'Nooit opgeven, altijd hard blijven werken'

Pitcher Sidney Ponson debuteert vandaag voor Nederland tegen de Dominicaanse Republiek. „Ik ben nog lang niet klaar met honkballen.”

Sidney Ponson: „Reizen met de Yankees is reizen zoals de Beatles dat deden. Over al waar je komt ziet het zwart van de fans.” Foto AP New York Yankees pitcher Sidney Ponson throws out Minnesota Twins' Nick Punto on a sacrifice bunt in the sixth inning of a baseball game Monday, Aug. 11, 2008, in Minneapolis. (AP Photo/Jim Mone)
Sidney Ponson: „Reizen met de Yankees is reizen zoals de Beatles dat deden. Over al waar je komt ziet het zwart van de fans.” Foto AP New York Yankees pitcher Sidney Ponson throws out Minnesota Twins' Nick Punto on a sacrifice bunt in the sixth inning of a baseball game Monday, Aug. 11, 2008, in Minneapolis. (AP Photo/Jim Mone) Associated Press

Het kan Sidney Ponson geen barst schelen hoe andere mensen over hem denken. De 32-jarige werper heeft er na tien seizoenen in dienst van clubs als de Baltimore Orioles, de San Francisco Giants, de St. Louis Cardinals, de Minnesota Twins, de Texas Rangers en de New York Yankees geleerd te leven met het idee dat mensen van hem houden of hem verafschuwen.

Als Ponson vandaag in het Hiram Bithorn Stadium van Puerto Rico voor het eerst namens Nederland aantreedt tegen het sterrenteam van de Dominicaanse Republiek denkt hij slechts aan één ding: winnen. „Ik ben er trots op om voor mijn land uit te komen en ik zal mijn stinkende best doen om Nederland te helpen. Ik sta op die heuvel om die gasten die tegenover me staan uit te gooien. Dat is het enige wat telt. Wat de mensen na afloop over me zeggen doet me niets. I don’t give a shit about opions. Hoe vaak ben ik niet opgehemeld om later weer door dezelfde mensen te worden afgemaakt?”

Ponson is op zijn zachtst gezegd aan bewogen profcarrière bezig. De op het Arubaanse plaatsje Noord geboren werper is onderscheiden als Ridder in de Orde van Oranje Nassau, weet hoe het voelt om een wedstrijd in een vol Yankee Stadium van New York te winnen, maar heeft ook meerdere keren alleen in een doodstille gevangeniscel gezeten. „Ik heb domme dingen in mijn leven gedaan. Zoals ieder ander mens zijn fouten heeft gemaakt”, zegt Ponson in een hotel-lobby in de aanloop naar de World Baseball Classic. „Omdat ik een profhonkballer ben wordt nu eenmaal alles uitvergroot. Mijn leven wordt onder een microscoop gelegd door de pers. Maar ik heb nergens spijt van.”

De rechtshandige Ponson laat zijn gedachten nog één keer terug gaan naar december 2004. De werper haalt het internationale nieuws als hij op zijn geboorte-eiland Aruba bij het strand van Boca Catalina in een ruzie verzeild raakte met enkele badgasten. Die stoorden zich aan de manier waarop de honkballer met zijn waterscooter voer. Ponson deelde bij het ontstane tumult een klap uit aan de toevallig aanwezige rechter Willem-Jan Noordhuizen en kreeg een celstraf. Ponson windt zich er nog altijd over op: „Ik moest elf dagen de gevangenis in omdat ik een rechter een tik met mijn vlakke hand had gegeven. Die straf was puur politiek. Naast me zat een gast die een ander met een honkbalknuppel had geslagen. Die mocht na één dag weer naar buiten. Maar ze kregen mij echt niet klein. Ik heb die straf rustig uitgezeten. Toen ik vrij kwam liep ik lachend naar buiten.”

