfers van Unicef betreft, is de reactie van Schinkel voorspelbaar: iemand zou de mensen bij Unicef moeten vertellen dat je die cijfers moet omcoderen, om het werkelijke probleem bloot te leggen: de verwording van integratie tot [integratie].

En zo is het: met die omcodering van de taal voorkom je de toename van eerwraak in ons land, verdwijnt het gevaar van vrouwenbesnijdenis, en houden moslim-extremisten op om Aboutaleb, Wilders enEllian met de dood te bedreigen.

Ik vrees dat ik hier een tikje anders over denk. Maar dat kan niet, gegeven het spreekverbod dat de socioloog adviseerde. Ik beloof hem: ik zal mijn best doen mijn mond te houden. Ik ben mij de laatste weken duchtig en volhardend aan het omcoderen.