Een half jaar later leidt een alcoholverslaving zijn ontslag bij de Baltimore Orioles in. Nadat Ponson voor de tweede keer door de Amerikaanse politie is gearresteerd voor rijden onder invloed, verklaart de clubleiding van de Baltimore Orioles het miljoenencontract dat hem een bedrag van 22,5 miljoen dollar zou opleveren ongeldig. „Ik heb zoals talloze anderen zo vaak met te veel drank achter het stuur gezeten. Natuurlijk weet ik dat dat niet goed is. En als je dan gepakt wordt moet je de consequenties aanvaarden. Dat heb ik gedaan. Op een gegeven moment keek in de spiegel en wist ik dat ik een probleem had. Ik zat met een schouderblessure en nam enkele dag pijnstillers om te kunnen blijven spelen. Ik vluchtte in de drank. Ik heb zelf een oplossing gezocht en ben naar een kliniek voor verslaafden gegaan. Veertien maanden achtereen heb ik geen pil meer geslikt en geen druppel meer gedronken. Only water and icecream. En ik kan je zeggen dat dat niet makkelijk is. Nu drink ik weer met plezier na een wedstrijd een paar biertjes. Geen probleem. Maar ik neem wel gewoon een taxi als het moet. Ik heb genoeg geld betaald aan boetes en advocaten.”

Ponson heeft een paar jaar geleden even gedacht dat zijn carrière voorbij zou zijn, maar via de Minnesota Twins en de Texas Rangers komt hij in 2008 voor de tweede keer in zijn loopbaan bij de New York Yankees terecht. „Het klikte. Op één of andere manier voel ik me thuis bij die club. Ik kan daar met iedereen goed overweg. Ik heb bij veel clubs gespeeld, maar de New York Yankees is de grootste van allemaal. The number one. Reizen met de Yankees is reizen zoals de Beatles dat deden. Overal waar je komt ziet het zwart van de fans. En overal zijn mensen die de Yankees haten. Het was ook fantastisch om het laatste seizoen in het Yankee Stadium mee te maken. Het is jammer dat de club niet met me verder wilde, maar ik kan het wel begrijpen. Ze hebben gekozen voor CC Sabathia en AJ Burnett. Ik ben nu een free agent.”

Voor Ponson is de World Baseball Classic een ideaal podium om zich in de kijker te spelen. De nummer 47 van Nederland weet dat het Hiram Bithorn Stadium van San Juan vandaag vol zal zitten met scouts die iedere bal van pitcher nauwgezet zullen volgen. „Ik ben sinds november in training voor dit toernooi en ik voel me goed. Het is slechts een kwestie van tijd dat er een nieuwe club komt, daar ben ik van overtuigd. Het klinkt misschien cru, maar er zullen altijd pitchers met blessures wegvallen. Dan hebben clubs opeens een nieuwe werper nodig. De mensen hoeven mij zeker nog niet af te schrijven. Ik ben nog lang niet klaar met honkballen. Als het aan mij ligt, speel ik nog vijf of zes seizoenen. Ik wil nog een keer echt een ring winnen. Ik heb weliswaar in 2006 met de St. Louis Cardinals bijgedragen aan de titel, maar ik was al weg toen ze de World Series wonnen.”

Ponson benadert het duel met de Dominicaanse Republiek als een wedstrijd in de Major League. „Als ik ergens aan begin wil ik het goed doen. Zo ben ik al van jongs af aan. Toen ik twee was gingen mijn ouders scheiden. Van mijn oom heb ik geleerd nooit op te geven en altijd hard te werken. Als ik verlies word ik gek van binnen. Dan ben ik pissed. De Baseball Classic is echt niet zomaar een toernooitje. De eerste wedstrijd tegen de Dominicaanse Republiek is enorm belangrijk. Die willen we hoe dan ook winnen. Vanaf het eerste moment moet iedereen superscherp zijn. Een paar uur voor de wedstrijd zonder ik me af. dan zet ik een koptelefoon op en luister ik naar muziek, hardrock, reggae of house. Hoe het uitpakt weet je nooit. Soms sta je tijdens de tweede inning onder de douche en soms staan er voor je het weet acht nullen op het bord. Maar je kunt nooit het veld opstappen met het idee van ‘we zien wel hoe het gaat’. Dan pakken ze je. Ik ken veel van die Dominicanen die tegenover ons staan. En die gasten kennen mij. They want to kick my ass. Maar ik zal alles geven. Als ik dat niet zou doen, dan hoef ik echt niet te spelen in Puerto Rico. Dan kan ik net zo goed thuis blijven in Fort Lauderdale. Daar kan ik ook aan het strand liggen en ben ik bij mijn vriendin en mijn dochter.”

Het heeft er lang naar uitgezien dat Ponson bij zijn debuut tegenover Alex Rodriguez zou komen te staan, maar de derde honkman van de New York Yankees heeft zich afgelopen donderdag teruggetrokken met een heupblessure.

De voormalige ploeggenoot van Ponson staat al weken in het nieuws nadat hij toegaf van 2001 tot 2003 dope te hebben gebruikt. Ponson haalt aanvankelijk zijn schouders op als hem wordt gevraagd wat hij van de zaak-Rodriguez vindt. „That’s not my problem”, zegt de sterspeler van Nederland. „Het is wel zíjn probleem. Ik heb gehoord wat hij allemaal gezegd heeft. Het maakt niet zoveel uit of ik het nu slecht of goed wat hij heeft gedaan. Rodriguez is een volwassen man. Hij zal de consequenties moeten aanvaarden. Dat geldt voor iedereen die ergens voor gepakt wordt wat tegen de wet is.”

Ponson houdt even stil en zegt dan uit zichzelf: „Het gebruik van steroïden is illegaal. Maar niemand deed iets. De honkballers die de ene homerun na de andere sloegen waren de grote helden. En nu haat iedereen ze. Toch ligt de schuld bij de spelers die gebruikt hebben. Voor de sport is dit niet goed. Je weet niet meer wie nu wel of niet clean is. In principe moeten de omstandigheden voor iedereen gelijk zijn. Ik kan je eerlijk zeggen dat ik nooit in aanraking ben geweest met dope. Als ik daarmee geconfronteerd zou zijn geweest had ik vragen gesteld. Dan vind je vanzelf de juiste antwoorden. Maar ik kan me niet voorstellen dat ik zelf iets zou nemen. Ik wil mijn lichaam geen schade toebrengen. Imagoschade zou me niet veel kunnen schelen.” Met een brede lach zegt Ponson vervolgens: „Mijn imago is toch al niet zo fantastisch.”

Voor Ponson bewijst de affaireRodriguez maar weer eens hoe gevaarlijk het is als honkballers worden afgeschilderd als rolmodellen voor de jeugd. „Ik hoop ook niet dat er ouders zijn die tegen hun kinderen zeggen dat ze mij moeten volgen. Vaders en moeders moeten hun kinderen sturing geven. De enige naar wie ik altijd heb geluisterd is mijn moeder. Zij is nog altijd een ruggengraat voor mij. Zonder haar was ik hier nu niet geweest. Ze heeft me in moeilijke tijden altijd gesteund en gepusht. Hetzelfde zal ik doen bij mijn dochter. Ik kan haar van alles mee geven, maar uiteindelijk nemen kinderen zelf hun beslissingen.”

Ponson is zich ervan bewust dat de inwoners van Aruba vandaag massaal zijn verrichtingen zullen volgen via de televisie. De beroemdste sporter hoopt dat zijn ploeggenoten uit de Nederlandse competitie op hun beurt honkbal in steden als Amsterdam, Rotterdam en Den Haag op de kaart zetten. Op serieuze toon: „Waarom zouden Alexander Smit en Rick van den Hurk niet de gezichten van het Nederlandse honkbal kunnen worden? In Nederland moeten ze niet alleen maar aan voetbal denken. Ik kan alleen iets voor Aruba doen. In de Verenigde Staten is mijn eiland slecht in de publiciteit gekomen door die Joran van der Sloot. Ik heb van allerlei mensen vragen gekregen over het verdwenen meisje. Ik ben die zaak gaan volgen. Ik hoorde dat hij op een televisieprogramma in een auto van alles opgebiecht heeft. Maar ze hebben niets gevonden en ze gaan ook niets meer vinden. Moorden zijn overal. Elke dag wordt er wel iemand afgemaakt in Miami. Maar Aruba is echt geen gevaarlijk eiland. De mensen die daar vandaan komen weten dat. En als anderen daar anders over willen denken. So be it.”